Nuttige en nutteloze feitjes

Afrodisiaca: dit voedsel wordt gezien als lustopwekkend, maar waarom eigenlijk?

Afrodisiaca is een moeilijk woord voor lustopwekkende middelen. De lastige naam is afgeleid van Afrodite. Dat was de Griekse godin voor de liefde. Volgens de legende werd zij geboren uit het schuim van de zee. 

Door dat verhaal ontstond ook het geloof in afrodisiaca. Omdat de godin van de liefde voortkwam uit de zee, geloofden de oude Grieken en Romeinen dat zeevruchten en vis een  lustopwekkende werking hadden.  

Maar in de loop van de geschiedenis zijn mensen veel meer planten, gerechten en dranken gaan zien als lustopwekkend. Waarom zouden deze middelen een positieve invloed hebben op de seksuele prestaties? En wat klopt ervan?

(Dit artikel verscheen eerder – in aangepaste vorm – in Quest)

afrodisiaca: een korte geschiedenis

De oudste geschreven bron over potentieverhogende middelen is gevonden op Egyptische papyrusrollen uit 1700 voor Christus. Het geschrift bevat een recept tegen impotentie, waarin de lezer wordt aangespoord om bladeren van de christusdoorn en acaciaplanten te mengen met honing en op zijn geslachtsdelen aan te brengen.

Bij de Romeinen werden fruit en honing, afkomstig uit de boomgaard, óók als lustopwekkend gezien, alleen verbonden zij dit niet aan hun liefdesgodin, maar aan rauwe seks. De Romeinse boomgaard werd beschermd door Priapus, een god met een gigantische penis.

In de loop van de eeuwen ontstond er een lange lijst met middelen die werden aangegrepen om de lust op te wekken: van cacao en honing tot rode peper, tijgerpenis, knoflook, kaviaar, champagne en gemalen neushoorn. 

Hoe werken afrodisiaca?  

Inmiddels is aangetoond dat de meeste afrodisiaca niet werken. Maar de mythes rond lustopwekkend voedsel zijn hardnekkig.

Waarom dachten onze voorouders dat ze hun seksuele prestaties kunnen verbeteren met de hoorn van een neushoorn, of gember? En waarom geloven sommige mensen er nog steeds in? Ik nam een duik in de historische theorieën.

Voor het tijdschrift Quest Historie sprak ik met voedselhistoricus Patrick Faas. Hij legt uit dat je afrodisiaca kunt indelen in drie groepen, op basis van de veronderstelde werking.   

 “Ten eerste zijn er de magische afrodisiaca”, zegt hij. “Die zijn gebaseerd op losse tradities.  Maar de magie kent sommige wetmatigheden zoals: als iets op elkaar lijkt, werkt het ook hetzelfde. Dus wie eruit ziet als een wolf, krijgt de krachten van een wolf en wie ballen eet, krijgt ballen.” 

De asperge, de banaan en de hoorn van de neushoorn zouden daarom potentieverhogend zijn. Maar ook oester zouden om die reden de seksuele lusten opwekken. De achterliggende magische reden is nogal simpel, namelijk de vorm.    

Mensenkruid

Magische verhalen over liefdesdranken werden volop gebruikt door heksen en tovenaars in de middeleeuwen. Een van de meest tot de verbeelding sprekende ingrediënten voor toverdranken uit die tijd is de alruin, een plant met een wijd vertakte wortel die volgens sommige legendes de vorm van een mannetje had en daarom de bijnaam ‘mensenkruid’  kreeg.

Al in het Oude Testament wordt de alruin als afrodisiacum genoemd. De beroemde alchemist Heinrich Agrippa Von Nettesheim uit de vijftiende eeuw beschrijft in zijn boek Magische Werke tot in detail hoe de wortel moest worden geplukt voor het gebruik in een liefdesdrank.

‘De wortel zal de persoon die hem uit de aarde trekt, begroeten met de dood als diegene zichzelf niet beschermt met een amulet dat is gemaakt uit dezelfde soort wortel. Zij die niet zo’n amulet bezitten moeten een cirkel uitgraven in de aarde rondom de alruin en een hond aan de plant vastbinden. Omdat de hond zichzelf zal willen bevrijden, zal hij de wortel uit de grond trekken en sterven in de plaats van zijn meester. De wortel kan daarna door iedereen worden opgepakt zonder gevaar.”  

