Wetenschap van het dagelijks leven
Archief

juni 2022

j

Waarom een nies inhouden gevaarlijk kan zijn

W
nies-inhouden-foto

Een nies inhouden is absoluut niet aan te raden. Sterker nog: het kan in uitzonderlijke gevallen leiden tot een gaatje in je slokdarm, of zelfs een hersenbloeding. Hoe zit dat precies? Is het echt zo gevaarlijk? 

Tijdens het niezen adem je veel lucht in (lees hier waarom we niezen). En je lichaam blaast die lucht in een reflex weer naar buiten door je mond en neus. 

Als je een nies inhoudt door je neus en mond te blokkeren, zoekt die krachtige luchtstroom  een andere uitweg binnen in je lichaam. Dus in je neus, oog, keelholtes en longen. Daardoor kan er flinke schade optreden. Zeker als daar al ergens een zwakke plek zit, bijvoorbeeld doordat je rookt.

nies inhouden: een bizarre casus

Het bekendste voorbeeld komt uit het British Medical Journal. Dat tijdschrift publiceerde in 2018 de casus van een 34-jarige Britse man, die met keelpijn bij de huisarts meldde na een ingehouden nies.

De man had pijn bij het slikken, maar ook zijn stemgeluid leek een beetje veranderd te zijn. Zijn huisarts liet voor de zekerheid een foto maken. En wat bleek? Hij had een gaatje in zijn slokdarmhoofd. 

De patiënt moest een week in het ziekenhuis worden opgenomen en mocht alleen sondevoeding eten. Daarna was het gaatje in zijn slokdarm hersteld.  

Natuurlijk is dit een uitzonderlijk geval. Niet iedereen die een nies inhoudt, zal meteen zijn keel zo ernstig beschadigen. Maar er zijn meer gevallen bekend van mensen die er ernstige verwondingen aan overhielden. 

Zelfs een hersenbloeding door niezen?

Ik heb patiënten gezien met gescheurd trommelvlies, verrekte spieren, en je hoort zelfs wel van gebroken ribben”, verklaart otorinolaryngoloog Michael Benninger in het tijdschrift Time

De Nederlandse KNO-arts Jan van der Borden kent ook enkele nare gevallen. In Trouw zegt hij: “Er zijn geen grote studies naar gedaan, maar het is bekend dat mensen die hun nies inhielden een hersenbloeding kregen of er blind door werden.”

Maar hij benadrukt wel dat het risico klein is. Op de website van de NOS relativeert hij:  

“In mijn 29 jaar als KNO-arts ben ik dit nog nooit bij een patiënt tegengekomen. Bij gezonde mensen zal dit extreem weinig gebeuren, omdat hun weefsel sterk is. Maar als je ouder wordt, aangeboren zwak weefsel hebt of weefsel beschadigt door bijvoorbeeld te roken, neemt de kans op letsel wel iets toe.”

Kortom: als je een keer in een opwelling een nies tegenhoudt, is er nog niet meteen iets aan de hand. Maar maak er vooral geen gewoonte van. In onderstaande video van Science Insider zie je wat er precies mis kan gaan.  

Lees ook:
– Waarom zeggen we ‘gezondheid’ als iemand niest?
Met hoeveel km per uur kun je eigenlijk niezen?

7 bizarre feiten en een mythe over niezen

7

Ik nies nogal hard. Soms staan mensen vol verbazing te kijken als ik op straat een niesbui krijg. Meestal roepen voorbijganger dan iets in de trant van:  ‘Zo…Gezondheid!’ 

(Lees ook waarom we ‘gezondheid’ zeggen als iemand niest)  

Hieronder zet ik 7 wetenschappelijke feiten over niezen op een rij die je niet meteen zou verwachten. Daarnaast lees je waarom een veelgehoorde mythe over niezen niet klopt. Maar je krijgt eerste antwoord op de allerbelangrijkste vraag: waarom niezen we eigenlijk? 

Waarom niezen we?   

Met een nies reinigt je lichaam als het ware je neus en longen. Niezen begint als het slijmvlies in je neus wordt geprikkeld door bijvoorbeeld stofdeeltjes, pollen, of een lading snot door verkoudheid. 

De zogenoemde drielingzenuw die van je neus en aangezicht naar je hersenen loopt, geeft je brein dan het signaal om een niesreflex in te zetten. Deze reflex zorgt ervoor dat je ribbenkast en longen samentrekken, waardoor je in één keer veel lucht inademt. 

Vervolgens spannen je buikspieren en middenrif zich, waardoor je al die lucht in één keer uitademt. Dat gaat gepaard met een hard geluid: hatsjoe! Je neus en longen zijn dan weer vrij van het stofje dat de nies heeft veroorzaakt.  Kijk het filmpje voor meer uitleg en lees daaronder verder.

Toch zijn er ook nog veel dingen die wetenschappers niet helemaal begrijpen aan niezen. Hieronder lees je 7 bizarre feitjes over niezen en één mythe.

1 – Je neusharen doen ook mee 

In je neus zitten kleine haartjes, die ook wel cilia worden genoemd. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat deze haartjes door een niesreflex gaan trillen. 

En niet alleen tijdens het niezen, maar ook daarna nog. De haartjes blijven na een nies minutenlang bewegen, waarschijnlijk om de neus grondig te reinigen. Volgens de wetenschappers kun je het vergelijken met het opnieuw opstarten van je computer. 

“Het is alsof je het systeem in je je neus reset met Control-Alt-Delete”, verklaart onderzoeker Noam Cohen op National Geographic.

2 – Een niesbui kan een jaar duren 

Helaas klopt dit. De langste niesbui ooit staat op naam van de Britse Donna Griffiths. Zij begon op 12 januari 1981 te niezen. In het jaar daarna zou ze meer dan een miljoen keer geniesd hebben. Daarmee haalde ze het Guinness Book of Records

Mogelijk had Griffiths last van een aandoening die non-allergische rhinitis wordt genoemd. Je neusslijmvlies is dan zo gevoelig dan je heel vaak moet niezen vanwege relatief onschuldige stoffen die in de lucht hangen.    

3 – Niezen door de zon?

Sommige mensen – waaronder ikzelf – moeten bijna altijd niezen als ze tegen de zon in kijken. Dat heet een optische niesreflex. Zo’n nies door licht ontstaat waarschijnlijk door een communicatiefoutje van twee zenuwen in je gezicht. Dat blijkt uit deze studie van Amerikaanse wetenschappers ontdekt.  Hoe zit het precies?

Licht dat in je ogen valt, prikkelt normaal gesproken alleen je gezichtszenuw, die langs het netvlies van je ogen loopt. Deze zenuw geeft het lichtsignaal door aan je hersenen, zodat die zich een beeld kunnen vormen bij wat je ziet. 

Maar bij sommige mensen loopt de gezichtszenuw vlak langs de drielingzenuw, die een nies in gang zet. Als hun gezichtszenuw wordt geprikkeld door fel zonlicht, gaat ook hun drielingzenuw ‘aan’ en beginnen ze te niezen. De optische niesreflex is waarschijnlijk erfelijk. 

