Nuttige en nutteloze feitjes
Archief

mei 2022

m

Waarom zeg je ‘gezondheid’ als iemand niest?

W
waarom-zeg-je-gezondheid-na-niezen

Vanochtend fietste ik naar het station van Delft. De zon scheen in mijn gezicht, en dan moet ik altijd niezen, vaak en hard. Zeker drie fietsers die me passeerden riepen hard ‘gezondheid!‘. Ik moest denken aan een stuk dat ik ooit voor het tijdschrift Quest schreef over de vraag: waarom wensen we iemand ‘gezondheid’ toe na het niezen? Hieronder lees het antwoord dat ik destijds schreef.

Waarom zeg je ‘gezondheid!’

De kreet ‘gezondheid!’ hebben we waarschijnlijk te danken aan paus Gregorius I. Toen Gregorius in 590 na Christus aan de macht kwam, was er net een epidemie van de pest uitgebroken in Rome. Niemand had destijds een idee van wat de ziekte veroorzaakte, en hoe het je het kon krijgen. De kreet ‘gezondheid!’ ontstond uit bijgeloof.

In de hoop de ziekte tegen te houden, spoorde de paus zijn onderdanen aan om hardop om een zegening van god te vragen wanneer ze werden geconfronteerd met de pest. Niezen werd in de middeleeuwen gezien als een eerste symptoom van de pest. Ook waren mensen als de dood voor rondvliegend speeksel. En dus ontstond er al snel een nieuw ritueel.  

Gezondheid na niezen: Kyri eleison

Niezende mensen werden begroet met de Latijnse spreuk ‘Kyri eleison’. Dat betekent ‘Heer ontferm u’, of – iets vrijer vertaald: ‘Gezondheid!’. Met deze kreet vroegen omstanders dus in feite aan god om mededogen voor de niezende persoon.

En in feite doen we dat vandaag de dag nog steeds. De kreet gezondheid is door het advies van Paus Gregorius uitgegroeid tot een traditie waar we ons in de eenentwintigste eeuw nog steeds aan houden.

Je zou dus kunnen zeggen dat de mensen die mij vandaag voor het station van Delft ‘gezondheid’ toewensten zijn beïnvloed door pestepidemie in de zesde eeuw na Christus.

Quest maakte uiteindelijk dit geweldige filmpje bij de vraag: waarom zeg je gezondheid als iemand niest?

Lees ook:

– Hoe ontstaat een ochtenderectie eigenlijk?

Episodisch geheugen: hierdoor kun je tijdreizen in je hoofd

E

Wat is je episodisch geheugen? Het is eenvoudig om dat te ervaren. Sterker nog: als je de volgende zin leest gaat het vanzelf. Kun je je eerste zoen nog herinneren? Waarschijnlijk weet je nog precies waar je was, wat je zag, en hoe het voelde. Of je nu op het schoolplein stond, in een steegje of in een discotheek. 

In dit artikel lees je alles over het episodisch geheugen, een onderdeel van je langetermijngeheugen. Waar zit het? Hoe werkt het?  Hoe gebruik je het? En hebben dieren het ook, of is het een unieke menselijke eigenschap? 

Lees hier hoe het kortetermijngeheugen werkt

Wat is episodisch geheugen? 

Dit is het deel van je geheugen dat ervoor zorgt dat je persoonlijke gebeurtenissen in gedachten opnieuw kunt beleven. Of het nu je eerste zoen is, je vakantie van vorig jaar, of het moment waarop je gisteren de vaatwasser inruimde.

De term episodisch geheugen werd in 1973 bedacht door de Canadese wetenschapper Endel Tulving om onderscheid te maken tussen de verschillende soorten informatie die je in kunt opslaan en ophalen in je geheugen. 

Je geheugen bevat bijvoorbeeld ook veel feitelijke kennis. Wat is bijvoorbeeld de hoofdstad van Bulgarije? Als je die vraag in je hoofd beantwoordt, spreek je volgens de theorie van Endel het zogenoemde semantische geheugen aan, dat vooral voor weetjes en feitjes dient.  Het is trouwens Sofia 😉

Het episodisch geheugen bevat vooral persoonlijke herinneringen. Het gaat over jouw leven en de gebeurtenissen die zijn gelinkt aan een bepaalde plaats en tijd. 

Tijdreizen in je hoofd

Als je informatie ophaalt in dit geheugentype reis je als het ware terug in je leven. Je ziet een belevenis weer voor je, vanuit het perspectief van toen. 

De herinneringen die worden geactiveerd door het episodisch geheugen hebben vaak een verhalende vorm. Je beleeft ze als een soort korte scènes uit een film, vanuit je eigen gezichtspunt.   

Vaak herinner je je maar korte flarden van een gebeurtenis: vooral de dingen die indruk maakten, of die anders gingen dan normaal. 

Je vergeet deze ‘episodes’ gemakkelijk weer. Maar de herinneringen kunnen ook op elk moment weer worden geactiveerd, vaak onverwachts.  Bijvoorbeeld door iemand die iets zegt of doet, door een geur, een foto, een opvallende auto die voorbij rijdt, of een kledingstuk dat je aantrekt. Het episodisch geheugen draait altijd op de achtergrond mee, en onderbreekt je gedachten als het wordt geactiveerd. 

Waar zit het episodisch geheugen en hoe werkt het? 

Steeds als je iets meemaakt, wordt die gebeurtenis weggeschreven in het episodisch geheugen. Maar dat gebeurt niet op één aanwijsbare plek in je brein. Er zijn meerdere hersendelen bij betrokken. 

Eén daarvan is de prefrontale cortex, oftewel het voorste deel van de hersenen. Maar ook hersengebieden in de temporale kwabben – aan de zijkanten van de hersenen – spelen een grote rol. Hierin ligt ook de hippocampus, een gekromde structuur die zowel het langetermijngeheugen als het kortetermijngeheugen aanstuurt. 

Mensen bij wie deze hersendelen beschadigd raken, hebben vaak geen herinnering meer aan gebeurtenissen – maar verder werkt hun geheugen nog wel.

