Wetenschap van het dagelijks leven
Archief

mei 2022

m

Hoeveel weegt een olifant? van Henry tot Jumbo

H
hoeveel-weegt-een-olifant

Hoe weeg je een olifant? Voor de verzorgers van de olifanten van de dierentuin van Zürich is dat niet zo moeilijk. In het verblijf van de dieren zit namelijk een ingebouwde olifantenweegschaal. Als de olifanten van het binnen- naar het buitenverblijf willen, lopen ze over een grote plaat die hun gewicht meet. De verzorgers krijgen elke dag antwoord op de vraag ‘hoeveel weegt een olifant?’

De eerste olifant stapte in 2014 op de weegschaal. Het was een Aziatische mannetjesolifant met de naam Maxi. Hij woog 5.600 kilo. 

(In dit filmpje zie je hoe een olifant in de dierentuin van Aalborg wordt gewogen)

De meeste dierentuinen hebben dit soort weegschalen. En daardoor hebben wetenschappers een goed beeld van hoe zwaar de verschillende olifantensoorten zijn.

Hoe zwaar is een gemiddelde olifant? 

Het gewicht van een olifant hangt af van de soort. Aziatische olifanten zijn iets kleiner dan de soorten die in Afrika voorkomen: de savanneolifant en de bosolifant

Aziatische olifanten zijn daardoor ook wat minder zwaar. Meestal wegen mannetjes ongeveer 4000 kilo. Maxi was dus eigenlijk iets te dik. 

In onderstaand overzicht zie je het gemiddelde gewicht van olifanten per soort: 

  • Aziatische olifant: mannetjes 4000 kilo, vrouwtjes 2.700 kilo 
  • Savanneolifant: mannetjes 6000 kilo, vrouwtjes 3.000 kilo
  • Bosolifant: mannetjes 5000 kilo, vrouwtjes 2.600 kilo

Hoe snel bereikt een olifant dit gewicht

Een jonge olifant weegt bij de geboorte ongeveer 80 tot 100  kilo, dus evenveel als een volwassen mens. In het begin drinken de jonge dieren alleen moedermelk. Ze komen daarvan ongeveer een kilo per dag aan. Na een jaar hebben ze al een gewicht bereikt van ruim 600 kilo. 

Na ongeveer tien jaar bereiken olifanten hun volwassen gewicht van ongeveer 2500 tot 6000 kilo. Ze blijven hun hele leven zwaarder worden, maar op latere leeftijd komen ze nog maar weinig aan.  

Wat eten olifanten om zo zwaar te worden?

Een olifant moet een flinke lading voedsel wegwerken om op gewicht te blijven. De dieren eten gemiddeld 200 kilo aan planten per dag, en daarvoor zijn ze 20 uur per dag aan het kauwen. Ze eten gras, vruchten, plantstengels, maar ook boomschors en bijvoorbeeld appels. 

Olifanten malen dat voedsel fijn met twee gigantische kiezen in hun bovenkaak, die daardoor snel slijten. Als deze tanden helemaal zijn versleten, vallen ze eruit en groeien er twee nieuwe aan. Als dat gebeurt kunnen de dieren tijdelijk wat gewicht verliezen, soms wel 300 kilo. Maar als de tanden zijn doorgebroken, komen ze snel weer aan. Wetenschappers hebben veel onderzoek gedaan naar dit jojo-effect bij olifanten.  

Olifanten spoelen al dat voedsel weg met water. Ze drinken veel. Elke dag slurpen ze 70 tot 120 liter water naar binnen. Dat is meer dan een badkuip vol. 

Kijk hieronder naar een filmpje over de vraag: hoeveel weegt een olifant? En lees onder het filmpje over Henry en Jumbo, respectievelijk de zwaarste en ‘grootste’ olifant aller tijden.

De zwaarste olifant aller tijden: Henry

Wat was de zwaarste olifant die ooit heeft geleefd? Dat weet natuurlijk niemand zeker, want niet alle olifanten hebben natuurlijk op een weegschaal gestaan. Maar een olifant met de naam Henry staat bekend als de meest forse olifant ter wereld. Hij woog 11.000 kilo. 

Henry werd in de jaren vijftig helaas neergeschoten door een jager in Angola. Het opgezette lichaam van deze reuzenolifant kun je nog steeds bewonderen in het Natural Museum of History in Washington. De 5 meter hoge olifant staat al sinds 1959 in één van de mooiste zalen van het museum. 

Toch is Henry niet de beroemdste zware olifant aller tijden. 

De ‘grootste’ olifant aller tijden was natuurlijk Jumbo. Deze mannelijke savanneolifant werd in de negentiende eeuw tentoongesteld in het circus van P.T. Barnum. Het dier reisde de hele wereld over. Zijn naam werd een symbool voor alles wat groot en zwaar was: van maaltijden tot vliegtuigen. 

Maar hoeveel woog Jumbo dan precies? 

Jumbo woog volgens de administratie van het circus van Barnum 6150 kilo. Het dier was toen al op leeftijd.

De olifant groeide op in de dierentuin van Londen, waar hij veel te eten kreeg. Jumbo at daar per dag 91 kilo hooi, een emmer aardappelen, vijftien broden en een flinke hoeveelheid uien. Dit dieet zou een olifant nu nooit meer krijgen, de dieren horen alleen plantaardig voedsel te eten. 

Je zou denken dat niets een olifant van 6150 kilo omver kan krijgen. Maar Jumbo overleed door een tragisch ongeluk. Het dier werd aangereden door een stoomlocomotief toen het circus van Barnum een rondreis maakte in Canada. Jumbo overleed op 15 september 1885 in Ontario.

Kijk hieronder naar het levensverhaal van Jumbo.

Lees ook:

hoeveel boomsoorten zijn er op aarde? En hoeveel bomen?

h
boomsoorten

Hoeveel boomsoorten kun jij zo uit je hoofd opnoemen? Zelf kom ik niet verder dan: berk, beuk,  eik, den, kastanjeboom, knotwilg en spar. Maar daarmee ben je nog niet op op 0,01 procent van alle boomsoorten. Wetenschappers hebben de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar de vraag: hoeveel boomsoorten zijn er op aarde?En ze hebben zelfs berekend hoeveel individuele bomen de wereld telt. In dit artikel krijg je de antwoorden op de volgende vragen:

Hoeveel boomsoorten zijn er op aarde?

Aan de nieuwste studie naar deze vraag deden meer dan honderd onderzoekers mee uit landen over de hele wereld. En het antwoord dat ze hebben gevonden is verrassend specifiek. De aarde herbergt naar schatting 73.724 boomsoorten. 

Ehm, maar zijn al die soorten dan met de hand geteld door vrijwilligers? Ja. Tot op zekere hoogte wel. Hoofdonderzoeker Jingjing Liang van Purdue University zei er dit over in het persbericht:

“Elke dataset in dit onderzoek komt van iemand die een bos heeft bezocht en elke afzonderlijke boom heeft opgemeten om informatie te verzamelen over de boomsoorten, het formaat van de bomen en andere gegevens. Het tellen van het aantal soorten wereldwijd kun je vergelijken met een puzzel met stukjes die zijn verspreid over de hele wereld.   

Maar natuurlijk kwamen er ook computer te pas aan de telling. Met behulp van software werden de gigantische lijsten met boomsoorten uit vele duizend bossen vergeleken. De wetenschappers gebruikten daarbij onder meer technieken die zijn ontwikkeld door wiskundige Alan Turing bij het kraken van Nazi-codes in de Tweede Wereldoorlog.