4 – Vier keer niezen per dag is normaal 

De meeste mensen niezen gemiddeld minder dan vier keer per dag. Dat blijkt uit een studie uit 2002, waarbij 80 gezonde proefpersonen dagelijks elke nies registreerden. Maar let op: de meeste deelnemers aan het onderzoekers hadden af en toe een uitschieter. Soms moesten ze bijvoorbeeld opeens tien keer op een dag niezen. Ook dat kun je als normaal beschouwen. 

Zelf overkomt het me overigens regelmatig dat ik meer dan tien keer op een dag nies. En ook ik beschouw mezelf nog als normaal 😉

5 – Je kunt niet niezen in je slaap

Tijdens je REM-slaap – dus als je droomt – kun je in ieder geval niet niezen. Dat komt omdat je spieren tijdens deze slaapfase verlamd zijn. Waarschijnlijk is dit een soort veiligheidsmechanisme van je lichaam, zodat je acties uit je dromen niet kunt uitvoeren. 

Maar ook in andere slaapfasen is de kans dat je zult niezen klein. Ook dan zijn je spieren en zenuwen slap. Er is nooit wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de niesreflex bij slapende mensen. Maar volgens de Amerikaanse slaaponderzoeker Steven Shea is het vrijwel zeker onmogelijk. “Ik heb honderden slapende mensen bestudeerd, en heb nog nooit iemand zien niezen” verklaart hij op Popular Science.

6 – Je niest gemiddeld 20.000 druppels 

Met een nies verspreid je gemiddeld 20.000 druppeltjes speeksel en snot. Die druppeltjes hebben een doorsnee van ongeveer 10 micrometer, oftewel 0,001 millimeter. Al dat vocht kan tot wel tien minuten in de lucht hangen en een afstand afleggen van ongeveer acht meter, zo blijkt uit dit onderzoek van natuurkundige Lydia Bourouiba.

7 – Een nies klinkt even luid als een grasmaaier 

Het geluid van een nies kan oplopen tot ongeveer 90 decibel, even luid als een grasmaaier. Maar als je een hand voor je mond houdt, of in je elleboog niest, daalt het volume al naar 80 decibel. Ter vergelijking: een gesprek dat je op normale toon voert, heeft een geluidsniveau van ongeveer 60 decibel.  

8 – Je niest met meer dan honderd kilometer per uur

Op sommige websites – waaronder Wikipedia – lees je dat je meer dan honderd kilometer per uur kunt niezen. Maar dat klopt niet, dit is een mythe. Een wetenschapper uit Canada heeft met hogesnelheidscamera’s gemeten hoe hard mensen niezen. De snelheid waarmee speeksel en snot uit je mond schiet is een stuk minder groot dan je denkt – lees hier met hoeveel km per uur je wel kunt niezen

Lees ook:
– Waarom een nies inhouden gevaarlijk kan zijn
Waarom gapen we eigenlijk?

 

  

Hoeveel km per uur kan een mens niezen?

H

Als je niest, schiet je speeksel en slijm met gemiddeld 5 meter per seconde uit je mond, oftewel met 15 kilometer per uur.

Maar er gaan veel broodje-aap-verhalen over de snelheid van niezen. Een Amerikaanse wetenschapper met de naam William Firth Wells zou in de jaren vijftig hebben ontdekt dat mensen met 360 kilometer per uur kunnen niezen. Hoe zit dat? En hoe ver kun je eigenlijk niezen?

Lees ook: 7 bizarre feiten en een mythe over niezen

Hoe hard nies je?

Laatst stond ik in de keuken van mijn flexkantoor en kreeg ik een kleine niesaanval. Toen ik terugliep naar de ruimte met bureau’s keek iedereen me verbaasd aan. ‘Staat alles nog overeind in de keuken?’, vroeg één van mijn collega’s. En zo kwamen we al snel op de vraag: hoe hard kun je eigenlijk niezen?

Het getal van 360 kilometer per uur blijkt simpelweg niet te kloppen. William Firth Wells voerde zijn onderzoek in de jaren vijftig nogal slordig uit.

Wells heeft nooit gemeten hoe hard mensen niezen. Hij keek alleen naar het formaat van druppeltjes die achterbleven op een oppervlak waar proefpersonen tegenaan hadden geniest. Op basis van de grootte schatte hij hoe hard het speeksel door de lucht had gereisd.  

Niezen door peper

Maar dat is geen betrouwbare manier om te achterhalen hoe hard iemand niest. Dat bewees viroloog Julian Tang met een slimme studie. HIj filmde in 2013 met hogesnelheidscamera’s hoe bij proefpersonen een nies werd opgewekt door peper in hun neus te strooien. 

Door speciale lampen op de ‘niezers’ te richten kon Tang precies in kaart brengen hoe snel het speeksel en slijm uit hun mond schoot. En die snelheid was helemaal niet zo hoog: ongeveer 5 meter per seconde, oftewel 15 kilometer per uur. Dat is volgens Tang ongeveer dezelfde snelheid als waarmee je hoest. 

Maar natuurlijk is die 15 kilometer per uur slechts een gemiddelde op basis van een ‘dunne steekproef’. Er deden zes proefpersonen mee aan het experiment. “En het waren allemaal redelijk dunne Aziatische studenten”, verklaart Tang in het tijdschrift Popular Science. “Als iemand dezelfde proef doet met mensen met een groter lichaam, dan zal de gemeten snelheid misschien hoger zijn.” 

Hoe ver kun je niezen?

Maar ook met een snelheid van 15 kilometer kan een nies ver reiken. De Canadese onderzoeker Lydia Bourouiba heeft aangetoond dat speeksel en slijm na een nies gemiddeld acht meter verderop belanden. De precieze afstand hangt af van het weer. Als het ergens warm is en de luchtvochtigheidsgraad hoog, dan blijven druppels langer in de lucht hangen. Je niest dan enkele meters verder dan normaal. 

Kortom: als iemand niest en je staat binnen acht meter in zijn of haar buurt, dan heb je ongeveer anderhalve seconde om weg te rennen. Gelukkig stond ik tijdens mijn niesaanval in mijn eentje in de keuken.

Lees ook:
Waarom een nies inhouden gevaarlijk kan zijn
Waarom gapen we eigenlijk?

Hoe ik mijn hersenen onder stroom zette met transcraniële magnetische stimulatie

H

Sommige gebieden in het menselijk brein lijken beter te werken als ze van binnenuit worden bestookt met stroomschokjes. Die techniek heet transcraniële magnetische stimulatie, oftewel TMS. Het wordt al gebruikt om depressies mee te behandelen. Maar sommige wetenschappers geloven dat TMS mensen ook creatiever kan maken. 

Daar wilde ik meer van weten. Ik speelde voor proefpersoon voor een artikel dat eerder verscheen in het blad KIJK. Kunnen elektrische stroomschokjes mijn brein in beweging krijgen? 