Magische werke, Heinrich Agrippa Von Nettesheim

Medische afrodisiaca

Naast de magische liefdesmedicijnen zijn er ook lustopwekkende middelen waarvan de werking op een meer inhoudelijke manier werd verklaard. Volgens historicus Faas zijn die middelen te beschouwen als medische afrodisiaca. 

“Die middelen komen voort uit oude theorieën over het menselijk lichaam en de natuur, ”, zegt hij. “Een goed voorbeeld daarvan is de Chinese theorie over yin en yang. Volgens die theorie zijn mannen nogal heet van aard en vrouwen tamelijk koud. Alcohol is heet, net als specerijen, vlees, knollen en penen, denk bijvoorbeeld aan gember en knoflook. Maar graan en rijst zijn koel en fruit is koud.”

De eeuwenoude theorie heeft volgens de historicus grote invloed op voedsel dat in oude Aziatische culturen als afrodisiacum wordt beschouwd. “Het vlees van carnivoren is het heetst en daarom zouden bijvoorbeeld kattenvlees en hondenvlees potentieverhogend zijn.” 

Afrodisiaca op basis van Geuren

Ook in Europa was het gebruik van afrodisiaca lange tijd gebaseerd op primitieve medische theorieën. Zo beschouwde de Romeinse arts Claudius Galenus in de tweede eeuw na Christus alle hete en vochtige spijzen als potentieverhogend.

Hij had daarvoor een bijzondere verklaring. Het voedsel zou leiden tot winderigheid, waardoor de bloedvezels werden opgeblazen en een erectie ontstond. Die theorie hield nog tot ver in de Renaissance stand.   

Behalve lustopwekkend voedsel zijn ook geuren altijd al een geliefd middel geweest om de seksuele prestaties te verbeteren.

“Zakdoekjes met het okselzweet van bepaalde sexy dames brachten tijdens de barok veel geld op”, weet Faas. “Vooral in Italië bestond hierin een levendige handel. Je kunt zeggen dat dit soort afrodisiaca zijn gebaseerd op feromonen. Dat zijn geurstoffen die planten en dier gebruiken ten bate van de voortplanting. Bloemgeuren zijn daarvan een goed voorbeeld. Die gebruiken we nog steeds in parfum.” 

Dit maakte afrodisiaca overbodig

Voor mannen zijn afrodisiaca in de vorm van voedsel eigenlijk overbodig geworden door een experiment dat bijna twintig jaar geleden plaatsvond in Engelse plaatsje Sandwich. Het farmaceutisch bedrijf Pfizer testte daar een nieuw medicijn tegen de hartkwaal angina pectoris.

Het middel met de naam Sildenafil bleek echter maar weinig effect te hebben op de klachten van de proefpersonen. Toch weigerden veel van de mannelijke deelnemers aan het experiment de pillen terug te geven. Uit nader onderzoek bleek waarom niet: het medicijn bezorgde de mannen een erectie. In 1998 kwam Sildenafil op de markt onder de naam Viagra. 

“Viagra heeft de traditionele middelen buiten spel gezet”, zegt Patrick Faas. “Waarom zou je nog rode pepers op je penis smeren, nu er Viagra is? En voor de neushoorn is het einde van de zoektocht naar afrodisiaca ook goed nieuws, er is geen reden meer om op dat dier te jagen.”

Lees ook:

Over de auteur

Dennis Rijnvis

Schrijver en wetenschapsjournalist

Laat een reactie achter

Nuttige en nutteloze feitjes

Even voorstellen: Dennis Rijnvis

Als ik een stripheld zou zijn, zou ik er waarschijnlijk uitzien als op deze tekening. Mijn naam is Dennis Rijnvis. Ik ben schrijver, blogger en schreef als wetenschapsjournalist voor Quest en De Volkskrant. Op deze website deel ik inzichten over wetenschap, geschiedenis en zelfontwikkeling.

Op mijn andere blog Schrijfvis, geef ik schrijftips en advies voor storytelling.

Recente berichten

Recente reacties

Archieven

Categorieën

Meta