Zo kon uiteindelijk precies worden bepaald hoeveel soorten bomen nu zijn geïdentificeerd door wetenschappers. Dat aantal kwam uit op 64.100.

Maar het waren er toch 73.724? Ja, maar sommige van die bomen moeten gek genoeg nog ontdekt worden.

Hoeveel boomsoorten zijn nog niet ontdekt?

De wetenschappers gebruikten ook wiskundige modellen om te schatten hoeveel booomsoorten vermoedelijk nog niet zijn ontdekt. Uit deze berekening blijkt dat er in de talloze bossen op aarde waarschijnlijk nog 9.174 boomsoorten schuil gaan die nog niet zijn geïdentificeerd. 

En de meeste van die onontdekte boomsoorten bevinden zich in de ondoordringbare regenwouden van Zuid-Amerika. Dat is ook het continent waar volgens de wetenschappers de meeste zeldzame soorten voorkomen: ongeveer 8.200. Veel van die bomen komen nergens anders ter wereld voor. 

Zuid-Amerika is dan ook een paradijs voor biologen die nieuwe boomsoorten willen ontdekken. Onderzoeker Peter Reich zegt daarover: 

“Buiten 27.000 boomsoorten in Zuid-Amerika die we al kennen, bevinden zich daar waarschijnlijk nog 4000 soorten die nog niet zijn ontdekt. De meeste daarvan zijn endemisch en bevinden zich waarschijnlijk in het Amazone-regenwoud en Andesgebergte.” 

Hoe betrouwbaar is deze schatting?

Behoorlijk betrouwbaar. Je kunt er vanuit gaan dat er inderdaad tussen de 60.00 en 70.000 boomsoorten bestaan. In 2017 werd er ook al een studie gedaan naar de vraag: hoeveel boomsoorten zijn er op aarde? Toen kwamen wetenschappers tot een schatting van 60.065

In de nieuwe studie zijn iets meer gegevens meegenomen en het getal is wat opgehoogd doordat ook rekening is gehouden met de onontdekte boomsoorten. 

Welke bomen zijn met uitsterven bedreigd?

Of het aantal boomsoorten bij de volgende studie weer zal stijgen, is nog maar de vraag. Sommige soorten dreigen te verdwijnen. In totaal worden 300 boomsoorten met uitsterven bedreigd. Van deze bomen zijn minder dan 50 exemplaren geteld in het wild. 

Zo zijn er van de soort Karomia gigas nog maar zes individuen te vinden in een afgelegen gebied in Tanzania.  Ook de dennenboom Widdringtonia whytei is bijna uitgestorven. Er zijn alleen nog enkele exemplaren te vinden in Malawi, dat de boom heeft geadopteerd als nationaal symbool. 

Verder komt ongeveer 58 procent van alle getelde boomsoorten slechts in één land voor. Deze soorten zijn daardoor zeer kwetsbaar. 

Hoeveel boomsoorten zijn er in Nederland? 

Daar zijn weinig officiële gegevens over. Maar bomenexpert Johan van Galen van Natuurmonumenten schat dat er ongeveer 5.000 boomsoorten in Nederland zijn.

Daarvan zijn er maar een stuk of 35 inheems, wat betekent dat deze soorten van nature in ons land voorkomen. 

Hoeveel bomen zijn er in de wereld? 

Wetenschappers hebben niet alleen in kaart gebracht hoeveel boomsoorten er op aarde zijn. Een andere groep onderzoekers heeft uitgezocht hoeveel individuele bomen de aarde ongeveer telt. Met behulp van satellietbeelden, berekeningen van supercomputers en tellingen van vrijwilligers is berekend dat de aarde naar schatting bomen  3.040.000.000.000 telt. Je kunt ook gewoon zeggen 3 biljoen. 

De studie over deze schatting is gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Nature. In dit filmpje wordt uitgelegd hoe de wetenschappers tot het getal zijn gekomen.  

Het aantal bomen in Nederland 

Als je eenmaal weet hoeveel bomen er in de wereld zijn, wil je natuurlijk ook weten hoeveel individuele bomen ons land telt. Ook daar zijn geen officiële cijfers over bekend. Maar je kunt wel een schatting maken.

Bomenexpert Johan van Galen schat in het interview met Natuurmonumenten dat Nederland tussen 160 en 170 miljoen bomen telt. Daarmee zou ons land voor ongeveer 10 procent bestaan uit bos. 

Ook één van de onderzoekers uit het wereldwijde bodemonderzoek schat dat er in Nederland tussen de 160 en 170 miljoen bomen staan. Volgens Gert-Jan Nabuurs bevat ons land ongeveer 360 hectare aan bos, met ongeveer 5.000 bomen per hectare. Daarmee bestaat ongeveer 10 procent van Nederland uit bos.

Lees ook:
Wat is de oudste boom ter wereld?
Wat is de oudste boom van Nederland?

Waarom paarden staand kunnen slapen – maar niet altijd

W
hoe-slapen-paarden

Als het om slapen gaat, hebben paarden een eigenschap waar ik als mens jaloers op ben. De dieren hoeven niet te gaan liggen om onder zeil te gaan. Paarden kunnen staand slapen. Maar hoe doen ze dat precies? En waarom kunnen wij mensen dat niet?

Hoe slaapt een paard? 

Om de slaapgewoontes van paarden te begrijpen, moet je terug naar het begin van de evolutie van dit dier: 10 miljoen jaar geleden. 

Toen leefde de voorouders van moderne paarden al: de zogenoemde dinohippus. Die naam klinkt dinosaurusachtig, maar deze dieren leken al erg op de paarden die wij nu kennen. Ze waren ongeveer zo groot als zebra’s en hadden een schothoogte van 1,5 meter. 

Een mens had een dinohippus waarschijnlijk met gemak kunnen berijden. Alleen waren er destijds nog geen mensen op aarde. 

Waarom slapen paarden staand?  

De voorouders van paarden graasden op grote vlaktes op het continent dat wij nu Noord-Amerika noemen. Op die vlaktes waren beschutte plekken moeilijk te vinden. Voor de dinohippus was het dus gevaarlijk om zomaar te ergens te gaan liggen om te slapen. Roofdieren konden van alle kanten op ze af komen. 

Daarom ontwikkelden deze dieren in de loop van de evolutie de gewoonte om staand te slapen. Dat had een groot voordeel. Ze konden meteen wegrennen als ze werden aangevallen. 

Staand slapen? Hoe kan dat?

Door die noodzaak van staand slapen is het lichaam van paarden op een speciale manier geëvolueerd. Een bijzondere groep van spieren, pezen en gewichtsbanden zorgt ervoor dat de dieren hun benen als het ware ‘op slot’ kunnen zetten. 

Als ze deze groep van spieren en pezen gebruiken, kunnen ze met veel minder inspanning dan normaal rechtop blijven staan. Wetenschappers hebben een naam bedacht voor deze bijzondere eigenschap van paarden: het passief sta-apparaat.

Als de dieren slapen maken ze gebruik van dit sta-apparaat. Dat betekent trouwens niet dat ze helemaal geen energie gebruiken om overeind te blijven. Tijdens de slaap kunnen ze steeds maar één van hun vier benen helemaal ontspannen. Ze verdelen hun gewicht dan over hun overige drie benen. Gedurende de slaap geven paarden steeds een ander been rust. 

Hoeven paarden nooit liggend te slapen?