Transcraniële magnetische stimulatie: hoe werkt het? 

Mijn linkerduim beweegt, zonder dat ik iets doe. De man die mijn vingers bestuurt, staat naast me. Dennis Schutter, hersenonderzoeker aan het Donders Instituut in Nijmegen, heeft zojuist een bolvormige spoel tegen mijn hoofd gezet, die onder stroom staat. 

Hij draait aan één van de knopjes op een machine waar het apparaat aan vastzit. “Ik zet het voltage nog iets hoger, dan wordt het effect sterker”, zegt hij. Opnieuw drukt hij de spoel tegen de rechterbovenkant van mijn schedel. Ik hoor een klik, voel een vreemd speldenprikje onder mijn hoofdhuid, en zie mijn duim nog schokkeriger heen en weer bewegen dan zojuist. 

Schutter zet mijn hersenen letterlijk onder stroom. De techniek die hij gebruikt heet TMS, oftewel transcraniële magnetische stimulatie. De elektriciteit die door de spoel loopt wekt een magnetisch veld op, dat twee centimeter diep onder mijn schedel doordringt. Door kleine veranderingen in dit veld, ontstaan er ook in mijn brein kleine stroompjes.

Het klinkt misschien wat onverantwoord: je hersenen vrijwillig blootstellen aan elektriciteit. Maar in steeds meer wetenschappelijke studies worden TMS en aanverwante technieken (zie kader) aangeprezen als een effectief middel om het menselijk brein te stimuleren en te sturen.

In dit filmpje zie je hoe mijn TMS-behandeling verliep. 

Hoe reageren hersencellen op TMS?

De zenuwcellen in de hersenen ‘praten’ normaal gesproken ook met elkaar doormiddel van stroompjes, alleen worden die biologisch opgewekt. De zwakke, kunstmatige schokjes (20 milliampere per vierkante centimeter) uit de spoel kunnen die communicatie subtiel beïnvloeden.

(Lees ook: hoeveel hersencellen heeft een mens eigenlijk?)

Met een lange serie van stroompjes kan een hersengebied tijdelijk worden ‘platgelegd’. “De hersencellen worden dan minder prikkelbaar”, zegt Schutter. Eén of twee korte stroomstootjes van de spoel ontketenen een omgekeerd effect. “Daarmee kun je de cellen juist activeren.” 

Door de juiste hersengebieden aan te jagen, of te dempen kunnen de wetenschappers bepaalde processen in de hersenen beïnvloeden. Op dit moment wordt transcraniële magnetische stimulatievooral ingezet bij de behandeling van depressies. 

Het is bijvoorbeeld mogelijk om de activiteit te verminderen in hersendelen die bij depressieve mensen overactief zijn. Uit verschillende studies blijkt dat veel patiënten baat hebben bij deze behandeling. Ze genezen sneller en hoeven minder lang behandeld te worden met medicijnen.

Slimmer en creatiever door TMS?

Maar mogelijk kunnen wetenschappers TMS ook inzetten om de intellectuele prestaties van mensen te verbeteren. Onderzoekers van de Universiteit van Oxford presenteerden enkele jaren geleden bijvoorbeeld een studie, waarin proefpersonen betere resultaten haalden bij wiskunde. Bij deze mensen werd een gebied in de voorhersenen gestimuleerd, dat is betrokken bij logisch inzicht. Ze zouden rekenopgaves na de hersenstimulatie ongeveer 27 procent sneller hebben gemaakt dan daarvoor.  

Het is zelfs mogelijk om met TMS verborgen creatieve vermogens los te maken in het brein van mensen. Dat beweert althans de Australische neurowetenschapper Allan Snyder. In een wetenschappelijke paper in het tijdschrift Proceedings of the Royal Society B meldt hij dat zijn proefpersonen tijdelijk meer aanleg voor tekenen kregen, nadat de zogenoemde frontaalkwab in hun linker hersenhelft lam werd gelegd. Helemaal verrassend is dat niet. Uit eerder onderzoek was bekend dat verminderde activiteit in dit hersendeel er bij sommige autisten toe leidt dat ze meer oog hebben voor kleine details in hun omgeving.  

De met TMS bewerkte proefpersonen van Snyder lieten eenzelfde soort talent zien. Tekeningen die ze maakten – van katten en honden – bleken na de behandeling verfijnder en meer gedetailleerd uit te vallen dan daarvoor. “Eén van de proefpersonen schreef na afloop dat hij ‘zijn eigen tekeningen nauwelijks herkende”, schrijft Snyder. 

TMS is geen wondermiddel

Ik vraag Schutter of hij ook mijn linker frontaalkwab niet even kan stimuleren, net als in de experimenten van Snyder gebeurde. Creatief worden met één druk op de knop, dat lijkt me ook wel wat. Het zou het schrijven van dit artikel ongetwijfeld gemakkelijker maken.  

Maar hij weigert. “Het heeft geen zin.” Volgens hem is het voorlopig niet mogelijk om een individu met een paar stroomstootjes artistieker of inventiever te maken.  “De effecten in andere studies zijn alleen zichtbaar bij grote groepen personen”, verklaart hij. “Niet iedereen wordt meetbaar creatiever van transcraniële magnetische stimulatie.” Verder is het maar de vraag hoe je creativiteit precies meet. “Je kunt iemand wel twee tekeningen laten maken, maar het oordeel over welke mooier is of meer details bevat, blijft altijd subjectief” 

Het beeld dat hersengebieden voor creativiteit als een soort knoppen zijn in te drukken met transcraniële magnetische stimulatie, klopt ook niet. De techniek is namelijk nog weinig precies, zo legt Schutter uit. Het magnetisch veld dat de elektrische pulsen afgeeft in het brein beslaat een gebied van ongeveer twee vierkante centimeter. “We kunnen de stroompjes dus nog niet al te goed richten, je raakt altijd wat  hersencellen die je eigenlijk niet wilt beïnvloeden. Dat moet echt nog verbeteren.” Hersengebieden die dieper liggen dan twee centimeter, zijn zelfs helemaal niet bereikbaar voor de spoel. “En ook die hersendelen spelen een rol bij bijvoorbeeld creativiteit”, aldus Schutter. 

Hersenen van een linkshandige

Het menselijk brein bevat daarnaast ook nog vele donkere vlekken, “gebieden waarvan we maar heel globaal weten wat er gebeurt”, zegt hij. Al die onnauwkeurigheden zorgen ervoor dat met TMS slechts een beperkte controle over het menselijk brein is uit te oefenen. “Ik kan er ervoor zorgen dat je hand beweegt door je motorische cortex te stimuleren. Maar ik kan bijvoorbeeld niet precies die cellen activeren die ervoor zorgen dat je een vuist maakt, of een grijpbeweging.” 

Ter illustratie pakt hij de spoel en stimuleert hij opnieuw mijn motorische cortex, maar nu aan de linkerzijde. “Dit gebied stuurt je rechterhand aan”, verklaart hij. Ik kijk naar rechts, naar mijn vingers. Maar mijn hand reageert nauwelijks op de stroomschokjes in mijn brein. “Dat komt omdat jij linkshandig bent”, zegt hij. 