Voorbeeld: een fotografe verliest haar episodisch geheugen

Stel: een vrouw met een beschadigd episodisch geheugen is van beroep fotografe. Dan weet zij nog goed wat een fototoestel is, en hoe zo’n apparaat werkt. Maar als de vrouw een nieuw fototoestel heeft gekocht en dat de volgende dag ziet, kan ze zich niet herinneren waar het vandaan komt. Ze is vergeten dat ze het apparaat zelf heeft gekocht.

Kortom: haar semantische geheugen werkt uitstekend: ze weet wat een fototoestel is. Maar doordat haar episodische geheugen hapert, kan ze zich de gebeurtenis die bij het specifieke fototoestel hoort niet meer herinneren. . 

Als je geheugen wél goed functioneert, werken het semantisch geheugen en het episodisch geheugen samen om je herinneringen compleet te maken. Je onthoudt dan niet alleen feitelijke kennis maar ook de verhalen die erbij horen.  

en beroemde patiënt: Henry Molaison (MH)

De beroemdste patiënt met een niet-functionerend episodisch geheugen is Henry Gustav Molaison, een Britse man die van 1926 tot 2008 leefde.  Zijn medische geschiedenis heeft wetenschappers geholpen om het menselijk geheugen beter te begrijpen. 

Henry Molaison (zijn naam wordt vaak afgekort tot MH) liep op 7-jarige leeftijd hersenschade op bij een val met zijn fiets. Hij kreeg daardoor last van epileptische aanvallen. Op zijn 27e werd de epilepsie zo erg dat chirurgen maar één oplossing konden bedenken: ze verwijderden grote delen van zijn temporale kwab en de hippocampus. 

Dat had grote gevolgen voor zijn geheugen. MH maakte geen herinneringen meer aan van nieuwe gebeurtenissen in zijn leven. Maar gek genoeg kon hij zich zijn leven vóór de operatie nog haarscherp herinneren. 

Inmiddels weten we dat zijn episodisch geheugen door de chirurgische ingreep stopte met werken. 

Is het episodisch geheugen uniek voor mensen?

Gedeeltelijk wel. Volgens Endel Tulving’s theorie over het episodisch geheugen is het in ieder geval vrijwel onmogelijk om te controleren of dieren erover beschikken. 

Om het te bewijzen zou je dieren moeten vragen naar belevenissen uit het verleden. Maar geen enkele diersoort kan daar antwoord op geven, omdat mensen en dieren geen gemeenschappelijke taal hebben. 

Toch zijn er wel aanwijzingen dat sommige dieren zich bepaalde gebeurtenissen kunnen herinneren. Zo lijken bijvoorbeeld apen en bepaalde vogels zich te kunnen herinneren in welke gebieden ze al eerder naar voedsel hebben gezocht. En honden lijken zelfs te onthouden welke gebeurtenissen ze hebben meegemaakt met hun baasje.

De vraag is wel of ze zich zo’n gebeurtenis even levendig kunnen herinneren als mensen, en of ze dus ook mentaal kunnen tijdreizen. Dat moet onderzoek uitwijzen.

Dat dieren in ieder geval een goed geheugen hebben, staat vast. Beroemd is dit filmpje waarin een gorilla zijn oude verzorger ontmoet. Hij herkent hem meteen. Zou hij terugdenken aan belevenissen uit zijn jeugd? 

Lees ook:
– Met deze 3 geheugentechnieken kweek je een supergeheugen
– Onthouden: zo werkt je kortetermijngeheugen

Onthouden: zo werkt je kortetermijngeheugen

O
kortetermijngeheugen-afbeelding

Mijn kortetermijngeheugen lijkt af en toe een zeef. Laatst gaf ik een schrijfcursus. Voor aanvang stelde een cursist zich aan me voor. Ik gaf haar een hand, maar een minuut later was ik haar naam alweer vergeten. 

Natuurlijk heeft iedereen wel eens zo’n moment. Maar ik vroeg me toch af: waarom kan ik die naam niet gewoon onthouden? En dus begon ik met de verdiepen in de wetenschap achter deze gebeurtenis. 

In dit artikel lees je alles over de werking van je kortetermijngeheugen. Waar in je brein zit het? Hoe werkt het? Hoeveel informatie kun je erin opslaan? Op welke leeftijd treedt er verlies van kortetermijngeheugen op. En met welke trucs en trainingsmethodes kun je dat voorkomen? 

Lees hier hoe het episodisch geheugen (een onderdeel van het langetermijngeheugen) werkt

Wat is het kortetermijngeheugen? 

Dit is het onderdeel van je geheugen dat je gebruikt om een kleine hoeveelheid informatie korte tijd op te slaan. Dat kan een naam zijn die je net hebt gehoord, of een telefoonnummer dat iemand net heeft opgelezen of heeft laten zien.  

Maar andere informatie die je via je zintuigen binnenkrijgt, kun je ook opslaan in het kortetermijngeheugen. Denk bijvoorbeeld aan: een foto die iemand je snel laat zien, de smaak van een snoepje, een geur of een geluid. 

Als je zo’n naam een minuut later herhaalt, of een geur probeert te beschrijven die je net hebt geroken, dan gebruik je daarbij je kortetermijngeheugen. 

Waar zit het kortetermijngeheugen?

Je kortetermijngeheugen zit niet op één plek in je brein. Laten we aan de hand van een voorbeeld kijken waar in je hersenen de verschillende onderdelen hun werk doen. Stel je probeert de geboortedatum van Oprah Winfrey te onthouden: 29-01-1954.

Als je die datum in je geheugen prent, worden er eerst hersencellen actief in het voorste gedeelte van je brein, de prefrontale cortex

Maar die cellen beginnen al snel te communiceren met hersencellen die dieper in je brein liggen, in de zogenoemde hippocampus. Dat is een kromme hersenstructuur die vanwege die vorm ook wel ‘het zeepaardje’ wordt genoemd.  