Jawel. Ook een paard heeft in zijn stal een slaaphoekje nodig met stro of houtkrullen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de dieren vrijwel nooit in diepe slaap en REM-slaap komen als ze staan. En dat hebben ze wel nodig om goed uit te rusten. 

Grofweg ziet het slaappatroon van een paard er ongeveer zo uit

  • Slow wave sleep (SWS) – 5 tot 7 uur per dag, staand. 
  • Diepe slaap en REM-slaap – 0,5 uur per dag, liggend.

Bron: Kentucky Equine Research

Sommige paardenhouders zijn zich hier niet van bewust. Ze geven hun paarden te weinig ruimte om te slapen. Daardoor krijgen de dieren last van zo’n groot slaapgebrek dat ze niet meer staand kunnen slapen. Ze vallen dan spontaan om. Dat kun je zien in dit filmpje van een wetenschappelijke organisatie die waarschuwt voor dit probleem. 

Soms worden deze paarden ten onrechte gediagnosticeerd met een hersenziekte, terwijl ze gewoon te weinig hebben geslapen. Dat blijkt uit deze studie. Kortom: meer paardenhouders zouden zich moeten verdiepen het slaapproces van paarden.

Kunnen mensen ook staand slapen?

Helaas, het antwoord is nee. Mensen kunnen alleen slapen als hun spieren totaal ontspannen zijn. Als je rechtop blijft staan, zul je dus nooit in slaap vallen. Je moet dan bij bewustzijn blijven. Of je valt letterlijk om van de slaap.

Bekijk hieronder nog een kort uitlegfilmpje over de vraag: hoe slaapt een paard?

Lees ook:
– Waarom je kat zo lang slaapt – en wat jij eraan kunt doen
Dit zijn de 4 slaapfasen die mensen ’s nachts doormaken

15-30? waar komt de vreemde puntentelling bij tennis vandaan?

1

40-15! 40-30! Deuce! Als ik op de tennisbaan sta bij mijn club, roep ik deze scores zonder erbij na te denken. Maar laatst stelde iemand langs de kant een interessante vraag. Wat is de oorsprong van die vreemde puntentelling bij tennis eigenlijk?

Ik tennis al jaren, maar gek genoeg kon ik geen antwoord geven. Toen ik thuis kwam dook in de geschiedenis van de sport.

waar komt de puntentelling bij tennis vandaan?

Na een speurtocht in historische documenten, oude prenten en zelfs middeleeuwse gedichten, geef ik in dit artikel antwoord op deze vraag. Maar voor de tennis-analfabeten leg ik eerst even uit hoe de telling precies werkt. Klik op een link hieronder om snel naar het antwoord over de geschiedenis van de puntentelling te gaan . 

hoe werkt de puntentelling?

Voor mensen die helemaal niets van tennis weten. Bij tennis speel je games. En in elke game probeer je zo snel mogelijk 4 punten te scoren. Maar de score duid je op een bijzondere manier aan, namelijk als volgt

  • Als je 0 punten hebt gescoord, sta je op love (al zeg je vaak gewoon ‘nul’).
  • 1 punt gescoord? Dan sta je op 15
  • 2 punten gescoord, dan sta je op 30
  • 3 punten gescoord, dan sta je op 40
  • 4 punten gescoord, dan heb je de game gewonnen

Als je het eerste punt van een game wint, staat het dus 15-0, of als het officieel wil zeggen: 15 – love.

Als je tegenstander daarna een punt maakt, staat het 15 – 15, oftewel 15 gelijk. Wie daarna een punt maakt, staat 30-15 voor. En zo gaat dat door tot iemand vier punten heeft. Maar als je allebei drie punten hebt, staat het 40-40, oftewel deuce. En dan duurt de game langer.

Degene die na deuce een punt maakt, heeft nog niet gewonnen, maar staat op voordeel.

Als deze speler het volgende punt verliest wordt het weer deuce. En dat kan lang zo doorgaan. Na deuce is een game pas afgelopen als een speler op voordeel nog een punt maakt, en dus twee punten verschil heeft. 

Wanneer is de puntentelling ontstaan?

De eerste verwijzingen naar de puntentelling van tennis zijn gevonden in een ballade uit 1435 van de Franse prins en dichter Karel van Orleans. Het puntensysteem dateert dus in ieder geval uit de Middeleeuwen. 

Maar misschien is de telling nog ouder. Want waar komt tennis vandaan? Uit het land van het stokbrood en Napoleon. In Frankrijk werd in de 12e eeuw al een soort tennis gespeeld, waarbij mensen met hun blote handen een kleine bal over een veld sloegen. Dat spel heette jeu de paume. Na verloop van tijd gingen de spelers ook houten rackets gebruiken. Maar daarover later meer. Eerst die puntentelling.

Wat is de oorsprong van de puntentelling?

Mogelijk hebben we de telling bij tennis te danken aan de uitvinding van de klok.

Volgens deze tennis-encyclopedie plaatsten de eerste tennisspelers in de dertiende eeuw een soort klokken naast de baan om de score aan te geven. Als ze hun eerste punt wonnen, schoven ze wijzer van 0 naar 15 minuten. Bij het tweede punt, ging de wijzer naar 30, daarna naar 45 en bij de winst van de game naar het hele uur. 

In de loop der eeuwen zou de score 45 zijn afgekort naar 40, omdat je dat in het Frans nu eenmaal sneller uitspreekt. (quarante of quarante-cinq scheelt een paar milliseconde), 

Ook op Wikipedia wordt deze theorie aangehaald. Toch is het maar de vraag of het klopt. Het probleem is dat klokken tot de vijftiende eeuw nog geen kwartieren aangaven, maar alleen hele en halve uren. Daarom is dit waarschijnlijk niet de oorsprong van de puntentelling bij tennis.

muntstukken?

Een andere veelgehoorde theorie is gebaseerd op geld. De puntentelling bij tennis zou zijn gebaseerd op de waarde van muntstukken uit de Middeleeuwen. Op een oude prent van tekenaar Crispijn van de Passe zouden tennissers zijn afgebeeld die om munten speelden.

De waarde van deze oude muntstukken zou overeenkomen met de telling: 15, 30, 40. Maar hard bewijs voor deze theorie ontbreekt verder.

De meest waarschijnlijke verklaring: jeu de paume

De tweede en meest waarschijnlijke theorie is dat de puntentelling bij tennis is gebaseerd op het eerder genoemde jeu de paume. Bij deze primitieve vorm van tennis spelen de getallen 15, 30 en 40 namelijk ook een grote rol.

Jeu de paume werd gespeeld op een veld van 90 voet en een relatief hoog net. De spelers brachten de bal met een onderhandse service in het spel. Als de serveerder het eerste punt won, mocht hij daarna 15 voet verder het veld in gaan staan voor zijn volgende service.

Als dezelfde speler het punt daarna ook won, mocht hij nog 15 voet opschuiven. Bij de derde keer mocht hij nog 10 voet dichter bij het middelpunt van de baan gaan staan, en stond hij dus 40 voet het veld in. Dat lijkt de meest logische verklaring waarom je bij tennis van 15, naar 30, naar 40 telt. Het is een erfenis van de spelregels bij bij jeu de paume.  

Jeu de paume wordt nu nauwelijks nog gespeeld. Maar vlak voor de Franse revolutie was het spel ongekend populair in Frankrijk. Alleen in Parijs waren er al meer dan 1.000 banen. De sport werd volgens dit boek zelf tijdelijk verboden in 1397 door de Parijse burgemeester omdat werklui er ’te veel tijd aan zouden verspillen’. 