De verbinding tussen mijn linkerhand en mijn hersenen is minder goed ontwikkeld dan bij rechtshandigen. “Kortom: wanneer je een bepaald proces wilt stimuleren, moet je bij iedereen waarschijnlijk net andere gebiedjes stimuleren. TMS is dus zeker geen wondermiddel. 

Lees ook:

Waar staat (of stond) de oudste olijfboom ter wereld?

W

De oudste olijfboom ter wereld staat waarschijnlijk in Kreta, in het dorpje Ano Vouves. Uit de analyse van de jaarringen in het hout blijkt dat de stam zeker 2.000 jaar oud is. Aan de takken groeien nog altijd olijven. 

Het is moeilijk om de exacte leeftijd van de olijfboom te bepalen voor wetenschappers. De binnenkant van de boom is namelijk grotendeels vergaan. Daardoor is het niet mogelijk om met koolstofdatering te bepalen hoe oud hout is. Sommige onderzoekers geloven dat de boom veel ouder is dan 2.000 jaar, misschien wel 4.000 jaar. 

(Lees ook: waar staat de oudste boom ter wereld?)

De oudste olijfboom?

De olijfboom is geplant in een stenen perkje (zie foto). Daarnaast zijn sporen gevonden van menselijke graven gevonden uit de zogenoemde Geometrische periode (700 – 1000 jaar voor Christus). Als de boom tijdens de aanleg van de graven is geplant, zou de stam inderdaad veel ouder dan 2.000 jaar kunnen zijn. 

Bekijk hieronder prachtige beelden van de boom.

Er is wel één belangrijke concurrent van de boom in Ano Vouves. In Bethlehem – in het plaatsje Al Walaja op de westelijke Jordaanoever – staat ook een olijfboom die mogelijk dan 3.000 jaar oud is. De zogenoemde Al Badawi-olijfboom zou zelfs 5.000 jaar oud kunnen zijn. Maar voor die claim is relatief weinig wetenschappelijk bewijs. 

Gemiddeld worden olijfbomen ongeveer 200 tot 500 jaar oud. De stam kan ongeveer tien meter hoog worden.

Wanneer begonnen mensen olijfbomen te planten? 

De olijfboom in Kreta is dan misschien de oudste nog levende boom. Maar in Israël hebben wetenschappers sporen ontdekt van nog veel oudere olijfbomen.  

Ze stuitten op resten van houtskool bij een opgraving in de Jordaanvallei. De verkoolde houtsnippers dateren van ongeveer 7.000 jaar geleden en zijn afkomstig van een tak van een olijfboom. En dat terwijl deze bomen van nature niet voorkomen in de Jordaanvallei.

Volgens de wetenschappers bewijst deze ontdekking dan ook dat mensen de boom moeten hebben aangeplant. Dat is goed mogelijk. In het gebied zijn eerder namelijk resten ontdekt van nederzettingen waar 6.000 tot 7.200 jaar geleden mensen hebben geleefd. 

Volgens hoofdonderzoeker Dafna Langgut is de vondst uniek. “Olijfbomen groeien wel in het wild in Israël, maar niet in de Jordaanvallei”, vertelt ze in het persbericht

“Dit betekent dat iemand met opzet olijfbomen naar hier heeft gebracht. Kortom: de boom is naar een plek gebracht die buiten zijn natuurlijke habitat ligt. In de archeobotanie beschouwen we dat als onomstotelijk bewijs van domesticatie. We hebben hier dus het vroegste bewijs van de domesticatie van olijven in de hele wereld”, aldus Langgut.  

Uit eerder onderzoek blijkt dat mensen zeker 8.000 jaar geleden al olijven hebben geoogst in Israël. Maar dat waren waarschijnlijk olijven van wilde bomen. 

Lees ook:
Waar staat de oudste boom ter wereld?
Waar staat de oudste boom van Nederland?
Wat zijn de meest zeldzame planten in Nederland?

Wat is een zonnewende? En wanneer kun je er eentje verwachten

W
zonnewende

De zonnewende vindt plaats op de langste en de kortste dag van het jaar. Het is het moment waarop de dagelijkse baan van de zon vanaf de aarde gezien ophoudt om langer of juist korter te worden.

Na midwinter groeit de lengte van dagen daardoor weer geleidelijk. Na midzomer worden de dagen juist weer minder lang.

Deze ‘ommekeer’ van de zon was in de prehistorie erg belangrijk. Oude beschavingen bouwden speciaal voor deze gebeurtenis piramides en stenencirkels. In dit artikel – dat eerder verscheen in de Volkskrant – lees je hoe de zonnewende precies werkt, maar ook waarom het fenomeen in de prehistorie zo uitgebreid werd gevierd. 

De zonnewende: hoe en wanneer?

De aardas staat niet loodrecht, maar schuin (in een hoek van ongeveer 66 graden) op de baan die onze planeet aflegt rond de zon. Daardoor ontstaan de seizoenen. Het noordelijk halfrond ligt zes maanden lang (in onze lente en zomer) dichter bij de zon dan het zuidelijk halfrond. Het halfjaar daarna (in onze herfst en winter) is de situatie omgekeerd. 

Tijdens de zonnewende in de zomer (meestal 21 juni), staat de zon loodrecht boven onze helft van de aarde. Daarom duurt de langste dag bijna 17 uur. In het uiterste noorden van Scandinavië gaat de zon zelfs helemaal niet onder. 

Tijdens de zonnewende in de winter (meestal 21 december), ligt juist het zuidelijk halfrond vol in de zon, waardoor op onze aardhelft de kortste dag van het jaar plaatsvindt. In noordelijkste puntje van Scandinavië blijft het dan donker.   

De geschiedenis van de zonnewende 

Het bekendste prehistorische bouwwerk dat speciaal voor de zonnewende werd gebouwd, is de stenencirkel in het Britse plaatsje Stonehenge. Ieder jaar vieren daar duizenden mensen de ommekeer van de zon in de zomer.  

Over de functie van de stenencirkel wordt al vele decennia gespeculeerd: is het een zonnewijzer die dienst deed als kalender, een monument om een zonnegod te vereren, een offerplaats misschien?

Als één archeoloog het antwoord kan geven, is het Mike Parker Pearson. Niemand groef dieper in de geschiedenis van de stenen cirkel dan hij. In de grond rond het monument vond hij sporen van een oude nederzetting. Met zijn beitel stuitte hij ook op de lichamelijke resten van vele mensen die er in de prehistorie zijn begraven. Als bijvangst diepte hij botten en tanden op van honderden varkens die  werden geofferd.  

Welke zonnewende was het belangrijkste?

De gebitten van de dieren verraden volgens de wetenschapper het jaarlijkse tijdstip waarop prehistorische volken zich in Stonehenge verzamelden ter ere van de zonnewende. Uit sporen van slijtage op de varkenstanden blijkt dat de meeste dieren na ongeveer negen maanden zijn geslacht. 