En volgens sommige wetenschappers zijn er cellen uit meer hersendelen bij betrokken, zoals de pariëtale kwab in een gebied dat de grote hersenen wordt genoemd.  Die wisselwerking tussen cellen op verschillende plekken in je brein  zorgt ervoor dat je een één of twee minuten later de geboortedatum van Oprah Winfrey nog kan reproduceren. 

Weet je de datum nog? 

Hoeveel informatie kun je opslaan? 

Wetenschappers dachten lange tijd dat het kortetermijngeheugen een limiet had: een beperkt aantal ‘slots’ waarin je informatie kunt opslaan. Die theorie staat bekend als: het magische nummer zeven, plus of min twee

Hoe zit dat? De beroemde psycholoog George Miller, werkzaam aan Princeton University, stelde in 1954 met verschillende experimenten vast dat mensen maximaal zeven objecten, cijfers of woorden konden opslaan in hun kortetermijngeheugen. Alles boven dat aantal zouden we meteen weer vergeten. Deze wet van Miller wordt nog steeds aangehaald in veel psychologieboeken en op Wikipedia. 

Maar inmiddels is gebleken dat deze theorie niet klopt. En dat is mede te danken aan een Nederlander. 

De Nederlandse wetenschapper Ronald van den Berg heeft ontdekt dat het kortetermijngeheugen juist erg flexibel is. Ik sprak hem voor het weekblad Intermediair over deze studie. En hij had goed nieuws. Volgens hem kunnen we veel meer dan zeven objecten onthouden. “Zeker twintig of dertig”, zegt hij. “Misschien is er zelfs helemaal geen limiet. Het is alleen zo dat hoe meer objecten je probeert te onthouden, hoe minder gedetailleerd de herinnering wordt.”

Dingen onthouden is als planten water geven

Van den Berg kwam tot zijn bevindingen door proefpersonen een groot aantal cirkels in verschillende kleuren te tonen op een computerscherm. Na een paar seconden verdwenen de objecten en moesten de deelnemers aangeven welke kleur cirkel ze hadden gezien op een bepaalde plek op het scherm.    

Uit het onderzoek bleek dat er geen duidelijke grens was voor het aantal cirkels dat mensen konden onthouden. Wel maakten ze iets meer fouten naarmate er meer kleuren op het scherm verschenen. 

“Hoe meer objecten je wil onthouden, hoe meer je je aandacht moet verdelen, daardoor onthoud je dingen over het algemeen minder goed”, aldus Van den Berg. “Het is net als met planten water geven: hoe meer planten je hebt, hoe minder water je elke plant kunt geven.” 

Hoe sla je dingen uit je kortetermijngeheugen blijvend op? 

Hoe langer je informatie in je kortetermijngeheugen houdt, hoe groter de kans dat je die informatie ook op de lange termijn onthoudt. Maar daarbij moet je wel een beetje creatief te werk gaan. Dat is tenminste het advies van hoogleraar en geheugendeskundige Jaap Murre van de Universiteit van Amsterdam.

Volgens hem zijn er trucjes om je kortetermijngeheugen te stimuleren om informatie te verplaatsen naar het langetermijngeheugen. Je dan wel wel één probleem omzeilen. Je hersenen raken snel verveeld. 

“Als je bijvoorbeeld een naam van iemand wilt onthouden, dan helpt het niet om die constant op dezelfde manier in je hoofd te herhalen”, zegt Jaap Murre. “Je brein raakt dan verzadigd en afgestompt.” 

Hoe moet het dan wel? “Je kunt de naam beter in stukjes breken, of associaties maken”, vertelt Murre. “Als ik de achternaam Rijnvis (van de schrijver van dit artikel, red.) wil onthouden, zou ik bijvoorbeeld kunnen denken aan een vis die uit een rivier springt. Op die manier ontstaan er vermoedelijk extra connecties in de hersenen, zodat de kans groter is dat de naam in het langetermijngeheugen wordt opgeslagen.” 

Lees hier 3 van zulke geheugentechnieken waarmee een Nederlandse ‘geheugenatleet’ de wereldtop haalde

Verlies van geheugen door ouderdom?

Gaat ons kortetermijngeheugen achteruit door ouderdom? Het antwoord is helaas ‘ja’. En er is nog meer slecht nieuws: het verval begint al vroeg. Dat blijkt uit gegevens van de door de Universiteit van Amsterdam georganiseerde Nationale Geheugentest (28.000 deelnemers).  Jaap Murre biedt inzicht in de uitslag.

“Mensen tussen de 16 en 18 jaar presteren het beste bijvoorbeeld bij het onthouden van plaatjes, zoals je bij memory doet”, zegt hij. “Na die leeftijd raakt het visuele geheugen al in verval. Je verbale geheugen, dus het vermogen om woorden te onthouden, bereikt zijn piek iets later: rond je 25e jaar.” 

De achteruitgang verloopt wel heel geleidelijk. “Pas op je vijftigste begin je er langzaam iets van te merken”, aldus Murre. “Mensen die tegen zeventig lopen krijgen vaak echt geheugenproblemen: ze vergeten waar ze spullen hebben neergelegd. Ook kunnen ze niet meer op bepaalde woorden of uitdrukkingen komen.” 

Kan geheugentraining helpen dit verlies voorkomen? 

Alleen als de oefeningen zeer gevarieerd zijn. “Uit een studie die we net hebben uitgevoerd blijkt dat het niet helpt om alleen heel veel sudoku’s te maken, of boodschappenlijstjes uit je hoofd te leren”, zegt Murre. “Je wordt daar op een gegeven moment wel bedreven in, maar dan leert je brein gewoon een trucje. Training helpt alleen als je het geheugen over de hele linie stimuleert. Dat betekent rekenopdrachten afwisselen met taaloefeningen en puzzels, en dat snel na elkaar, elke dag.”

