Wetenschap van het dagelijks leven
Auteur

Dennis Rijnvis

Schrijver en wetenschapsjournalist
D

Hoeveel botten heeft een mens eigenlijk?

H
hoeveel-botten-heeft-een-mens-beeld

Als baby word je geboren met 270 tot 300 botten. Maar een volwassen mens heeft gemiddeld 206 botten. Hoe kan dat? Neem een duik in de wetenschap van je skelet. 

Zelf ben ik trouwens een uitzondering: ik mis een duim, zoals je in het filmpje op de homepage kunt zien. Ik heb dus twee botjes minder dan de meeste mensen. Maar dat maakte me alleen maar meer geïnteresseerd in de vraag: hoeveel botten heeft een ‘normaal’ mens eigenlijk?

Hoeveel botten heeft een mens?

Ben jij je wel eens bewust van je botten? Het bot in je bovenarm dat je nu gebruikt om je muis, toetsenbord of telefoon te bedienen, is niet je hele leven lang één bot geweest. Toen je baby was, bestond deze zogenoemde humerus uit drie botjes.

Maar in je puberteit zijn deze botten aan elkaar vast gegroeid tot één massief opperarmbeen. Het is één van de reden waarom het aantal botten in je lichaam gedurende je jeugd langzaam afneemt. Hoe verloopt die groei? En wat zijn de meest bijzondere botten in je lichaam? En hoeveel botten heeft een mens nou precies?

Die laatste vraag kun je natuurlijk niet voor iedereen beantwoorden. Het aantal botten verschilt van persoon tot persoon. Sommige mensen hebben bijvoorbeeld vergroeide ruggenwervels, een extra rib, een overtollige botstructuur aan de schedel, of geamputeerd botten (zoals ik). Maar over het algemeen kun je stellen dat volwassenen 206 botten in hun lichaam hebben. 

Hoe groeien botten?

Bij de geboorte heeft een mens er veel meer. Het lichaam van een foetus bestaat uit zo’n 300 botten. Veel van die botjes zijn echter nog niet volgroeid. Ze bestaan voor het overgrote deel uit kraakbeen, een zeer buigzaam soort bindweefsel. Dat is wel zo handig bij de geboorte. De botten van een baby kunnen door al het kraakbeen bijna niet breken bij de bevalling. 

Het aantal botten in je lichaam neemt gedurende je jeugd snel af. Bij kleuters beginnen veel botjes al aan elkaar te groeien, vooral in de schedel. Zo bestaat het achterhoofdsbeen bij de geboorte uit vier verschillende botten. Op 4-jarige leeftijd zijn de bovenste en de onderste botjes al aan elkaar gegroeid. Het achterhoofd bestaat dan nog uit twee botten. Op 6-jarige leeftijd is het achterhoofdsbeen volgroeid tot één groot bot. 

En zo gaat dat op meer plaatsen in je lichaam, zoals je bovenarmen en knieën. Baby’s hebben bijvoorbeeld nog geen knieschijven, maar verschillende stukjes kraakbeen die aan elkaar groeien in hun kleutertijd. 

De laatste botjes in je lichaam die aan elkaar groeien, bevinden zich in je heupen. De heupkop is pas na rond je 18e helemaal gefuseerd tot één stuk bot.  

Bijzondere botten in het menselijk lichaam

Wat zijn de meest bijzondere exemplaren van de 206 botten die in ons lichaam zitten? Als je het over groei hebt, kom je uit bij het sleutelbeen. Dit bot verbindt het schouderblad met het borstbeen.

Het sleutelbeen is in tegenstelling tot de meeste andere botten al verhard voor je uit de baarmoeder komt. En het blijft na je geboorte het langste van alle botten doorgroeien. Pas op je 21e is het groeiproces voltooid. Het sleutelbeen wordt daarom vaak gebruikt om de lengte te voorspellen die kinderen op latere leeftijd zullen bereiken. 

Het sterkste bot in je lichaam is de zogenoemde femur, oftewel je dijbeen. Het loopt van je heup tot je knie. Gemiddeld is een dijbeen 43 centimeter lang. Dit bot kan maar liefst 30 keer je lichaamsgewicht dragen

Van Aambeeld tot tongbeen

De kleinste botjes in je lichaam zijn je gehoorbeentjes. Deze drie minuscule beentjes vormen de verbinding tussen het trommelvlies in je oren en het membraan dat je middenoor en binnenoor scheidt. De beentjes lijken een klein beetje op voorwerpen uit het dagelijks leven: een hamer, aambeeld en stijgbeugel. Daarom worden ze ook zo genoemd. Ze wegen ongeveer 23 milligram. 

Maar het meest bijzondere bot in ons lichaam is het tongbeen. Dit is een hoefijzervormig botje in de hals dat gek genoeg aan geen enkel ander bot vastzit. Het wordt op zijn plek gehouden door spieren en gewrichten in de kaak en de schedel. Ook de functie van het tongbeen is bijzonder: het zorgt ervoor dat we kunnen ademhalen, praten en slikken. 

Hoeveel botten heeft een hand?

Een mens heeft 27 botjes in elke hand. De onderste botjes noemen we handwortelbeentjes. Daar heb je er acht van. Verder heb je 5 middenhandsbeentjes en 14 vingerkootjes.

Zelfs mis ik de duim aan mijn rechterhand. Die kon ik door een geboortedefect niet goed bewegen. Toen ik acht was, heeft een chirurg deze duim geamputeerd. Vervolgens plaatste hij mijn wijsvinger op de plek van mijn duim, zodat ik toch een goede grip behield met mijn rechterhand. Daardoor ben ik twee vingerkootjes kwijtgeraakt. Mijn rechterhand heeft dus maar 25 botjes.

In onderstaand filmpje krijg je binnen tien minuten een overzicht van alle botten in je lichaam. Maar lees ook even het stukje daaronder. Want je botten halen elke dag een trucje met je lichaamslengte uit.

Je botten halen elke dag een trucje met je uit

Het aantal botten in je lichaam blijft op latere leeftijd constant. Maar het kraakbeen dat erin zit haalt elke dag een raar trucje uit met je lijf. Je lengte varieert namelijk gedurende de dag door dit materiaal. 

Kraakbeen krimpt namelijk door zwaartekracht. Hoe langer je rechtop loopt, hoe meer het inzakt. Daardoor is je ruggengraat aan het einde van de dag iets korter dan aan het begin van de dag. Volwassen mensen zijn daardoor aan het einde van de dag ongeveer 1 procent minder lang, dan als ze ‘s ochtends opstaan. 

Maar wees niet bang, je botten blijven niet krimpen onder invloed van zwaartekracht. Als je een tijdje in bed ligt, zet je kraakbeen weer uit. ‘s Ochtends ben je dus weer 1 procent gegroeid. 

Als je heel lang zonder zwaartekracht leeft, zetten je botten trouwens nog meer uit. Astronauten zijn na een verblijf in de ruimte gemiddeld 3 procent langer dan daarvoor. Maar ook hun skelet krimpen uiteindelijk weer op aarde.

Lees ook:

Mensen hebben 86 miljard hersencellen – maar wat zegt dat?

M

Een mens heeft ongeveer 86 miljard hersencellen, oftewel neuronen. Dat feitje is nu ruim tien jaar bekend. En we hebben het te danken aan ietwat lugubere studie van een Braziliaanse hersenwetenschapper.

Suzanna Herculano-Houzel nam de hersenen van vier overleden mensen onder de loep en brouwde een soort soep van. Waarom? Allemaal om die ene vraag te beantwoorden: hoeveel hersencellen heeft een mens? 

Hoeveel hersencellen heeft een mens?

De vraag houdt biologen al eeuwen bezig. Tot voor kort stond in alle schoolboeken het verkeerde antwoord: wetenschappers dachten dat mensen 100 miljard hersencellen hadden. Maar dat was slechts een schattingen uit de losse pols, gebaseerd op tellingen in kleine stukjes hersenweefsel. 

Suzanne Herculano-Houzel besloot een betere methode te ontwikkelen om neuronen te tellen.

Voor haar onderzoek gebruikte ze de hersenen van vier overleden mensen die hun lichaam ter beschikking hadden gesteld aan de wetenschap. Ze loste hun brein op in een speciale vloeistof. Bij dat proces werd het vettige membraan rond de hersencellen afgebroken en bleven alleen de celkernen in de vloeistof drijven. 

Vervolgens voegde Herculano-Houzel een fluorescerende vloeistof aan de ‘hersensoep’, waardoor de celkernen licht begonnen te geven. Met behulp van een camera en een computer kon ze de hersencellen in het brein van de vier overleden personen daarna heel precies tellen. 

86 miljard hersencellen: wat betekent dat?

Uit haar onderzoek blijkt dat mensen gemiddeld 86 miljard hersencellen in hun brein hebben. Nu denk je misschien: dat is afgerond toch ongeveer 100 miljard?

Maar het verschil van 14 miljard hersencellen is biologisch gezien gigantisch. 

In het brein van een baviaan zitten bijvoorbeeld maar 14 miljard hersencellen. De wetenschap heeft de menselijke hersenen dus jarenlang behoorlijk ‘opgeblazen’ en een bavianenbrein bij onze hersencapaciteit opgeteld.   

(Lees ook: wanneer is het menselijk brein volgroeid?)

Wat doen we met al die neuronen?

De grote vraag is natuurlijk: wat zegt dat aantal van 86 miljard hersencellen?  Als je het menselijk brein vergelijkt met dat van andere apensoorten zijn wij ruim bedeeld met neuronen. 

Chimpansees hebben bijvoorbeeld maar 28 miljard hersencellen. Gorilla’s hebben er 33 miljard, net als orang oetans. Zou dat verklaren waarom wij bijvoorbeeld kunnen praten en vooruit kunnen denken, en andere apensoorten niet?

Niet helemaal, want alleen het aantal hersencellen zegt niet alles. Zo zijn er dieren die nog veel meer neuronen hebben dan wij. Olifanten beschikken bijvoorbeeld over 257 miljard hersencellen in hun brein.

Dat heeft vooral te maken met de grootte van hun brein. De hersenen van een Afrikaanse olifant wegen gemiddeld 4,5 kilo. Het menselijk brein weegt maar 1,5 kilo.  

(Hier lees je trouwens hoe zwaar het lichaam van een olifant is – van Henry tot Jumbo)

De plek van hersencellen is belangrijk

Kortom: veel hersencellen maken je nog iets automatisch slim. Volgens Suzanna Herculano-Houzel gaat het er ook om wáár de cellen zitten. Mensen hebben opvallend veel hersencellen in de hersenschors

Dat deel van ons brein verwerkt prikkels vanuit ons hele lichaam en zet die om in gedachten en mentale beelden. Het is als het ware het commandocentrum van ons brein: het zorgt ervoor dat we onze omgeving kunnen analyseren en slimme oplossingen kunnen bedenken voor problemen. 

Bij mensen zitten er gemiddeld 16 miljard hersencellen in de hersenschors. