auteurDennis Rijnvis

Hoe de maker van het Christusbeeld in Rio begon met brood bakken

H
Paul Landowski

Je bent vijf jaar en je bent blind. Je kunt niet tekenen, niet lezen, niet spelen met andere kinderen. Je moeder pakt je handen en duwt ze in een homp deeg. Met haar vingers op jouw vingers laat ze je voelen hoe je het deeg in verschillende vormen kneedt: een vierkant, een bal met daarop een kleinere bal. Als je klaar bent, bakt ze het deeg voor je tot brood en voel jij hoe het deeg hard is geworden: hoe er onder jouw vingers een poppetje van brood is ontstaan in de vorm van een mens. 

Zo ongeveer moet bij de Franse beeldhouwer Paul Landowski in zijn jeugd de interesse voor beeldhouwen zijn ontstaan. Hij leed rond zijn vijfde jaar aan een tijdelijke vorm van blindheid en leerde van zijn moeder sculpturen van brood maken. Hij zou ook zijn eerste realistische beelden (van onder meer de martelaarster Sint-Blandina) van brood hebben gebakken in de ovens van een restaurant waar hij een bijbaantje had. 

Misschien heb je nog nooit van Landowski gehoord. Maar je kent zijn bekendste werk ongetwijfeld. Hij maakte de vingers en waarschijnlijk ook het gezicht van het beroemde beeld Christus de Verlosser dat neerkijkt op de Braziliaanse stad Rio. 

Zelf kwam ik Paul Landowski op het spoor toen ik het eerste deel las van de razend populaire boekenreeks De Zeven Zussen van Lucinda Riley. Hij speelt daar slechts een bijrol. 

Ik werd nieuwsgierig naar hem. In zijn levensverhaal stuitte ik op de anekdote over het brood bakken. Dat deed me terugdenken aan mijn eigen jeugd. Kan de magie van iets waar je in je jeugd plezier aan beleefde je richting geven in je werk of je persoonlijke leven op latere leeftijd?  

Zelf geloof ik daar sterk in. Toen ik in 2016 overspannen raakte van mijn werk als journalist, dacht ik terug aan hoe ik als kind op een kamer zat achter een multomap met daarop de letters A-B-C. Ik fantaseerde dat ik een naslagwerk schreef, het ABC-boek. Er stonden belangrijke weetjes in, die iedereen op de wereld zou willen lezen. 

In datzelfde jaar begon ik met Schrijfvis, een online naslagwerk met schrijftips voor iedereen die zelf wil schrijven. 

Natuurlijk is dit geen magische gedachtenoefening: denk terug aan je jeugd en je weet wat je moet gaan doen. Het is hooguit iets waarmee je jezelf kort kunt inspireren.  Daarna begint het harde werk.  

Toen Paul Landowski op de kunstacademie zat, volgde hij in zijn vrije tijd anatomische lessen. Met toestemming van een docent aan de universiteit tekende hij de lichamen die medische studenten voor zijn ogen ontleedden. 

En niet alles waarmee hij oefende, leidde in een rechte lijn naar zijn carrière als beeldhouwer. Landowski experimenteerde met creatief schrijven, hij probeerde hij verhalen op papier te zetten in versvorm. Elke zin moest rijmen. Maar dichter werd hij nooit. In zijn vrije tijd bokste hij fanatiek, maar hij blonk niet uit in die sport. 

Landowski stierf op 31 maart 1981 in zijn woonplaats Boulogne Billancourt op 84-jarige leeftijd. Eén van zijn bekendste beelden heet: de gevallen bokser.

Ontvang de inspiratie-nieuwsbrief

Hoe ik door een foutje futuroloog werd

H

Over tien jaar poets jij je tanden niet meer met een tandenborstel, maar met een mini-lichtsabel waarmee je op je gebit schijnt. Dat zegt een bekende futuroloog, genaamd Dennis Rijnvis.

Het NRC publiceerde in 2006 een artikel van mijn hand over de toekomst van gebitsverzorging met de titel ‘Blauw licht vervangt pasta’. Het was een column naar aanleiding van recentelijk wetenschapsnieuws. Onder het artikel werd mijn naam afgedrukt, met een prestigieuze toevoeging: futuroloog.

Futuroloog is een beroep dat bestaat sinds halverwege de vorige eeuw. Futurologen zijn geen waarzeggers, maar mannen in pakken die met een serieuze blik en gelikte presentaties op conferenties staan, of in directiekamers. Ze proberen op basis van maatschappelijke en wetenschappelijke analyses de toekomst te voorspellen. Vaak worden ze ingehuurd door bedrijven en overheden, die beleid proberen te maken voor de toekomst. Een goed voorbeeld is Richard van Hooijdonk of Adiedj Bakas

Maar helaas, ik ben nog nooit voor grof geld ingehuurd door een ministerie of multinational om de toekomst te voorspellen. De term futuroloog bij mijn column was een foutje. Het tekstje was onderdeel van een rubriek waarin elke dag een expert zijn visie gaf over de toekomst van een alledaags onderwerp, zoals gebitsverzorging, magnetronmaaltijden, of fietsen.

Ik was gevraagd vanwege mijn werk als wetenschapsjournalist. Maar er was ook een echte futuroloog bij het gezelschap schrijvers. Zijn functie werd door een redacteur op een dag per ongeluk bij mijn naam gezet.

Wanneer ben je futuroloog?

Is die beroepstitel bij mijn naam daarmee ook echt onjuist? Dat ligt er maar aan hoe je het bekijkt. Futuroloog is geen beschermde titel, iedereen mag zich futuroloog noemen.