Onderaan dit artikel zie je een filmpje waarin jeu de paume wordt gespeeld.  

Waar komen de woorden deuce en love vandaan? 

In geen enkele andere sport wordt een score van nul aangeduid als love. Waarom gebeurt dat wel in tennis? 

Waarschijnlijk heeft dat te maken met het vrijblijvende karakter van tennis. Bij veel sporten werd om geld gespeeld. Volgens de Oxford English Dictionary wordt met de term love waarschijnlijk gerefereerd aan ‘liefde voor het spel’. Bij tennis speelden de spelers om ‘niets’. Love werd daarom de aanduiding voor nul. 

Maar er zijn meer theorieën. Sommige historici geloven dat de term love een verbastering is van het Franse woord l’oeuff. Dat betekent ei. Een ei heeft de vorm van een nul. Het zou dus een ludieke manier zijn om nul punten aan te duiden.

En heel misschien heeft de term love zelfs een Nederlands tintje. Volgens de Nederlandse tennishistoricus Cees de Bondt zou het woord ‘love’ kunnen zijn ontstaan uit het Nederlandse woord ‘lof, oftewel . Hij schrijft erover in zijn boek Heeft yemant lust met bal, of met reket te spelen.

Hij geeft in het boek ook een verklaring voor de term deuce. Die is ontstaan uit de Franse term Être à deux de jeu, waarmee werd aangegeven dat je een game met twee punten verschil moet winnen. In het Engels werd dat afgekort tot deuce. 

de oorsprong van tennis kun je hier zien

En nog even over jeu de paume. Het spel dat de basis voor tennis heeft gelegd wordt nog steeds door enkele fanatiekelingen gespeeld, vooral in Frankrijk, maar ook door deze Nederlandse vrouw. Hieronder zie je een filmpje waarin de regels van het spel worden uitgelegd.

Let ook op de prachtige historische baan en de omgeving.

Vond je het leuk om over de geschiedenis van tennis te lezen? Verwijs andere tennissers dan naar deze pagina, bijvoorbeeld via de website van je tennisclub.

Meer geschiedenisvragen: Waarom zeggen we eigenlijk ‘gezondheid’ als iemand niest?

Dit simpele namenspel stimuleert je geheugen op 3 manieren

D
namenspel-spelen

Nooit gedacht dat ik ooit een positief stukje over een namenspel zou schrijven. Als student ergerde ik me tijdens de kennismakingsweken kapot aan de ‘kinderachtige’ spelletjes. Maar deze week besefte ik hoe kortzichtig dat was. 

Ik deed vrijdagavond mee aan een proefles theatersport met 14 mensen die ik nooit eerder had gezien. We speelden een spelletje om elkaars namen te leren kennen. En opeens me iets te dagen. 

Toevallig had ik een paar dagen eerder een blogje geschreven over de werking van het geheugen. En in dit het namenspel met de titel Ik ga op reis gebruikten we één van de meest effectieve geheugentechnieken die ik daarin had beschreven. Na een kwartier kende ik alle namen van de deelnemers uit mijn hoofd door terug te denken aan specifieke momenten in het spel. 

Hieronder leg ik uit hoe dit namenspel werkt en wat er in je brein gebeurt als je het speelt. 

Namenspel: ik ga op reis 

De regels van het spel zijn simpel. Alle deelnemers gaan in een kring staan en de eerste persoon zegt: ‘Ik ben (naam). Ik ga op reis, en ik neem mee…”

Vervolgens roept deze deelnemer de naam van een voorwerp. En dat voorwerp moet diegene ook uitbeelden. Ik zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: “Ik ben Dennis. Ik ga op reis en ik neem mee: een tennisracket.” Vervolgens doe ik net alsof ik met een tennisracket een bal wegsla. 

Nu is de volgende aan de beurt. Deze deelnemer stelt zichzelf voor en zegt: Ik ga op reis en ik neem mee..” Maar voordat de persoon een eigen voorwerp noemt en uitbeeldt, herhaalt hij of zij eerst de naam en het voorwerp van alle personen die eerder aan de beurt zijn geweest.

Ook beelden deelnemers steeds alle voorwerpen van hun voorgangers nog een keer uit. Hieronder lees je een voorbeeld van hoe dit namenspel zou kunnen verlopen.

Van dennis tot hassan

Stel, na mij komt Mara aan het woord. Dan zegt ze: “Ik ben Mara. Ik ga op reis en ik neem mee: Dennis en zijn tennisracket. En mijn zonnebril.” Tijdens het praten beeldt ze eerst het tennisracket uit, en dan de zonnebril. 

Daarna komt Hassan aan het woord. Hij zegt: “Ik ben Hassan. Ik ga op reis en ik neem mee: Dennis en zijn tennisracket, Mara en haar zonnebril en mijn tandenborstel.” Tijdens het praten beeldt hij het tennisracket, de zonnebril én de tandenborstel uit.  

Wat is de slimme geheugentechniek in dit spel? 

Gedurende dit namenspel moeten de deelnemers dus een steeds langere lijst van namen opzeggen, en de daaraan gekoppelde voorwerpen uitbeelden. Daarmee wordt het brein van de deelnemers op een slimme manier gestimuleerd. 

Informatie blijft namelijk beter hangen in het menselijk geheugen als het op meerdere manier wordt aangeboden. Als je alleen iemands naam hoort, dan wordt dat alleen opgeslagen in je zogenoemde semantische geheugen. Dat is je geheugen voor feitelijke kennis, zoals namen en data.

namen onthouden met 3 geheugentypes

Maar wat gebeurt er als je een verhaaltje met een voorwerp koppelt aan een naam, zoals ‘Dennis neemt zijn tennisracket mee op vakantie’. Een naam wordt dan niet alleen opgeslagen in het semantisch geheugen, maar ook in het zogenoemde episodisch geheugen, waarin je gebeurtenissen opslaat.

Je kunt je de naam daardoor later makkelijker oproepen in je geheugen, door aan het verhaaltje te denken. Zogenoemde geheugenatleten gebruiken deze techniek vaak om grote hoeveelheden informatie te onthouden.    

Maar het namenspel gaat nog een stapje verder. Doordat je steeds een beweging koppelt aan elke naam, betrek je ook het spiergeheugen bij het proces. Daardoor worden de namen van alle deelnemers ook gekoppeld aan een beweging.

Je verankert een naam met dit namenspel dus op drie manier in je geheugen. Als je fanatiek meedoet zul je de informatie veel beter onthouden dan bij een gewoon voorstelrondje. En het is geschikt voor alle leeftijden: van kleuters tot kinderen van groep 3 tot groep 8, middelbare scholieren, studenten en mannen van 40 zoals ik.

Kortom: als ik ooit een kennismakingsweek van studenten begeleid, zal ik dit namenspel spelen, ook al had ik er zelf een hekel aan. 

Lees ook:
– Je geheugen trainen? Met deze 3 technieken werd een Nederlander geheugengrootmeester

Waarom zeg je ‘gezondheid’ als iemand niest?

W
waarom-zeg-je-gezondheid-na-niezen

Vanochtend fietste ik naar het station van Delft. De zon scheen in mijn gezicht, en dan moet ik altijd niezen, vaak en hard. Zeker drie fietsers die me passeerden riepen hard ‘gezondheid!‘. Ik moest denken aan een stuk dat ik ooit voor het tijdschrift Quest schreef over de vraag: waarom wensen we iemand ‘gezondheid’ toe na het niezen? Hieronder lees het antwoord dat ik destijds schreef.