Maar kun je dan alleen maar keihard blokken om je kortetermijngeheugen tot op hoge leeftijd in goede staat te houden. Nee, ook sporten of wandelen kan helpen, zo blijkt uit onderstaand filmpje van professor Erik Scherder. Wat niet helpt is lang achter je computer zitten 😉

En er is nog een troost. Uit een Amerikaanse studie blijkt dat zelfs het kijken naar humoristische filmpjes kan helpen om de achteruitgang tegen te gaan. Dus niet getreurd, gewoon even naar Youtube straks 😉 

Met deze 3 geheugentechnieken werd een nederlander geheugenkampioen

M
geheugen-trainen-2

Je geheugen trainen hoeft niet moeilijk te zijn. Met speciale geheugentechnieken slagen zogenoemde geheugenatleten erin om ongelooflijke hoeveelheden informatie te onthouden. 

De Nederlander Rick de Jong is zo’n geheugenatleet. Hij kan binnen twee minuten de volgorde van een door elkaar geschud pak speelkaarten uit zijn hoofd leren. En als hij een uur de tijd krijgt, lukt het hem zelfs om tien gehusselde pakken kaarten memoriseren.  Binnen een uur kan hij ook een reeks van duizend getallen onthouden. 

De Jong mag zich daarom geheugengrootmeester noemen. Dat is een titel die aan slechts 200 mensen op aarde is toegekend. Hij heeft al meerdere keren meegedaan aan het wereldkampioenschap voor geheugenatleten. En hij verbrak in  2015 een Europees geheugenrecord door 22612 decimalen van het wiskundig getal Pi uit zijn geheugen op te noemen.

(Lees ook: hoe werkt je kortetermijngeheugen eigenlijk?)

je geheugen trainen? dit zijn 3 technieken

Maar Rick de Jong profiteert ook in het dagelijks leven van zijn tot in de puntjes getrainde geheugen. Namen onthouden is voor hem bijvoorbeeld een eitje. Dat vertelde hij me in een interview dat ik met hem deed voor de Volkskrant.

“Ik vergeet in principe nooit een naam na een ontmoeting”, zei De Jong. “Binnen een kwartier kan ik de voor- en achternamen van 47 nieuwe mensen in mijn geheugen prenten, zeg maar anderhalve schoolklas.”

Hieronder lees je de 3 belangrijkste technieken die hij gebruikt om zijn geheugen te trainen. Handig voor als je zelf een effectieve manier van geheugentraining zoekt.

1 – Naamsprookjes

Dit is de beste geheugentechniek om namen te onthouden

Het geheim van je geheugen trainen is je fantasie op de juiste manier gebruiken.  “Namen zijn abstracte dingen”, zegt Rick de Jong. “Ons geheugen kan er weinig mee, tenzij je ze interessant maakt.” Hij adviseert om tijdens een ontmoeting snel een absurdistisch verhaal rond iemands naam te verzinnen. Je onthoudt namen dan veel gemakkelijker. 

“Stel: ik ontmoet iemand die Dennis Rijnvis (de auteur van dit artikel) dan stel ik me voor dat hij in de rivier de Rijn zwemt en een vis in zijn mond heeft. Dat is zo’n gek beeld dat het je bijna meteen weer te binnen zal schieten als je hem weer ontmoet.” 

Op het WK Geheugen paste De Jong deze techniek met succes toe. Hij was een van de best scorende deelnemers op het onderdeel namen onthouden. 

Maar ook voor een doodgewone naam kun je een sprookje verzinnen, als je maar creatief bent.  “Iemand die Johan Bos heet, koppel ik misschien aan Johan Cruijff”, zegt De Jong. “Dan stel ik me voor dat Johan Cruijff over een bos heen springt. Als ik die persoon en tweede keer ontmoet, schiet zijn achternaam me vanzelf weer te binnen: Oh ja, dat is Johan die over een bos heen springt: Johan Bos.’     

2 – De reismethode

Met deze vorm van geheugentraining onthoud je boodschappenlijstjes en presentaties

Als Rick de Jong een boodschappenlijstje wil onthouden, creëert hij bizarre beelden in zijn hoofd: een fles cola op een kerktoren, een pak spinazie op een parkeerplaats, een blik doperwten bij een stoplicht. “Het idee van die techniek is dat je dingen die je wilt onthouden in gedachten langs een route legt die je goed kent, zoals je een wandelingetje door je huis of de wijk waarin je woont. Ze blijven dan beter hangen”, legt hij uit. 

 De zogenoemde reismethode wordt door geheugenatleten gebruikt om lange lijsten van historische gebeurtenissen en getallen te onthouden. Zo lukte het Rick de Jong om met behulp van de techniek een getallenreeks van 218 cijfers in zijn hoofd te stampen op het WK geheugen. Maar de reismethode werkt ook als je de hoofdpunten wilt onthouden van een presentatie die je moet geven.” 

Stel: je wilt in een praatje geven over de grootste Europese steden – van klein naar groot. Ter voorbereiding maak je dan een denkbeeldige tocht door je huiskamer. Je stelt je voor dat je een voetballer van Real Madrid in de gang zet, plaatst de eiffeltoren (Parijs) op de wc en zet je in je verbeelding de Tower Bridge (Londen) in je huiskamer. ‘Die beelden blijven hangen”, aldus De Jong. “Tijdens het geven van die presentatie maak je de wandeling opnieuw in gedachten en komen de steden als vanzelf boven in je geheugen.” 

De reismethode vereist wel veel training. “Hoe meer je oefent, hoe meer je ermee kunt onthouden.” Een groot huis is niet noodzakelijk. “Omdat ik zelf vaak extreem veel probeer te onthouden, maak ik in mijn hoofd zeer lange wandelroutes door mijn woonplaats Oss”, zegt De Jong. 

3 – Het nummervormsysteem:

Met deze geheugentechniek onthoud je belangrijke data 

Weinig slippertjes van je geheugen kunnen je zo  in problemen brengen als het vergeten van je trouwdatum, of de verjaardag van je geliefde. Gelukkig kun je je geheugen trainen met het nummervormsysteem. In dat systeem staat elk cijfer voor een voorwerp dat bij de vorm past. “Dat werkt goed omdat je geheugen nu eenmaal meer kan met beelden dan met cijfertjes”, zegt De Jong.  

Een nul onthoud je bijvoorbeeld  als een bal, de 2 als een zwaan, een 6 staat voor een olifantenslurf en een 9 voor een ballon aan een touwtje. “Als je een datum moet onthouden kun je de vormen van de vier cijfers combineren tot één groot beeld”, aldus Rick De Jong. 

geheugen trainen? Zo gebruik je het nummervormsysteem

Hieronder zie je een overzicht van het nummervormsysteem met daaronder een voorbeelddatum om te onthouden.  Handig voor als je deze vorm van geheugentraining serieus wil proberen.  

Getal – Bijpassend beeld in geheugen

0 – een bal of ring
1 – een pen, of kaars
2 – een zwaan of slang
3 – handboeien of lippen
4 – een vlag of een zeilbootje
5 – een zeepaardje of een anker
6 – een olifantenslurf of een golfclub
7 – een boomrang, of een steile rots
8 – een sneeuwpop of een bril
9 – een ballon aan een touwtje of een monocle (bril met één glas)

Zo onthoud je een datum met dit systeem

Dus: stel je wil nooit meer vergeten dat je op 26-01-99 bent getrouwd. Dan kun dat onthouden door door het beeld van een zwaan naast een olifant die tegen een bal trapt en daarmee een brandende kaars wegschiet in de richting van twee ballonnen. “Dit soort beelden zijn zo zo levendig dat ze je veel beter bijblijven dan een datum”, zegt De Jong. “Ga er gewoon mee oefenen. Je geheugen trainen wordt veel makkelijker als je dit onder de knie hebt.”

Lees ook:

Wat eten dolfijnen? hun dieet heeft een wrede kant

W

Het lievelingskostje van dolfijnen is octopus. Maar ze moeten hard werken om deze inktvissen te kunnen eten. 

Als je dit stuk uit de New York Times leest, besef je meteen hoeveel moeite de dieren moeten doen voor hun favoriete hapje. Het artikel begint met deze zin. Stel je voor: je hebt geen armen en je wil je tanden zetten in een levende octopus, die zijn tentakels rond je hoofd klemt. 

Hoe lossen dolfijnen dat op? Ze klemmen de octopussen eerst tussen hun tanden, en slaan ze de dieren dood op het wateroppervlak. Daarmee gaan ze net zo lang door totdat er alleen kleine stukjes overblijven. Die peuzelen ze daarna rustig op. 

Nee, dolfijnen zijn niet altijd schattig. Ze moeten ook eten. Dolfijnen jagen op talloze waterdieren. Hieronder zet ik hun belangrijkste voedingsbronnen op een rij. 

Wat eten dolfijnen? 

Ongeveer 95 procent van het dieet van dolfijnen bestaat uit vis. Dat blijkt uit een onderzoek van Spaanse wetenschappers die dolfijnen voor de kust van Cadiz in de gaten hielden. 

Maar soms kiezen de dieren voor afwisseling. Naar schatting 3 procent van hun voeding bestaat uit schaaldieren, zoals krabben en kreeften. Octopussen maken ongeveer 1,5 procent van hun dieet uit. Ook weekdieren zoals kwallen staan soms op hun menu.  

Als je specifiek wil weten wat dolfijnen eten, dan geeft deze lijst een aardig beeld. Deze vissen,  zijn vaak een prooi voor de kleine walvisachtigen.

  • Haring
  • Zaagvis
  • Kabeljauw
  • Heek 
  • Karper
  • Paling 
  • Makreel 
  • Sardientjes
  • Ansjovis
  • Garnalen
  • Krabben
  • Octopusse
  • Kwal

Wanneer eten dolfijnen? 

Dolfijnen eten meestal ‘s nachts of in de vroege ochtend. Hun leefritme is omgekeerd aan dat van mensen. Als de nacht valt, gaan de dieren jagen in grote groepen. Ik interviewde daar ooit dolfijnen-expert Liz Slooten over voor de Volkskrant.  (Hier vertelt ze waarom je beter niet met dolfijnen kunt gaan zwemmen)

Ze zei: “Dolfijnen jutten elkaar ‘s nachts op met sprongen waarbij ze hun staart op het water laten klappen. Daarmee schreeuwen ze als het ware naar elkaar dat het tijd is om naar open zee te gaan om voedsel te zoeken en te eten.” 

Als ze ’s ochtends terugkomen, rusten de dieren totdat het weer nacht wordt. “Dat is hun natuurlijke leefritme. Ze zijn actief als wij slapen..”  

Hoe jagen dolfijnen? 

Dolfijnen sporen hun voedsel op met echolocatie. Ze maken piepende geluiden die weerkaatsen op hun omgeving. Aan de hand van die weerkaatsingen bepalen de dieren waar een prooi zoals een krab, vis of octopus zich bevindt. 

Dolfijnen kunnen met echolocatie ook inschatten hoe groot dieren zijn en hoe snel ze zwemmen. 

Als ze besluiten om vissen op te jagen, drijven ze hun prooien bijeen door samen te werken.  Soms wroeten dolfijnen bijvoorbeeld met hun staart in de zeebodem zodat er zandwolken in het water ontstaan. Voorbij zwemmende vissen raken dan hun richtingsgevoel kwijt. De dolfijnen maken daar slim gebruiken van en ‘happen’ hun prooien eenvoudig uit het water.  Hieronder zie je daar een geweldig filmpje van.

Hoe eten dolfijnen hun prooien op

De meeste dolfijnen hebben 100 tot 200 scherpe tanden. Maar dat gebit gebruiken ze vaak niet om hun maaltijden op te eten. Als de dieren vis eten, slikken ze hun prooi gewoon in één keer door. 

Hun gebit bewaren ze voor moeilijk eetbare hapjes zoals octopussen. Als het niet goed lukt om deze dieren kapot te slaan op het wateroppervlak, scheuren dolfijnen ze met hun kiezen in kleinere stukjes. 

En soms spelen dolfijnen ook met hun eten, net als kleine kinderen. Dat kun je zien in onderstaande video waarin een meeuw wordt uitgedaagd. 

Lees ook:

Zwemmen met dolfijnen: wat vinden de dieren daarvan?

Z
dolfijnen

Zwemmen met dolfijnen is de droom van veel vakantiegangers. Maar wat vinden de dolfijnen er eigenlijk van? Wetenschappers hebben daar wel een idee over. Hun conclusies lees je in dit artikel.

Zelf heb ik nooit gezwommen met dolfijnen. Wel schoot ik ooit in een speedbootje door het water in Mozambique, om een groep tuimelaars te fotograferen. Dat was een vreemde ervaring, het voelde niet helemaal goed. Want het leek wel alsof de dieren snel van ons vandaan wilden zwemmen. Maar wij bleven ze maar achtervolgen. Dat riep bij mij de vraag op: vinden dolfijnen het wel leuk om met ons te zwemmen, of dicht in onze buurt te zijn?

Zwemmen met dolfijnen is populair

Wilde dolfijnen krijgen steeds vaker gezelschap van mensen. Het wereldwijde aantal deelnemers aan walvis- en dolfijnentours steeg sinds de jaren negentig van 4 naar ruim 13 miljoen per jaar, zo blijkt uit cijfers van het International Fund for Animal Welfare

Inmiddels kun je de rondvaarten boeken op alle continenten, in 111 landen. Maar de populairste plekken zijn: 

  • De Rode Zee en Eilat in Israël 
  • De Rode zee in Egypte
  • Akaroa in Nieuw-Zeeland
  • De Bahama’s
  • De Galapagos-eilanden 

Jaarlijks wordt er 2,1 miljard dollar mee verdiend. En de tijd dat toeristen genoegen namen met een paar foto’s van grote afstand is voorbij. Op steeds meer plekken mag je tegen betaling in het water springen om de dieren in snorkeluitrusting tegemoet te duiken. Maar is het wel helemaal in de haak om te zwemmen met dolfijnen?

Wat vinden dolfijnen ervan?

De Nederlandse bioloog Liesbeth Slooten probeert die vraag te beantwoorden. Ik sprak haar een tijd geleden voor de Volkskrant. Ze bekijkt de zwempartijtjes met de wilde dieren vanuit het dolfijnperspectief. Hoe vinden de dieren het om te zwemmen met mensen? 

Daarvoor bestudeerde ze bijvoorbeeld spinnerdolfijnen in de Rode Zee in Israël die vaak zwemmen met mensen. Als er toeristen in hun buurt komen, springen deze dieren opvallend vaak uit het water. Ze ‘spinnen’ dan in de lucht rond hun as en laten hun staart bij de landing hard op het water klappen. 

Wat betekent dat? Volgens Liesbeth Slooten klappen dolfijnen hard met hun staart op het wateroppervlak om met elkaar te communiceren. ‘Je zou het kunnen vergelijken met schreeuwen. Maar de vraag is: schreeuwen ze van vreugde, of omdat ze willen dat de mensen weg gaan? Dat weten we nog niet zeker, maar we denken het laatste.” 

Is zwemmen met dolfijnen dierenmishandeling?

Uit steeds meer onderzoeken blijkt namelijk dat zwemmen met dolfijnen niet goed is voor de dieren. De Italiaanse onderzoekster Maddalena Fumagalli observeerde maandenlang spinnerdolfijnen in drie verschillende riffen in aan de zuidkust van de Rode Zee. De gebieden zijn vergelijkbaar qua ligging, maar lopen uiteen qua drukte met toeristen. 

In één van de riffen (Samaday in Egypte) worden organisatoren van dolfijnentours kort gehouden: ze mogen de dolfijnen alleen van acht tot drie uur ’s middags bezoeken. In het naburige Satayah (ook Egypte) zijn er geen regels voor touroperators: de dolfijnen worden daar de hele dag door geschaduwd door motorboten met toeristen in snorkeluitrusting. 

Het derde rif – Qubbat’Isa in Soedan – ligt op een oefenterrein van het Soedanese leger dat voor toeristen verboden is. De dolfijnen die daar leven, komen nauwelijks in aanraking met mensen.

 De wetenschappers vergeleken de leefwijze van de drie groepen dolfijnen gedurende enkele maanden nauwkeurig met die van hun soortgenoten in toeristische gebieden. En wat bleek uit de studie? De dolfijnen in het gebied zonder toeristen sliepen veel minder goed.  

Waarom dolfijnen minder slapen door toeristen

De onderzoekers kwamen tot hun ontdekking toen ze met speciale verrekijkers inzoomden op ogen van de dieren. Een slapende dolfijn is namelijk te herkennen aan slechts één gesloten oog. 

Hoe zit dat? De dieren slapen altijd maar half. Ze doen steeds maar één oog en dicht geven hun hersenhelften om de beurt rust. Dat bleek uit een studie in 2012, waarbij twee dolfijnen 15 dagen werden geobserveerd. Doordat hun brein maar half slaapt, kunnen dolfijnen tijdens het uitrusten gewoon zwemmen, ademhalen en alert zijn op roofdieren.   

Maar er zit ook een nadeel aan. ‘Het probleem is dat ze heel makkelijk wakker worden’, zegt Slooten. 

minder eten door toeristen

En de kans is groot dat de dieren ook minder eten door alle aandacht van toeristen.  Dolfijnen die grote delen van de dag met toeristen zwemmen, kunnen minder goed voor zichzelf zorgen, zo blijkt uit recente studies.

(Lees hier meer over hun dieet: wat eten dolfijnen?)

Onderzoekers van de Victoria University in Melbourne volgden vorig jaar een groep tuimelaars die regelmatig werden bezocht door ‘zwem-met-dolfijnen’-tours. Op dagen dat de dieren interacties hadden met toeristen, namen ze niet alleen 47 procent minder rusttijd, maar besteedden ze ook 13 procent minder tijd aan de jacht op vis. Computermodellen van de Universiteit van Otago suggereren dat dit eet- en slaapgebrek uiteindelijk zal leidden tot minder nageslacht. 

Ontsnappen aan zwemmende toeristen is voor de dolfijnen vaak onmogelijk. Dat blijkt uit beelden die collega’s van Slooten schoten op het drukste rif in Egypte. “Als de dolfijnen wegzwemmen van toeristen, klimmen de snorkelaars in motorboten, die de achtervolging inzetten.” De touroperators moeten natuurlijk gewoon geld verdienen, beseft Slooten. “Maar de toeristen hebben ook een verantwoordelijkheid: ze lijken vaak niet te begrijpen dat dolfijnen niet voor niets wegzwemmen.”

Dit is een belangrijk misverstand

Dit soort misverstanden tussen mens en dolfijn ontstaan volgens hoogleraar diergedrag Saskia Arndt van de Universiteit Utrecht deels door antropomorfisme. Dat de neiging om het gedrag van dieren te verklaren vanuit menselijke emotie.

 ‘Dolfijnen worden door invloed van films en televisieseries gezien als vriendelijke wezens’, laat ze weten. ‘Daar komt bij dat ze van nature opgetrokken mondhoeken hebben. Dat is puur een anatomisch kenmerk. Het zegt niets over hun emoties. Toch denken mensen daardoor vaak dat de dieren glimlachen en hun gezelschap waarderen.’

Zwemmen met dolfijnen kan gevaarlijk zijn 

Zelf zou Arndt niemand aanraden om te gaan zwemmen met dolfijnen. ‘Zelfs als ze bijvoorbeeld op je afzwemmen, betekent dat niet altijd dat ze nieuwsgierig zijn en je aanwezigheid op prijs stellen. Ze kunnen je ook als bedreiging zien en willen verjagen.’

Ze wijst op meerdere gevallen van toeristen die werden aangevallen door dolfijnen. Zo liep er in 2013 een Ierse vrouw drie gebroken ribben en een longbeschadiging op toen ze probeerde te zwemmen met een dolfijn voor de kust van County Clare. 

Klopt er dan niets van het beeld dat dolfijnen nieuwsgierig zijn naar mensen? Slooten twijfelt. Als ze het water op gaat voor onderzoek blijven de walvisachtigen vaak lange tijd naast haar boot zwemmen. ‘Soms heb ik zelf ook het gevoel dat ze interesse tonen.’ Ooit zwom ze zelfs een uur lang met een dier dat haar maar bleef volgen. ‘Eerlijk is eerlijk, dat was geweldig.’ 

Zwemmen met dolfijnen: meer regels? 

Een verbod op zwemmen met dolfijnen of dolfijnentours is dan ook niet haar insteek. Sterker nog: de kiem van Slootens carrière werd gelegd in het Dolfinarium in Harderwijk, waar ze als tiener een bijbaantje had. Toen ze later net als haar ouders en broers naar Nieuw-Zeeland emigreerde en daar naar de universiteit ging, besloot ze de dieren in het wild te gaan bestuderen.  

Ze ziet ontmoetingen tussen mensen en wilde walvisachtigen als een kans om draagvlak te creëren voor de bescherming van de soort. Wel moeten de bezoektijden van de dolfijnen volgens haar drastisch worden gereguleerd. ‘Nu verstoren we hun eet- en slaappatroon, dat weten we nu zeker’

En zelfs als dolfijnen uit eigen beweging met mensen zwemmen, moeten ze worden ontzien vindt Slooten: ‘Stel: ze vinden het zo leuk om met mensen te spelen dat ze er hun slaap voor opofferen, dan nog moeten we maatregelen nemen. Een peuter laat je ook niet de hele dag opblijven als ‘ie niet naar bed wil, je beschermt ‘m tegen zichzelf. Dat moeten we bij dolfijnen ook doen.’

Dit artikel verscheen eerder in aangepaste vorm in de Volkskrant

Lees ook:
– Waarom de naakte molrat ons kan helpen om langer te leven
– Zo ziet een hond zijn baasje
– Waarom je kat zo lang slaapt en wat jouw invloed daarop is

Kun je leren in je slaap? Een experiment

K
slapend-leren

Kun je leren in je slaap? Nederlandse hersenonderzoekers denken van wel. Ze nodigden me zelfs uit voor een experiment toen ik nog bij de Volkskrant werkte. Hoe lang duurt het nog voordat we een nieuwe taal leren in onze slaap? Lees het hieronder.

Ik ontwaak van een zachte pieptoon. Het is niet mijn wekker, want ik lig in een vreemd bed. Op mijn hoofd zit een badmuts met elektroden en draden die aan een computer zijn bevestigd. Langzaam herinner ik me dat ik verblijf in een vertrek van het Slaaplaboratorium van de Universiteit van Amsterdam. De deur gaat open.

“Je was maar heel even in diepe slaap”, zegt Roy Cox, de onderzoeker die naast mijn bed staat. “We waren net begonnen met het toedienen van informatie.”

Leren in je slaap: de theorie 

Het experiment waaraan ik deelneem draait om geheugenimplantatie. Het is één van de spannendste beloftes van het wereldwijde onderzoek naar slaap en hersenen. Informatie opslaan met je ogen dicht, oftewel slapend leren, dat is het doel. Het klinkt als iets uit een sciencefictionfilm. Maar  steeds meer wetenschappers geloven dat ons slapende brein informatie kan opnemen. 

Waarom ze dat denken? Daarvoor moet je terug naar de jaren negentig. Slaapwetenschappers van de Universiteit van Harvard vonden toen de eerste aanwijzingen in de hersenen van slapende ratten. Op hersenscans van de knaagdieren zagen ze iets geks. De patronen van hersenactiviteit die optraden tijdens het leren van een nieuwe taak (bijvoorbeeld navigeren in een doolhof) werden opnieuw als de dieren een dutje deden. Het was alsof de ratten de herinneringen opnieuw beleefden.

Wat gebeurt er in de slapende hersenen

Ook het menselijk brein speelt ’s nachts dit soort ‘herhalingen’ af. Dat gebeurt in de zogenaamde diepe slaap. Dat is de slaapfase die optreedt voor de REM-slaap, de periodes waarin we dromen. Lucia Talamini is hersenzoeker aan de UvA. Ze legt me vlak voor het slaapexperiment uit wat er gebeurt in mijn brein als ik onder zeil ben.  

(Dit zijn de 4 slaapfasen die je brein ’s nachts doormaakt)

Snel tekent ze een golfpatroon op een schoolbord. “De hersenactiviteit bestaat tijdens de diepe slaap op het oog uit langzame, regelmatige golven”, vertelt ze. “Onderaan zo’n golf van activiteit gebeurt er weinig, het brein is dan in rust.”

Slaapspoeltjes

Maar bovenaan de hersengolven gebeurt er iets vreemds. Fel krast Talamini met een krijtje rond de toppen van de hersengolven. ‘Spindles’, oftewel ‘slaapspoeltjes’ noemt ze die patronen. “Het zijn korte uitbarstingen van hersenactiviteit die hooguit twee seconden duren”, legt ze uit. “Je ziet dan veel dezelfde patronen als die je overdag ziet op hersenscans bij mensen, maar in het klein, versneld.” 

Inmiddels is vrijwel zeker dat ons brein op deze momenten herinneringen wegschrijft naar het langetermijngeheugen. “Alles wijst daar op”, zegt Talamini. “Hoe meer slaapspoelen er op hersenscans zijn te zien in de nacht nadat iemand een taak heeft geleerd, hoe meer hij heeft onthouden als hij wakker wordt.” Tijdens het slaapexperiment waaraan ik meedoe, worden de geluiden precies tijdens die slaapspoeltjes afgespeeld. 

Hoe verliep mijn slaapexperiment? 

Voordat ik in bed ging liggen, heeft Cox me de badmuts opgezet en vierenzestig elektroden verspreid over mijn schedel om mijn hersenactiviteit in kaart te brengen.

Het is een bedritueel dat alle deelnemers aan het experiment ondergaan. Terwijl ze wegdommelen staart Cox naar hun hersengolven op een beeldscherm in een klein kamertje naast het slaapvertrek. Als ze in diepe slaap zijn, activeert hij een computerprogramma dat berekent wanneer de omstandigheden in hun brein optimaal zijn om informatie op te nemen. 

Vervolgens worden er op laag volume betekenisvolle geluiden in de slaapkamer afgespeeld: gerinkel van een bel bijvoorbeeld, of getoeter van een auto. Na hun slaapje krijgen de proefpersonen deze geluiden opnieuw te horen, afgewisseld met nieuwe klanken.

“De grote vraag is of je de tonen uit je slaap dan hebt onthouden”, zegt Cox, terwijl ik me omdraai en mijn ogen sluit. “Dat is waarop we hopen. Je moet nu echt weer proberen in slaap te vallen.”  

Maar dat lukt mij uiteindelijk niet. Ik slaap maar heel even, dan word ik alweer wakker. Waarschijnlijk komt dat door één van de geluiden. Mijn slaapexperiment is mislukt. Ik word niet de eerste mens die leert in zijn slaap.

Hoe realistisch is leren in je slaap? 

Zullen studenten en scholieren straks wel echt een vreemde taal kunnen leren. Slaaponderzoekers Lucia Talamini sluit dat niet uit. “Als onze theorie klopt, heb je per hersengolf ongeveer één tot twee seconden de tijd om een geluid af te spelen. Je zou dan in theorie ook Franse woordjes kunnen aanbieden, of belangrijke data uit de geschiedenis.” 

En er zijn al een paar interessante resultaten geboekt. De Nederlandse slaaponderzoeker Eelco van Dongen lukte het onlangs om proefpersonen een variant van het spel memory te laten ‘oefenen’ in hun slaap.

Memory in je slaap

’s Avonds moesten de deelnemers eerst op de computer naar verschillende plaatjes kijken en onthouden op welke plek op het beeldscherm ze werden vertoond. Ondertussen hoorden ze een toepasselijk geluid, bijvoorbeeld gemiauw bij afbeelding van een kat. 

Tijdens hun nachtrust – liggend in een hersenscanner – kregen ze de geluiden opnieuw te horen. Hersengebieden die betrokken zijn bij het geheugen, werden daardoor actiever. Hoe harder deze gebieden werkten, hoe beter de deelnemers zich de volgende dag de plaatjes konden herinneren. 

(Lees hier hoe lang een mens eigenlijk zonder slaap kan)

waarom leren in je slaap nog ver weg is

Maar leren in je slaap is nog geen zekerheidje voor de toekomst. Slaapwetenschappers begrijpen ook nog lang niet alle processen in slapende hersenen. Zo is het weliswaar duidelijk dat ‘slaapspoeltjes’ een belangrijke rol spelen bij het verwerken van herinneringen, maar welke functie de korte erupties van hersenactiviteit precies hebben? Dat is volgens Van Dongen onduidelijk. 

“Onthouden we meer doordat er spindles optreden of treden ze alleen op als het onderliggende proces goed is verlopen? We weten het niet.”

Maar er zijn meer onzekerheden, zeker als je bijvoorbeeld een nieuwe taal wil leren in je slaap. Je zou dan bijvoorbeeld naar gesproken teksten moeten luisteren. “En de grote vraag is of je hersenen gesproken taal kunnen registreren zonder dat je er wakker van wordt”, zegt Van Dongen. “Ik sluit niet uit dat het mogelijk is, maar het is nog niet overtuigend aangetoond. ”  

Dit artikel verscheen in eerder in een andere vorm in de Volkskrant

Lees ook:
Dit is waarom je kat zo lang slaapt

Nuttige en nutteloze feitjes

Even voorstellen: Dennis Rijnvis

Als ik een stripheld zou zijn, zou ik er waarschijnlijk uitzien als op deze tekening. Mijn naam is Dennis Rijnvis. Ik ben schrijver, blogger en schreef als wetenschapsjournalist voor Quest en De Volkskrant. Op deze website deel ik inzichten over wetenschap, geschiedenis en zelfontwikkeling.

Op mijn andere blog Schrijfvis, geef ik schrijftips en advies voor storytelling.

Recente berichten

Recente reacties

Archieven

Categorieën

Meta