 “Aangezien de varkens waarschijnlijk in de lente zijn geboren, werden ze dus tijdens de midwinterzonnewende geofferd. Dat feest was in de prehistorie waarschijnlijk belangrijker dan de zonnewende in de zomer”, aldus Parker Pearson. “De verklaring is mogelijk dat de zonnewende in de winter een meer vruchtbare tijd aankondigde. Dat was belangrijk in een tijd waarin mensen nog van het land leefden.”   

Zonnewendes in oude culturen

De aanleg van Stonehenge was bepaald geen unicum in de prehistorie. In Schotland zijn vergelijkbare op de zon gerichte stenencirkels te vinden. De tempel van Amon in Egypte lijkt eveneens een voorbeeld van zon-architectuur; in de midwinter schijnen zonnestralen precies door de ingang. Op de wanden van piramides in Peru en Mexico ontstaan bij een bepaalde stand van de zon zelfs bijzondere schaduwen in de vormen van slangen. 

Volgens de Amerikaanse socioloog Michael Macy ligt het voor de hand dat onze voorouders het herhalende patroon als een teken van de goden zagen. “Ze konden het niet logisch verklaren, zoals wij. Waarschijnlijk bouwden ze daarom vaak een eerbetoon in de vorm van een bouwwerk, of hielden ze offerfeesten.”

Het meest bijzondere voorbeeld van ‘zonnecyclus-architectuur’ staat op naam van de Maya’s, weet Laura van Broekhoven, Ze is expert op het gebied van oude culturen in Midden en Zuid-Amerika. “Op de zijkant van de piramide van Kukulcan lijkt op 21 maart een donkere slang naar beneden te kruipen door de schaduwinval op de trappen langs de wanden”, verklaart ze. Bij de bouw van de piramide is rekening gehouden met de equinox, het punt tussen twee zonnewendes in, waarbij de zon loodrecht boven de evenaar staat.  

De zonnewende bij de maya’s

Het astronomisch inzicht voor dat bouwkundig hoogstandje werd vermoedelijk verzameld door geleerden met een speciale functie, zogenoemde ‘daykeepers’. “Zij telden de dagen en hielden in de gaten wanneer de zon groter werd aan de hemel, of juist kleiner”, zegt Van Broekhoven. 

Op basis van die waarnemingen vierden de Maya’s feesten en deden ze ook voorspellingen. “Tijdens zonnefeesten werd er bijvoorbeeld volop gedanst. Maar de geleerden keken ook naar de hemel om te voorspellen wat de beste dag was om te trouwen.”

Het turen naar de zon en sterren van oude beschavingen moet echter niet worden afgedaan als prehistorische hocuspocus, benadrukt Van Broekhoven. “Bedenk dat veel waarnemingen ook een heel duidelijk doel dienden: mensen waren afhankelijk van de zon, voor landbouw, maar ook voor tijdmeting.”

Wat dat betreft is er volgens de geschiedkundige maar weinig veranderd. “Het is eigenlijk vreemd dat mensen oude zonnekalenders en zonfeesten vaak zien als iets dat ver van ze afstaat, iets occults bijna.” Steeds als we op ons mobieltje kijken hoe laat het is, of een blik werpen op de verjaardagskalender op het toilet, kijken we indirect naar hemel. “Ons besef van tijd, onze verjaardagsfeesten, ze zijn allemaal gebaseerd op de zon, al beseffen we dat niet altijd meer.” 

Waarom gaap je eigenlijk? Dit zegt de wetenschap

W
gapen-waarom-nu

Toen ik dit stuk aan het schrijven was, moest ik een paar keer gapen. En waarschijnlijk is dat geen toeval. 

De gaap is een van de meest raadselachtige reflexen van het menselijk lichaam. We geeuwen als we moe zijn, of verveeld, maar ook als we anderen zien gapen. Maar waarom?

Wetenschappers doen daarom veel onderzoek naar de geeuwreflex. Wat is precies de functie van gapen? Na het lezen van dit stuk ben je op de hoogte van de laatste wetenschappelijke inzichten. En je weet waarom ik gaapte tijdens het schrijven van dit artikel. Maar doe ook de gaap-test hieronder.

Waarom gaap je? 

Tot eind jaren tachtig was de algemeen geaccepteerde verklaring van een geeuw nog simpel. Je gaapte als je een tekort aan zuurstof in je bloed had en een overschot aan kooldioxide, zo geloofden wetenschappers. Kortom: een geeuw was een teken van vermoeidheid.  Je deed in een  reflex je mond open om naar extra zuurstof te happen. 

Veel mensen gebruiken deze verklaring nog steeds. Als iemand geeuwt, zeggen ze: je zult wel moe zijn. 

Maar wetenschappelijk gezien is al lang bewezen dat de oorzaak van gapen niets te maken heeft met uitputting. 

Hardlopen om te gapen

Dat is vooral te danken aan experimenten van de Amerikaanse neuropsycholoog Robert Provine. Hij liet in 1987 tijdens een onderzoek aan de Universiteit van Maryland een groot aantal mensen lucht inademen die relatief weinig zuurstof bevatte, maar wel een verhoogd CO2-gehalte. 

Hoewel de proefpersonen daardoor een zuurstoftekort opbouwden, kregen ze geen grote neiging tot gapen. Ook toen Provine de deelnemers aan zijn experimenten zo hard op een loopband liet lopen dat hun ademhalingssnelheid verdubbelde, gingen ze niet vaker geeuwen. 

“Dat een was buitengewoon belangrijke ontdekking voor de wetenschap”, zegt de Belgische onderzoeker Wolter Seuntjens. Hij is auteur van het boek Gaap! en promoveerde in 2004 aan de Vrije Universiteit op een overzicht van al het bestaande onderzoek naar gapen. “Honderden jaren hebben mensen in de veronderstelling geleefd dat gapen met een tekort aan zuurstof te maken had. En dat blijkt onterecht te zijn.” 

(Lees ook: hoe lang kan een mens de adem inhouden?)

Is een geeuw een sociaal signaal? 

Maar waarom gapen we dan wel? Zelf vermoedt Seuntjens dat een geeuw vooral een sociale functie heeft.  “We kennen allemaal de situatie dat je ’s avonds gasten hebt”, vertelt hij. “Op een gegeven moment ben je moe en wil je naar bed. Maar je gasten blijven plakken en willen maar niet haar huis.”

“Uiteindelijk ga je dan gapen. Maar zodra je bezoek die hint heeft opgepikt en vertrekt, houd je weer op met gapen. En zodra je je kleren uit doet en in bed gaat liggen en bijna in slaap valt, stop je helemaal met gapen. Terwijl je dan toch vaak nog vermoeider bent dan toen je nog op de bank zat.”

Volgens Seuntjens is het geen toeval dat we vaak vooral gapen als er andere mensen in de buurt zijn. En hij is niet de enige die dat denkt. Steeds meer wetenschappers vermoeden dat mensen in de loop van de evolutie om sociale redenen de gewoonte hebben ontwikkeld om de geeuw van een ander te imiteren. 

Gapen is besmettelijk

Gapen is namelijk besmettelijk. Dat is al vele malen aangetoond. Als mensen een ander zien geeuwen, kunnen ze zelf meestal ook een gaap niet onderdrukken. Neem de proef maar op de som. Als je het filmpje hieronder kijk, is de kans groot dat je zelf ook gaat gapen. Doe de gaap-test. Hoe ver kom jij?

Het kopiëren van een gaap doen we weliswaar zonder erbij na te denken. Maar het zou een teken van empathie en sociale verbondenheid kunnen zijn dat we onbewust afgeven aan anderen. En soms zou je er dus ook een signaal van vermoeidheid mee kunnen afgeven: ik ben kapot, ik wil gaan slapen.  

Gapen bij dieren

Toch is gapen niet alleen een  sociale bezigheid. Mensen vertonen het gedrag al in de baarmoeder, ver voordat ze in staat zijn contacten met anderen te leggen. Verder sperren ook dieren zoals apen, honden en katten hun bek regelmatig wijd open.

De Amerikaanse evolutionair psycholoog Robert Gallup staarde bij een onderzoek zelfs urenlang naar gapende kanaries die in verschillende kooien zaten. Kanaries zijn een geval apart als het op gapen aankomt. De dieren kopiëren in tegenstelling tot mensen en veel andere dieren nooit een geeuw van soortgenoten. Ze gapen alleen als ze daar zelf zin in hebben, tenminste zo lijkt het. 

Maar Gallup toonde aan dat een gaap van een kanarie vaak vooraf wordt gegaan door temperatuurschommelingen. Als de temperatuur in hun verblijf wordt opgevoerd, volgt er onvermijdelijk een gaap, zo ontdekte hij. 

Geeuwen om je brein te koelen? 

Gallup’s theorie is dan ook dat gapen weldegelijk een biologisch functie heeft, namelijk het afkoelen van de hersenen. 

“Dat hebben we ook gemeten bij een meer geavanceerd vervolgexperiment, waarbij we temperatuurmeters hebben geïmplanteerd in het brein van ratten”, vertelt hij. “Toen de dieren van de operatie waren hersteld konden we precies zien wat er vlak voor en na een gaap gebeurde met de temperatuur in hun brein. 

Uit het experiment bleek dat de ratten steeds begonnen te gapen een minuut nadat de temperatuur in hun brein aanzienlijk steeg. Onmiddellijk na het gapen daalde de temperatuur van hun brein en stabiliseerde de situatie zich. Ook bij mensen werkt dit waarschijnlijk zo. 

“Als ons brein oververhit dreigt te raken, ademen we frisse lucht in, wat vervolgens het bloed koelt dat naar de hersenen wordt gestuurd.”  

Geeuwen koelt je brein 

De gaap als een koelmechanisme voor het brein; het klinkt misschien wat ver gezocht. Maar volgens Gallup is het niet meer dan logisch dat onze hersenen soms net als een computer gekoeld moeten worden. 

 “Het menselijk brein vertegenwoordigt slechts 2 procent van je lichaamsgewicht, maar consumeert meer dan 20 procent van het aantal calorieën dat je dagelijk inneemt. Je kunt je hersenen dus zien als een soort metabolische dynamo. Omdat het je er relatief zo veel energie mee verbruikt, genereert je brein heel veel hitte. En gek genoeg zijn je hersenen niet in staat om grote variaties in temperatuur te weerstaan. Dat zien we bijvoorbeeld bij mensen die verwondingen aan hun hersenen oplopen. De meeste blijvende schade houden zij over aan oververhitting. 

Gapen als groepsgedrag

Gallup gelooft dat het ‘koelingsmechanisme’ van het brein ook een besmettelijke geeuw zou kunnen verklaren. 

“Mensen zijn groepsdieren. En als één persoon zijn hersenen koelt door te gapen, voorkomt hij daarmee dat zijn hersenen oververhit raken en mentaal minder alert wordt. Als zijn groepsgenoten dat vervolgens ook doen, zorgt dit voor een optimalisatie van de mentale alertheid in de hele groep.”  

Dat ik moest gapen tijdens het werken aan dit stuk is volgens de theorie van Gallup niet zo vreemd. Waarschijnlijk raakten mijn hersenen gewoon op stoom van het schrijven. Of zou ik toch gewoon moe zijn? 

Lees ook:
– Hoe lang kan een mens eigenlijk de adem inhouden?
– Hoeveel botten heeft een mens?

Kunnen ijsberen klimaatverandering overleven?

K
bedreigde ijsberen

IJsberen worden ernstig bedreigd door de opwarming van de aarde en het smelten van zee-ijs. Kunnen de dieren overleven als er in de komende decennia nog meer ijs onder hun voeten wegsmelt op de Noordpool?

Een nieuwe studie van Amerikaanse wetenschappers biedt een klein beetje hoop voor de toekomst van het iconische dier. Wat hebben ze ontdekt? 

Mogelijk kunnen ijsberen zich aanpassen aan een omgeving met minder zee-ijs. Er lijkt namelijk een nieuwe soort te ontstaan die gedeeltelijk op land leeft.

IJSberen bedreigd: hoeveel zijn er nog over?

Normaal gesproken leven ijsberen vooral op ijsplaten langs kust van Canada, de Verenigde Staten, Rusland en Groenland en Rusland. Ze kunnen daar makkelijk jagen op zeehonden en walrussen. Als deze zoogdieren hun kop door gaten in het ijs steken om adem te halen, vallen de ijsberen aan. Verder eten ijsberen veel vis uit zee.   

Op dit moment leven er volgens het Wereldnatuurfonds nog ongeveer 22.000 – 31.000 ijsberen in en rondom de Noordpool. Sinds de jaren tachtig zijn de populaties op veel plekken met 30 tot 40 procent afgenomen.  

Dat heeft één duidelijke oorzaak: hun leefgebied krimpt door klimaatverandering. Volgens sommige voorspellingen zullen ijsberen al voor 2100 uitsterven door het smelten van het zee-ijs op de Noordpool. 

Maar misschien hoeft het niet zo ver te komen. Een paar honderd ijsberen hebben hun leefwijze namelijk aangepast. Ze wonen nu in een gebied waar acht maanden per jaar geen zee-ijs voorkomt. En toch lukt het ze om daar te overleven.

Wat eten ijsberen? En hoe?

De dieren hebben zich teruggetrokken in het zuidoosten van Groenland. Daar leven ze op gletsjers, op ijs van zoet water dus.

Maar deze ijsberen komen ook opvallend vaak in gebieden zonder ijs. Ze klauteren bijvoorbeeld regelmatig over fjorden en bergen. Hun soortgenoten in andere gebieden rond de Noordpool vertonen dat gedrag nooit. 

IJsberen eten zeehonden, walrussen en allerlei soorten vis. Maar de ‘zoetwater-ijsberen’ hebben geen zee-ijs meer nodig om deze dieren te vangen uit zee. Ze verschansen zich simpelweg op van gletsjers afgebroken stukken ijs. Staand op zo’n ijsschots ‘varen’ ze als het ware de zee op om hun prooien te vangen.

Is deze soort een voorloper van een nieuwe ‘klimaatbestendige soort’? Het is nog te vroeg om te zeggen. Maar wetenschappers hebben wel voor het eerst vastgesteld dat de dieren genetisch afwijken van hun soortgenoten die nog wel op zee-ijs leven. 

de toekomst van de ijsbeer

Ze beschouwen de ‘zoetwater-beren’ inmiddels als een ondersoort van de ‘gewone’ ijsbeer. En volgens hoofdonderzoekster Kristin Lairdre is het misschien inderdaad de enige ijsbeersoort die klimaatverandering kan overleven. 

Ijsberen worden bedreigd door het verlies van zee-ijs”, verklaart ze in een persbericht. “Deze nieuwe populatie geeft ons inzicht in hoe deze soort in de toekomst misschien kan blijven bestaan.” 

Toch wil ze niet te optimisch zijn. Want veel ijsberen zullen er waarschijnlijk niet overblijven. Het leefgebied van het bijzondere groepje in het zuidoosten van Groenland is bijzonder klein. 

“Als je je zorgen maakt over het voortbestaan van de soort, zijn onze bevindingen enigszins hoopvol”, aldus Lairdre. “Maar ik denk niet dat gletsjers plek kunnen bieden aan enorm veel ijsberen. Daarvoor zijn er simpelweg niet genoeg. We verwachten nog steeds dat het aantal ijsberen in de Arctische zee sterk zal afnemen door klimaatverandering.”   

Lees ook:

Zo vouw je een papieren vliegtuigje dat wél lang vliegt

Z

Ga je een vliegtuigje vouwen? Dan kun je wel wat advies van Ken Blackburn gebruiken. Hij vouwde ooit een papieren vliegtuigje dat 27,6 seconden in de lucht bleef. Daarmee stond hij jarenlang in het Guinness Book of Records.

Ik interviewde Ken Blackburn ooit voor het NRC Handelsblad. Hieronder lees zijn belangrijkste tips. In het dagelijks leven ontwerpt hij trouwens geen vliegtuigjes van papier, maar echte vliegtuigen…

vliegtuigje vouwen? maak deze fout niet

Een groot misverstand zorgt ervoor dat papieren vliegtuigjes over de hele wereld razendsnel met hun neus naar de grond duiken. Volgens Ken Blackburn vouwen de meeste mensen op verkeerde manier.

“Bijna iedereen gaat bij het maken van een papieren vliegtuigje in het begin al de mist in”, zegt hij. “Mensen vrouwen een A4tje meestal in de lengte doormidden. En dat is eigenlijk verkeerd. Als je wilt dat een vliegtuigje lang in de lucht blijft, moet je het papier juist in de breedte vouwen zodat er langere vleugels ontstaan, net als bij een zweefvliegtuig.”

Niet mooi, wel effectief

Blackburn geeft workshops vliegtuigjes vouwen op scholen en bedrijven. Op zijn website verkoopt hij ook boeken. Het ontwerp dat hij gebruikte bij zijn recordpoging, bedacht hij al in zijn jeugd. Het niet mooi, maar wel effectief.

Als 12-jarige ontwierp de in Florida wonende Amerikaan de zogenaamde ‘glider’. Het vliegtuigje heeft vierkanten vleugels en geen duidelijke voor- of achterkant. Je vouwt het  binnen enkele minuten in elkaar. Zie het filmpje hieronder.

Blackburn’s prestaties met zijn zelf ontworpen papieren vliegtuigje zijn indrukwekkend. In 1998 wierp hij het vliegtuigje richting het dak van de Georgia Dome, een overdekt American Football-stadion in Atlanta. Het papier cirkelde daarna in slowmotion weer terug naar de aarde. Pas na 27,6 seconden viel het toestel op de grond. Hieronder zie je zijn recordworp.

Hoe gooi je een papieren vliegtuigje?

Blackburn trainde lang voor zijn recordpoging. Een succesvolle vlucht van een papieren vliegtuigje hangt namelijk niet alleen af van het vouwwerk. Het gaat ook om je manier van gooien en je spierkracht.

“Een vliegtuigje blijft het langste in de lucht als je het kaarsrecht, onderhands omhoog werpt – net zoals je een tennisbal opgooit”, zegt hij. “

“En je hele lichaam moet meebewegen om zo veel mogelijk kracht op te wekken. Ik trainde heel bewust mijn rechterarm in de sportschool en werd zelfs begeleid door de trainster van tennisser Pete Sampras”, aldus Blackburn.

Inmiddels is het record van de Amerikaan verbroken door Takuo Toda. De Japanner gooide in 2010 in het bijzijn van de redactie van het Guinness Book of Records een vliegtuigje de lucht in dat 29,2 seconden in de lucht bleef. Overigens gebruikte Toda eenzelfde soort ontwerp als Blackburn. Hieronder zie je zijn worp.

extra vouwtip voor de vleugels

Ken Blackburn denkt zijn eigen record niet zo snel meer te kunnen verbreken. Het ontbreekt hem nu aan tijd om te trainen. Toch knutselt hij nog regelmatig aan papieren vliegtuigjes, maar dan vooral om kinderen én volwassenen kennis te laten maken met zijn hobby. Zijn belangrijkste tip heeft te maken met het vouwen van vleugels.

‘Een workshop met simpele tips is vaak genoeg om mensen te laten inzien hoe makkelijk je het ontwerp van je vliegtuigjes kunt verbeteren. Als je een vliegtuigje vouwt, helpt het bijvoorbeeld al heel erg om de uiteinden van je vleugels een beetje omhoog te buigen. Dan blijft je toestel zeker een paar seconden langer in de lucht.’ Verder zijn er talloze spectaculaire ontwerpen die er ook nog mooi uitzien.”

Hieronder kun je een korte workshop van Ken volgen.

Het is trouwens ook mogelijk om een soort helikopter te vouwen van papier (bekijk hier de instructies daarvoor).

Speel vliegtuigjesgolf

Volgens Blackburn is het vouwen van vliegtoestellen ook nog eens een erg nuttig tijdverdrijf voor kinderen. “Door mijn enthousiasme voor papieren toestellen in mijn jeugd ben ik later ontwerper van echte vliegtuigen geworden”, vertelt hij.

“Maar daarnaast kun je papieren vliegtuigjes ook een functie geven, op een grappige manier. Verstuur bijvoorbeeld eens een berichtje op je werk met een vliegtuigje. Of speel vliegtuigjesgolf in een park of in je huiskamer als het slecht weer is. Dat is ontzettend leuk.”

De spelregels zijn simpel. “Je neemt steeds een ander doel – een vaas of een boom – waar je op moet mikken. Degene die de minste worpen nodig heeft, wint de wedstrijd.

Voor vliegtuigjesgolf is het ontwerp dat Blackburn bij zijn recordpoging gebruikte alleen niet zo geschikt. “Je kunt daarbij beter een langwerpig vliegtuig gebruiken, waarbij je een vel papier in de lengte doormidden vouwt. Met zo’n toestel kun je beter mikken.”

Lees ook:
– Hoeveel botten heeft een mens eigenlijk?
– Waar staat de oudste boom ter wereld?

Hoe snel groeit haar? Dit zegt de wetenschap

H

Menselijk haar groeit gemiddeld 10 tot 15 centimeter per jaar, oftewel 1,25 centimeter per maand. Maar de groeisnelheid verschilt nogal per persoon. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het vooral afhangt van je haartype en je afkomst. 

Wist je bijvoorbeeld dat ‘Aziatisch’ haar sneller groeit dan’ Afrikaans’ haar? Hoe zit dat, en wat zijn de grootste mythes over haargroei? 

Hoe snel groeit haar? 

Het meest uitgebreide wetenschappelijke onderzoek naar haargroei werd in 2005 uitgevoerd door Franse wetenschappers. Ze vroegen 511 proefpersonen (mannen en vrouwen) over de hele wereld om hun haarlengte een aantal dagen lang zo precies mogelijk in de gaten te houden. De deelnemers liepen zelfs een tijdje met een kale plek op hun hoofd voor de wetenschap.

Voor het onderzoek schoren ze namelijk een gebiedje van één vierkante centimeter op hun schedel helemaal kaal. Vervolgens maakten ze om de twee dagen een foto van deze plek. 

Ze stuurden die foto op naar de wetenschappers, die vervolgens met computersoftware konden berekenen hoe snel het haar terug groeide. En wat bleek? Die groeisnelheid hing af van de afkomst van de proefpersonen. 

Je haar groeit 10 tot 15 centimeter per jaar

Bij mensen van Afrikaanse afkomst groeide het haar het langzaamste: ongeveer 10 centimeter per jaar. De haarlengte van mensen met Europese en Amerikaanse roots neemt met ongeveer 13 centimeter per jaar toe. En mensen van Aziatische afkomst krijgen er per jaar zelfs 15 centimeter bij. 

De wetenschappers benadrukken dat het een om een gemiddelde gaat. Het opdelen van de proefpersonen in drie groepen van verschillende afkomsten is kunstmatig, geven ze zelf ook toe.  “Die groepen zijn eigenlijk te breed, elke groep bestaat uit een mozaïek van verschillende etnische afkomsten”, schrijven ze in de studie. “Maar we wilden tot een gemiddelde komen.”  

Overigens maak de eerder genoemd studie naar haargroei met 511 proefpersonen ook een einde aan een hardnekkige ‘haar-mythe’. Veel mensen denken dat de haardos van mannen sneller groeit dan die van vrouwen. Daar vonden de onderzoekers echter geen bewijs voor.  

Mythes: groeit haar sneller als je scheert?

En zo zijn er meer fabeltjes over de groeisnelheid van menselijk haar. Vaak wordt bijvoorbeeld gezegd dat haar sneller terugkomt als je het afscheert, knipt of trimt. Maar ook daar is geen enkel bewijs voor. Sterker nog: een grappig experiment in de Verenigde Staten wees in de jaren zeventig al uit dat scheren geen enkele invloed heeft op haargroei. 

Vijf mannen schoren voor dit onderzoek elke week één been helemaal glad, terwijl ze het haar op hun andere been lieten staan. Dat deden ze drie maanden lang. En wat bleek daarna? De groeisnelheid van het haar op hun linker- en rechterbeen was nog steeds precies hetzelfde. 

Volgens het tijdschrift Scientific American is de mythe over een snellere haargroei na het scheren ontstaan door een soort optische illusie. Als je een haar grotendeels afscheert, lijkt de overgebleven stoppel daarna vaak dikker 

Groeit haar sneller in de zomer? 

Groeit haar dan wel sneller in de zomermaanden? Ook voor dat idee is niet of nauwelijks wetenschappelijk bewijs. Sommige studies in laboratoria wijzen erop dat haarcellen harder groeien onder invloed van UV-licht. Zonnige dagen zouden je haardos dus in theorie sneller kunnen laten uitdijen. Maar het effect van zonlicht op haargroei is waarschijnlijk minimaal. 

“Het zou kunnen dat groeisnelheid een klein beetje toeneemt”, verklaart dermatoloog Elizabeth Cannen-Phillips in de Huffington Post. “Maar het is echt marginaal.” 

Waarschijnlijk geloven mensen vooral dat haar in de zomer sneller groeit omdat je haar vaak meer opvalt in de zomer. “Highlights en oxidatie door de zon zorgen ervoor dat je demarcatielijn tussen je haardos en je schedel meer opvalt dan in de wintermaanden”, aldus Cunnane-Phillips. “Dat draagt bij aan deze mythe. 

Hoe lang kan je haar eigenlijk worden? 

Zelfs als je nooit naar de kapper zou gaan, zou je haar niet oneindig groeien. Dat heeft te maken met het natuurlijk groeiproces. De groeicyclus van je haardos kent drie fasen.

  • In de zogenoemde anagene fase wordt een haar elke dag langer. Maar dat duurt meestal maar twee tot drie jaar. 
  • Daarna komt een haar in de zogenoemde katagene fase, waarin geen groei meer optreedt. Deze fase duurt enkele weken.
  • Uiteindelijk treedt de telegone fase op. Een haar sterft dan in ongeveer vier maanden af, en valt uit. 

Langste haar ter wereld

Bij kinderen verlopen deze fases sneller dan bij volwassenen. Bij baby’s zal het haar daardoor nooit langer worden dan 15 centimeter. Jonge kinderen hebben een maximale haarlengte van ongeveer 60 centimeter. En bij volwassenen stopt de groei meestal bij anderhalve meter, omdat de anagene groeifase dan ophoudt.  

Maar er zijn uitzonderingen. De duur van de anagene fase verschilt enorm. Bij sommige mensen duurt deze groeiperiode vijf tot zeven jaar. Het haar van deze mensen kan daardoor extreem lang worden. De vrouw met het langste haar ter wereld is de Chinese Xie Qiupin. Haar haardos bereikte in 2004 een lengte van 5,62 meter. Ze veroverde daarmee een plek in het Guinness Book of Records. In het filmpje hieronder kun je haar lange staart bewonderen.

Wetenschap van het dagelijks leven

Even voorstellen: Dennis Rijnvis

Als ik een stripheld zou zijn, zou ik er waarschijnlijk uitzien als op deze tekening. Mijn naam is Dennis Rijnvis. Ik ben schrijver, blogger en schreef als wetenschapsjournalist voor Quest en De Volkskrant. Op deze website deel ik inzichten over wetenschap, geschiedenis en zelfontwikkeling.

Op mijn andere blog Schrijfvis, geef ik schrijftips en advies voor storytelling.

Recente berichten

Recente reacties

Archieven

Categorieën

Meta