Waarom zeg je ‘gezondheid!’

De kreet ‘gezondheid!’ hebben we waarschijnlijk te danken aan paus Gregorius I. Toen Gregorius in 590 na Christus aan de macht kwam, was er net een epidemie van de pest uitgebroken in Rome. Niemand had destijds een idee van wat de ziekte veroorzaakte, en hoe het je het kon krijgen. De kreet ‘gezondheid!’ ontstond uit bijgeloof.

In de hoop de ziekte tegen te houden, spoorde de paus zijn onderdanen aan om hardop om een zegening van god te vragen wanneer ze werden geconfronteerd met de pest. Niezen werd in de middeleeuwen gezien als een eerste symptoom van de pest. Ook waren mensen als de dood voor rondvliegend speeksel. En dus ontstond er al snel een nieuw ritueel.  

Gezondheid na niezen: Kyri eleison

Niezende mensen werden begroet met de Latijnse spreuk ‘Kyri eleison’. Dat betekent ‘Heer ontferm u’, of – iets vrijer vertaald: ‘Gezondheid!’. Met deze kreet vroegen omstanders dus in feite aan god om mededogen voor de niezende persoon.

En in feite doen we dat vandaag de dag nog steeds. De kreet gezondheid is door het advies van Paus Gregorius uitgegroeid tot een traditie waar we ons in de eenentwintigste eeuw nog steeds aan houden.

Je zou dus kunnen zeggen dat de mensen die mij vandaag voor het station van Delft ‘gezondheid’ toewensten zijn beïnvloed door pestepidemie in de zesde eeuw na Christus.

Quest maakte uiteindelijk dit geweldige filmpje bij de vraag: waarom zeg je gezondheid als iemand niest?

Lees ook:

– Hoe ontstaat een ochtenderectie eigenlijk?

Episodisch geheugen: hierdoor kun je tijdreizen in je hoofd

E

Wat is je episodisch geheugen? Het is eenvoudig om dat te ervaren. Sterker nog: als je de volgende zin leest gaat het vanzelf. Kun je je eerste zoen nog herinneren? Waarschijnlijk weet je nog precies waar je was, wat je zag, en hoe het voelde. Of je nu op het schoolplein stond, in een steegje of in een discotheek. 

In dit artikel lees je alles over het episodisch geheugen, een onderdeel van je langetermijngeheugen. Waar zit het? Hoe werkt het?  Hoe gebruik je het? En hebben dieren het ook, of is het een unieke menselijke eigenschap? 

Lees hier hoe het kortetermijngeheugen werkt

Wat is episodisch geheugen? 

Dit is het deel van je geheugen dat ervoor zorgt dat je persoonlijke gebeurtenissen in gedachten opnieuw kunt beleven. Of het nu je eerste zoen is, je vakantie van vorig jaar, of het moment waarop je gisteren de vaatwasser inruimde.

De term episodisch geheugen werd in 1973 bedacht door de Canadese wetenschapper Endel Tulving om onderscheid te maken tussen de verschillende soorten informatie die je in kunt opslaan en ophalen in je geheugen. 

Je geheugen bevat bijvoorbeeld ook veel feitelijke kennis. Wat is bijvoorbeeld de hoofdstad van Bulgarije? Als je die vraag in je hoofd beantwoordt, spreek je volgens de theorie van Endel het zogenoemde semantische geheugen aan, dat vooral voor weetjes en feitjes dient.  Het is trouwens Sofia 😉

Het episodisch geheugen bevat vooral persoonlijke herinneringen. Het gaat over jouw leven en de gebeurtenissen die zijn gelinkt aan een bepaalde plaats en tijd. 

Tijdreizen in je hoofd

Als je informatie ophaalt in dit geheugentype reis je als het ware terug in je leven. Je ziet een belevenis weer voor je, vanuit het perspectief van toen. 

De herinneringen die worden geactiveerd door het episodisch geheugen hebben vaak een verhalende vorm. Je beleeft ze als een soort korte scènes uit een film, vanuit je eigen gezichtspunt.   

Vaak herinner je je maar korte flarden van een gebeurtenis: vooral de dingen die indruk maakten, of die anders gingen dan normaal. 

Je vergeet deze ‘episodes’ gemakkelijk weer. Maar de herinneringen kunnen ook op elk moment weer worden geactiveerd, vaak onverwachts.  Bijvoorbeeld door iemand die iets zegt of doet, door een geur, een foto, een opvallende auto die voorbij rijdt, of een kledingstuk dat je aantrekt. Het episodisch geheugen draait altijd op de achtergrond mee, en onderbreekt je gedachten als het wordt geactiveerd. 

Waar zit het episodisch geheugen en hoe werkt het? 

Steeds als je iets meemaakt, wordt die gebeurtenis weggeschreven in het episodisch geheugen. Maar dat gebeurt niet op één aanwijsbare plek in je brein. Er zijn meerdere hersendelen bij betrokken. 

Eén daarvan is de prefrontale cortex, oftewel het voorste deel van de hersenen. Maar ook hersengebieden in de temporale kwabben – aan de zijkanten van de hersenen – spelen een grote rol. Hierin ligt ook de hippocampus, een gekromde structuur die zowel het langetermijngeheugen als het kortetermijngeheugen aanstuurt. 

Mensen bij wie deze hersendelen beschadigd raken, hebben vaak geen herinnering meer aan gebeurtenissen – maar verder werkt hun geheugen nog wel.

Voorbeeld: een fotografe verliest haar episodisch geheugen

Stel: een vrouw met een beschadigd episodisch geheugen is van beroep fotografe. Dan weet zij nog goed wat een fototoestel is, en hoe zo’n apparaat werkt. Maar als de vrouw een nieuw fototoestel heeft gekocht en dat de volgende dag ziet, kan ze zich niet herinneren waar het vandaan komt. Ze is vergeten dat ze het apparaat zelf heeft gekocht.

Kortom: haar semantische geheugen werkt uitstekend: ze weet wat een fototoestel is. Maar doordat haar episodische geheugen hapert, kan ze zich de gebeurtenis die bij het specifieke fototoestel hoort niet meer herinneren. . 

Als je geheugen wél goed functioneert, werken het semantisch geheugen en het episodisch geheugen samen om je herinneringen compleet te maken. Je onthoudt dan niet alleen feitelijke kennis maar ook de verhalen die erbij horen.  

en beroemde patiënt: Henry Molaison (MH)

De beroemdste patiënt met een niet-functionerend episodisch geheugen is Henry Gustav Molaison, een Britse man die van 1926 tot 2008 leefde.  Zijn medische geschiedenis heeft wetenschappers geholpen om het menselijk geheugen beter te begrijpen. 

Henry Molaison (zijn naam wordt vaak afgekort tot MH) liep op 7-jarige leeftijd hersenschade op bij een val met zijn fiets. Hij kreeg daardoor last van epileptische aanvallen. Op zijn 27e werd de epilepsie zo erg dat chirurgen maar één oplossing konden bedenken: ze verwijderden grote delen van zijn temporale kwab en de hippocampus. 

Dat had grote gevolgen voor zijn geheugen. MH maakte geen herinneringen meer aan van nieuwe gebeurtenissen in zijn leven. Maar gek genoeg kon hij zich zijn leven vóór de operatie nog haarscherp herinneren. 

Inmiddels weten we dat zijn episodisch geheugen door de chirurgische ingreep stopte met werken. 

Is het episodisch geheugen uniek voor mensen?

Gedeeltelijk wel. Volgens Endel Tulving’s theorie over het episodisch geheugen is het in ieder geval vrijwel onmogelijk om te controleren of dieren erover beschikken. 

Om het te bewijzen zou je dieren moeten vragen naar belevenissen uit het verleden. Maar geen enkele diersoort kan daar antwoord op geven, omdat mensen en dieren geen gemeenschappelijke taal hebben. 

Toch zijn er wel aanwijzingen dat sommige dieren zich bepaalde gebeurtenissen kunnen herinneren. Zo lijken bijvoorbeeld apen en bepaalde vogels zich te kunnen herinneren in welke gebieden ze al eerder naar voedsel hebben gezocht. En honden lijken zelfs te onthouden welke gebeurtenissen ze hebben meegemaakt met hun baasje.

De vraag is wel of ze zich zo’n gebeurtenis even levendig kunnen herinneren als mensen, en of ze dus ook mentaal kunnen tijdreizen. Dat moet onderzoek uitwijzen.

Dat dieren in ieder geval een goed geheugen hebben, staat vast. Beroemd is dit filmpje waarin een gorilla zijn oude verzorger ontmoet. Hij herkent hem meteen. Zou hij terugdenken aan belevenissen uit zijn jeugd? 

Lees ook:
– Met deze 3 geheugentechnieken kweek je een supergeheugen
– Onthouden: zo werkt je kortetermijngeheugen

Onthouden: zo werkt je kortetermijngeheugen

O
kortetermijngeheugen-afbeelding

Mijn kortetermijngeheugen lijkt af en toe een zeef. Laatst gaf ik een schrijfcursus. Voor aanvang stelde een cursist zich aan me voor. Ik gaf haar een hand, maar een minuut later was ik haar naam alweer vergeten. 

Natuurlijk heeft iedereen wel eens zo’n moment. Maar ik vroeg me toch af: waarom kan ik die naam niet gewoon onthouden? En dus begon ik met de verdiepen in de wetenschap achter deze gebeurtenis. 

In dit artikel lees je alles over de werking van je kortetermijngeheugen. Waar in je brein zit het? Hoe werkt het? Hoeveel informatie kun je erin opslaan? Op welke leeftijd treedt er verlies van kortetermijngeheugen op. En met welke trucs en trainingsmethodes kun je dat voorkomen? 

Lees hier hoe het episodisch geheugen (een onderdeel van het langetermijngeheugen) werkt

Wat is het kortetermijngeheugen? 

Dit is het onderdeel van je geheugen dat je gebruikt om een kleine hoeveelheid informatie korte tijd op te slaan. Dat kan een naam zijn die je net hebt gehoord, of een telefoonnummer dat iemand net heeft opgelezen of heeft laten zien.  

Maar andere informatie die je via je zintuigen binnenkrijgt, kun je ook opslaan in het kortetermijngeheugen. Denk bijvoorbeeld aan: een foto die iemand je snel laat zien, de smaak van een snoepje, een geur of een geluid. 

Als je zo’n naam een minuut later herhaalt, of een geur probeert te beschrijven die je net hebt geroken, dan gebruik je daarbij je kortetermijngeheugen. 

Waar zit het kortetermijngeheugen?

Je kortetermijngeheugen zit niet op één plek in je brein. Laten we aan de hand van een voorbeeld kijken waar in je hersenen de verschillende onderdelen hun werk doen. Stel je probeert de geboortedatum van Oprah Winfrey te onthouden: 29-01-1954.

Als je die datum in je geheugen prent, worden er eerst hersencellen actief in het voorste gedeelte van je brein, de prefrontale cortex

Maar die cellen beginnen al snel te communiceren met hersencellen die dieper in je brein liggen, in de zogenoemde hippocampus. Dat is een kromme hersenstructuur die vanwege die vorm ook wel ‘het zeepaardje’ wordt genoemd.  

En volgens sommige wetenschappers zijn er cellen uit meer hersendelen bij betrokken, zoals de pariëtale kwab in een gebied dat de grote hersenen wordt genoemd.  Die wisselwerking tussen cellen op verschillende plekken in je brein  zorgt ervoor dat je een één of twee minuten later de geboortedatum van Oprah Winfrey nog kan reproduceren. 

Weet je de datum nog? 

Hoeveel informatie kun je opslaan? 

Wetenschappers dachten lange tijd dat het kortetermijngeheugen een limiet had: een beperkt aantal ‘slots’ waarin je informatie kunt opslaan. Die theorie staat bekend als: het magische nummer zeven, plus of min twee

Hoe zit dat? De beroemde psycholoog George Miller, werkzaam aan Princeton University, stelde in 1954 met verschillende experimenten vast dat mensen maximaal zeven objecten, cijfers of woorden konden opslaan in hun kortetermijngeheugen. Alles boven dat aantal zouden we meteen weer vergeten. Deze wet van Miller wordt nog steeds aangehaald in veel psychologieboeken en op Wikipedia. 

Maar inmiddels is gebleken dat deze theorie niet klopt. En dat is mede te danken aan een Nederlander. 

De Nederlandse wetenschapper Ronald van den Berg heeft ontdekt dat het kortetermijngeheugen juist erg flexibel is. Ik sprak hem voor het weekblad Intermediair over deze studie. En hij had goed nieuws. Volgens hem kunnen we veel meer dan zeven objecten onthouden. “Zeker twintig of dertig”, zegt hij. “Misschien is er zelfs helemaal geen limiet. Het is alleen zo dat hoe meer objecten je probeert te onthouden, hoe minder gedetailleerd de herinnering wordt.”

Dingen onthouden is als planten water geven

Van den Berg kwam tot zijn bevindingen door proefpersonen een groot aantal cirkels in verschillende kleuren te tonen op een computerscherm. Na een paar seconden verdwenen de objecten en moesten de deelnemers aangeven welke kleur cirkel ze hadden gezien op een bepaalde plek op het scherm.    

Uit het onderzoek bleek dat er geen duidelijke grens was voor het aantal cirkels dat mensen konden onthouden. Wel maakten ze iets meer fouten naarmate er meer kleuren op het scherm verschenen. 

“Hoe meer objecten je wil onthouden, hoe meer je je aandacht moet verdelen, daardoor onthoud je dingen over het algemeen minder goed”, aldus Van den Berg. “Het is net als met planten water geven: hoe meer planten je hebt, hoe minder water je elke plant kunt geven.” 

Hoe sla je dingen uit je kortetermijngeheugen blijvend op? 

Hoe langer je informatie in je kortetermijngeheugen houdt, hoe groter de kans dat je die informatie ook op de lange termijn onthoudt. Maar daarbij moet je wel een beetje creatief te werk gaan. Dat is tenminste het advies van hoogleraar en geheugendeskundige Jaap Murre van de Universiteit van Amsterdam.

Volgens hem zijn er trucjes om je kortetermijngeheugen te stimuleren om informatie te verplaatsen naar het langetermijngeheugen. Je dan wel wel één probleem omzeilen. Je hersenen raken snel verveeld. 

“Als je bijvoorbeeld een naam van iemand wilt onthouden, dan helpt het niet om die constant op dezelfde manier in je hoofd te herhalen”, zegt Jaap Murre. “Je brein raakt dan verzadigd en afgestompt.” 

Hoe moet het dan wel? “Je kunt de naam beter in stukjes breken, of associaties maken”, vertelt Murre. “Als ik de achternaam Rijnvis (van de schrijver van dit artikel, red.) wil onthouden, zou ik bijvoorbeeld kunnen denken aan een vis die uit een rivier springt. Op die manier ontstaan er vermoedelijk extra connecties in de hersenen, zodat de kans groter is dat de naam in het langetermijngeheugen wordt opgeslagen.” 

Lees hier 3 van zulke geheugentechnieken waarmee een Nederlandse ‘geheugenatleet’ de wereldtop haalde

Verlies van geheugen door ouderdom?

Gaat ons kortetermijngeheugen achteruit door ouderdom? Het antwoord is helaas ‘ja’. En er is nog meer slecht nieuws: het verval begint al vroeg. Dat blijkt uit gegevens van de door de Universiteit van Amsterdam georganiseerde Nationale Geheugentest (28.000 deelnemers).  Jaap Murre biedt inzicht in de uitslag.

“Mensen tussen de 16 en 18 jaar presteren het beste bijvoorbeeld bij het onthouden van plaatjes, zoals je bij memory doet”, zegt hij. “Na die leeftijd raakt het visuele geheugen al in verval. Je verbale geheugen, dus het vermogen om woorden te onthouden, bereikt zijn piek iets later: rond je 25e jaar.” 

De achteruitgang verloopt wel heel geleidelijk. “Pas op je vijftigste begin je er langzaam iets van te merken”, aldus Murre. “Mensen die tegen zeventig lopen krijgen vaak echt geheugenproblemen: ze vergeten waar ze spullen hebben neergelegd. Ook kunnen ze niet meer op bepaalde woorden of uitdrukkingen komen.” 

Kan geheugentraining helpen dit verlies voorkomen? 

Alleen als de oefeningen zeer gevarieerd zijn. “Uit een studie die we net hebben uitgevoerd blijkt dat het niet helpt om alleen heel veel sudoku’s te maken, of boodschappenlijstjes uit je hoofd te leren”, zegt Murre. “Je wordt daar op een gegeven moment wel bedreven in, maar dan leert je brein gewoon een trucje. Training helpt alleen als je het geheugen over de hele linie stimuleert. Dat betekent rekenopdrachten afwisselen met taaloefeningen en puzzels, en dat snel na elkaar, elke dag.”

Maar kun je dan alleen maar keihard blokken om je kortetermijngeheugen tot op hoge leeftijd in goede staat te houden. Nee, ook sporten of wandelen kan helpen, zo blijkt uit onderstaand filmpje van professor Erik Scherder. Wat niet helpt is lang achter je computer zitten 😉

En er is nog een troost. Uit een Amerikaanse studie blijkt dat zelfs het kijken naar humoristische filmpjes kan helpen om de achteruitgang tegen te gaan. Dus niet getreurd, gewoon even naar Youtube straks 😉 

Met deze 3 geheugentechnieken werd een nederlander geheugenkampioen

M
geheugen-trainen-2

Je geheugen trainen hoeft niet moeilijk te zijn. Met speciale geheugentechnieken slagen zogenoemde geheugenatleten erin om ongelooflijke hoeveelheden informatie te onthouden. 

De Nederlander Rick de Jong is zo’n geheugenatleet. Hij kan binnen twee minuten de volgorde van een door elkaar geschud pak speelkaarten uit zijn hoofd leren. En als hij een uur de tijd krijgt, lukt het hem zelfs om tien gehusselde pakken kaarten memoriseren.  Binnen een uur kan hij ook een reeks van duizend getallen onthouden. 

De Jong mag zich daarom geheugengrootmeester noemen. Dat is een titel die aan slechts 200 mensen op aarde is toegekend. Hij heeft al meerdere keren meegedaan aan het wereldkampioenschap voor geheugenatleten. En hij verbrak in  2015 een Europees geheugenrecord door 22612 decimalen van het wiskundig getal Pi uit zijn geheugen op te noemen.

(Lees ook: hoe werkt je kortetermijngeheugen eigenlijk?)

je geheugen trainen? dit zijn 3 technieken

Maar Rick de Jong profiteert ook in het dagelijks leven van zijn tot in de puntjes getrainde geheugen. Namen onthouden is voor hem bijvoorbeeld een eitje. Dat vertelde hij me in een interview dat ik met hem deed voor de Volkskrant.

“Ik vergeet in principe nooit een naam na een ontmoeting”, zei De Jong. “Binnen een kwartier kan ik de voor- en achternamen van 47 nieuwe mensen in mijn geheugen prenten, zeg maar anderhalve schoolklas.”

Hieronder lees je de 3 belangrijkste technieken die hij gebruikt om zijn geheugen te trainen. Handig voor als je zelf een effectieve manier van geheugentraining zoekt.

1 – Naamsprookjes

Dit is de beste geheugentechniek om namen te onthouden

Het geheim van je geheugen trainen is je fantasie op de juiste manier gebruiken.  “Namen zijn abstracte dingen”, zegt Rick de Jong. “Ons geheugen kan er weinig mee, tenzij je ze interessant maakt.” Hij adviseert om tijdens een ontmoeting snel een absurdistisch verhaal rond iemands naam te verzinnen. Je onthoudt namen dan veel gemakkelijker. 

“Stel: ik ontmoet iemand die Dennis Rijnvis (de auteur van dit artikel) dan stel ik me voor dat hij in de rivier de Rijn zwemt en een vis in zijn mond heeft. Dat is zo’n gek beeld dat het je bijna meteen weer te binnen zal schieten als je hem weer ontmoet.” 

Op het WK Geheugen paste De Jong deze techniek met succes toe. Hij was een van de best scorende deelnemers op het onderdeel namen onthouden. 

Maar ook voor een doodgewone naam kun je een sprookje verzinnen, als je maar creatief bent.  “Iemand die Johan Bos heet, koppel ik misschien aan Johan Cruijff”, zegt De Jong. “Dan stel ik me voor dat Johan Cruijff over een bos heen springt. Als ik die persoon en tweede keer ontmoet, schiet zijn achternaam me vanzelf weer te binnen: Oh ja, dat is Johan die over een bos heen springt: Johan Bos.’     

2 – De reismethode

Met deze vorm van geheugentraining onthoud je boodschappenlijstjes en presentaties

Als Rick de Jong een boodschappenlijstje wil onthouden, creëert hij bizarre beelden in zijn hoofd: een fles cola op een kerktoren, een pak spinazie op een parkeerplaats, een blik doperwten bij een stoplicht. “Het idee van die techniek is dat je dingen die je wilt onthouden in gedachten langs een route legt die je goed kent, zoals je een wandelingetje door je huis of de wijk waarin je woont. Ze blijven dan beter hangen”, legt hij uit. 

 De zogenoemde reismethode wordt door geheugenatleten gebruikt om lange lijsten van historische gebeurtenissen en getallen te onthouden. Zo lukte het Rick de Jong om met behulp van de techniek een getallenreeks van 218 cijfers in zijn hoofd te stampen op het WK geheugen. Maar de reismethode werkt ook als je de hoofdpunten wilt onthouden van een presentatie die je moet geven.” 

Stel: je wilt in een praatje geven over de grootste Europese steden – van klein naar groot. Ter voorbereiding maak je dan een denkbeeldige tocht door je huiskamer. Je stelt je voor dat je een voetballer van Real Madrid in de gang zet, plaatst de eiffeltoren (Parijs) op de wc en zet je in je verbeelding de Tower Bridge (Londen) in je huiskamer. ‘Die beelden blijven hangen”, aldus De Jong. “Tijdens het geven van die presentatie maak je de wandeling opnieuw in gedachten en komen de steden als vanzelf boven in je geheugen.” 

De reismethode vereist wel veel training. “Hoe meer je oefent, hoe meer je ermee kunt onthouden.” Een groot huis is niet noodzakelijk. “Omdat ik zelf vaak extreem veel probeer te onthouden, maak ik in mijn hoofd zeer lange wandelroutes door mijn woonplaats Oss”, zegt De Jong. 

3 – Het nummervormsysteem:

Met deze geheugentechniek onthoud je belangrijke data 

Weinig slippertjes van je geheugen kunnen je zo  in problemen brengen als het vergeten van je trouwdatum, of de verjaardag van je geliefde. Gelukkig kun je je geheugen trainen met het nummervormsysteem. In dat systeem staat elk cijfer voor een voorwerp dat bij de vorm past. “Dat werkt goed omdat je geheugen nu eenmaal meer kan met beelden dan met cijfertjes”, zegt De Jong.  

Een nul onthoud je bijvoorbeeld  als een bal, de 2 als een zwaan, een 6 staat voor een olifantenslurf en een 9 voor een ballon aan een touwtje. “Als je een datum moet onthouden kun je de vormen van de vier cijfers combineren tot één groot beeld”, aldus Rick De Jong. 

geheugen trainen? Zo gebruik je het nummervormsysteem

Hieronder zie je een overzicht van het nummervormsysteem met daaronder een voorbeelddatum om te onthouden.  Handig voor als je deze vorm van geheugentraining serieus wil proberen.  

Getal – Bijpassend beeld in geheugen

0 – een bal of ring
1 – een pen, of kaars
2 – een zwaan of slang
3 – handboeien of lippen
4 – een vlag of een zeilbootje
5 – een zeepaardje of een anker
6 – een olifantenslurf of een golfclub
7 – een boomrang, of een steile rots
8 – een sneeuwpop of een bril
9 – een ballon aan een touwtje of een monocle (bril met één glas)

Zo onthoud je een datum met dit systeem

Dus: stel je wil nooit meer vergeten dat je op 26-01-99 bent getrouwd. Dan kun dat onthouden door door het beeld van een zwaan naast een olifant die tegen een bal trapt en daarmee een brandende kaars wegschiet in de richting van twee ballonnen. “Dit soort beelden zijn zo zo levendig dat ze je veel beter bijblijven dan een datum”, zegt De Jong. “Ga er gewoon mee oefenen. Je geheugen trainen wordt veel makkelijker als je dit onder de knie hebt.”

Lees ook:

Wat eten dolfijnen? hun dieet heeft een wrede kant

W

Het lievelingskostje van dolfijnen is octopus. Maar ze moeten hard werken om deze inktvissen te kunnen eten. 

Als je dit stuk uit de New York Times leest, besef je meteen hoeveel moeite de dieren moeten doen voor hun favoriete hapje. Het artikel begint met deze zin. Stel je voor: je hebt geen armen en je wil je tanden zetten in een levende octopus, die zijn tentakels rond je hoofd klemt. 

Hoe lossen dolfijnen dat op? Ze klemmen de octopussen eerst tussen hun tanden, en slaan ze de dieren dood op het wateroppervlak. Daarmee gaan ze net zo lang door totdat er alleen kleine stukjes overblijven. Die peuzelen ze daarna rustig op. 

Nee, dolfijnen zijn niet altijd schattig. Ze moeten ook eten. Dolfijnen jagen op talloze waterdieren. Hieronder zet ik hun belangrijkste voedingsbronnen op een rij. 

Wat eten dolfijnen? 

Ongeveer 95 procent van het dieet van dolfijnen bestaat uit vis. Dat blijkt uit een onderzoek van Spaanse wetenschappers die dolfijnen voor de kust van Cadiz in de gaten hielden. 

Maar soms kiezen de dieren voor afwisseling. Naar schatting 3 procent van hun voeding bestaat uit schaaldieren, zoals krabben en kreeften. Octopussen maken ongeveer 1,5 procent van hun dieet uit. Ook weekdieren zoals kwallen staan soms op hun menu.  

Als je specifiek wil weten wat dolfijnen eten, dan geeft deze lijst een aardig beeld. Deze vissen,  zijn vaak een prooi voor de kleine walvisachtigen.

  • Haring
  • Zaagvis
  • Kabeljauw
  • Heek 
  • Karper
  • Paling 
  • Makreel 
  • Sardientjes
  • Ansjovis
  • Garnalen
  • Krabben
  • Octopusse
  • Kwal

Wanneer eten dolfijnen? 

Dolfijnen eten meestal ‘s nachts of in de vroege ochtend. Hun leefritme is omgekeerd aan dat van mensen. Als de nacht valt, gaan de dieren jagen in grote groepen. Ik interviewde daar ooit dolfijnen-expert Liz Slooten over voor de Volkskrant.  (Hier vertelt ze waarom je beter niet met dolfijnen kunt gaan zwemmen)

Ze zei: “Dolfijnen jutten elkaar ‘s nachts op met sprongen waarbij ze hun staart op het water laten klappen. Daarmee schreeuwen ze als het ware naar elkaar dat het tijd is om naar open zee te gaan om voedsel te zoeken en te eten.” 

Als ze ’s ochtends terugkomen, rusten de dieren totdat het weer nacht wordt. “Dat is hun natuurlijke leefritme. Ze zijn actief als wij slapen..”  

Hoe jagen dolfijnen? 

Dolfijnen sporen hun voedsel op met echolocatie. Ze maken piepende geluiden die weerkaatsen op hun omgeving. Aan de hand van die weerkaatsingen bepalen de dieren waar een prooi zoals een krab, vis of octopus zich bevindt. 

Dolfijnen kunnen met echolocatie ook inschatten hoe groot dieren zijn en hoe snel ze zwemmen. 

Als ze besluiten om vissen op te jagen, drijven ze hun prooien bijeen door samen te werken.  Soms wroeten dolfijnen bijvoorbeeld met hun staart in de zeebodem zodat er zandwolken in het water ontstaan. Voorbij zwemmende vissen raken dan hun richtingsgevoel kwijt. De dolfijnen maken daar slim gebruiken van en ‘happen’ hun prooien eenvoudig uit het water.  Hieronder zie je daar een geweldig filmpje van.

Hoe eten dolfijnen hun prooien op

De meeste dolfijnen hebben 100 tot 200 scherpe tanden. Maar dat gebit gebruiken ze vaak niet om hun maaltijden op te eten. Als de dieren vis eten, slikken ze hun prooi gewoon in één keer door. 

Hun gebit bewaren ze voor moeilijk eetbare hapjes zoals octopussen. Als het niet goed lukt om deze dieren kapot te slaan op het wateroppervlak, scheuren dolfijnen ze met hun kiezen in kleinere stukjes. 

En soms spelen dolfijnen ook met hun eten, net als kleine kinderen. Dat kun je zien in onderstaande video waarin een meeuw wordt uitgedaagd. 

Lees ook:

Wetenschap van het dagelijks leven

Even voorstellen: Dennis Rijnvis

Als ik een stripheld zou zijn, zou ik er waarschijnlijk uitzien als op deze tekening. Mijn naam is Dennis Rijnvis. Ik ben schrijver, blogger en schreef als wetenschapsjournalist voor Quest en De Volkskrant. Op deze website deel ik inzichten over wetenschap, geschiedenis en zelfontwikkeling.

Op mijn andere blog Schrijfvis, geef ik schrijftips en advies voor storytelling.

Recente berichten

Recente reacties

Archieven

Categorieën

Meta