De term futurologie werd in de jaren veertig bedacht door de Duitse jurist en auteur Ossip Flechtheim. Hij vond dat de maatschappij behoefte had aan een nieuwe vakgebied dat zich richtte op het voorspellen van de toekomst aan de hand van wetenschappelijke en maatschappelijke analyses.

Zelfs als futurologie zou leiden tot voor de hand liggende voorspellingen en toekomstscenario’s (bijvoorbeeld: over 100 jaar zijn er geen auto’s meer die op benzine rijden) zou dit vakgebied nog steeds zeer waardevol zijn, zo betoogde Flechtheim in zijn publicatie Teaching the Future.

Wie was de beste futuroloog

Het probleem van futurologie is natuurlijk dat toekomstvoorspellingen onmogelijk te controleren zijn. De beroemdste futurologen hebben hun titel met terugwerkende kracht gekregen.

Zo wordt de schrijver H.G. Wells beschouwd als één van beste toekomstvoorspellers van zijn tijd. In zijn boek Anticipations (gepubliceerd in 1901) schetste hij een toekomstige wereld waarin treinen en auto’s zouden zorgen voor het ontstaan van grotere steden met buitenwijken. Hij voorspelde dat er een vrijere seksuele moraal zou ontstaan en dat er een Europese Unie zou worden opgericht.

Leonardo da Vinci voorspelde de toekomst op een beeldende manier. Hij wordt door historici in deze lijst met beroemde futurologen geplaatst, onder meer vanwege zijn schets van een luchtschroef. De tekening uit 1490 wordt nog steeds beschouwd als het eerste primitieve ontwerp van een helikopter.

In het lijstje met beroemde futurologen staan trouwens opvallend veel schrijvers en journalisten. Dus misschien is het gezien mijn achtergrond niet zo’n gek idee om het als futuroloog te proberen. .

Als dit blog over 100 jaar nog in de lucht is, mogen de lezers bepalen of ik geslaagd ben in de futurologie.

Met hoeveel ballen moet je jongleren om ervan te kunnen leven?

M

Op het bureau van mijn vader liggen drie jongleerballen. Ze zijn zeker tien jaar oud. Hun roodzwarte huid is aan het vervellen.

Ik ben op bezoek, en werk aan een artikeltje in hun studeerkamer. Als ik even vastzit, pak ik de jongleerballen. Toen ik nog thuis woonde oefenden we soms samen: mijn vader, mijn broertje en ik. Het lukte mij nooit om meer dan drie ballen in de lucht te houden, mijn vader kwam tot vier, mijn broertje tot vijf.

Ik bedenk uitvluchten om niet te hoeven werken en vraag me af wat ik zou doen als ik niet zou schrijven. Hoe veel jongleerballen moet je in de lucht kunnen houden om van jongleren te kunnen leven?

Wereldrecordhouder is de Amerikaan Alex Barron. Hij kan jongleren met 14 ballen. Dat ziet er zo uit:

Leuk, maar Barron kan er niet zijn rekeningen mee betalen. Hij deed een zware studie (kunstmatige intelligentie) en werkt als leiddinggevende bij een computerbedrijf dat werkt aan chatbots.

Vergeten heldin met jongleerballen

In de jaren twintig trok je nog volle zalen met jongleren. De Italiaanse jongleur Enrico Rastelli leefde destijds als een soort popster, omdat hij tien ballen kon opgooien zonder ze te laten vallen. Hij trad op over de hele wereld. Als hij in Londen of Parijs was hing de hele stad vol met zijn aanplakbiljetten waarop zijn record (jongleren met tien ballen) stond vermeld. Van zijn begrafenis werd een uitgebreide reportage gemaakt in het blad Vanity Fair, dat nu schrijft over Kim Kardashian en Donald Trump.

Toch is het maar de vraag of Rastelli echt de beste jongleur van zijn tijd was. Volgens ‘jongleerhistoricus’ David Cain pochte de Italiaan op zijn posters weliswaar dat hij tien ballen in de lucht kon houden, maar liet hij dit tijdens zijn optredens zelden of nooit zien.   

Een Russische circusartieste Jenny Jaeger jongleerde in de jaren dertig wél met tien ballen tijdens haar optredens, zo blijkt uit krantenverslagen. Toch werd Jaeger werd bij lange na niet zo beroemd als Rastelli. Ze was slechts een van de vele acts een Russisch circus en raakte in de vergetelheid. Ze heeft niet eens een eigen Wikipedia-pagina. Alleen in de krochten van het internet vind je nog informatie over haar.

Jezelf verkopen

Kortom: het gaat het er niet om hoe veel ballen je in de lucht houdt, maar hoe je jezelf verkoopt. Wat dat betreft kun je in deze tijd beter schrijven. Mijn broertje was weliswaar beter in jongleren dan ik, maar als je jongleren intypt in Google zul je mijn naam eerder tegenkomen dan die van hem.   

Maar ere wie ere toekomt, geniet nog even van Jenny Jaeger.

Even voorstellen: Dennis Rijnvis

Als ik een stripheld zou zijn, zou ik er waarschijnlijk uitzien als op deze tekening. Mijn naam is Dennis Rijnvis. Ik ben schrijver, blogger en wetenschapsjournalist voor Quest en De Volkskrant. Op deze website deel ik de wetenschapsnieuwtjes en gedachtenspinsels die me inspireren bij mijn werk.

Op mijn andere blog Schrijfvis, geef ik schrijftips en advies voor storytelling. Schrijfvis trekt inmiddels meer dan 50.000 bezoekers per maand.

In 2013 schreef ik een thriller, Savelsbos, waarmee ik werd genomineerd voor de Schaduwprijs voor het beste spannende debuut.

Meest recente berichten

Recente reacties

Archief

Categorieën

Meta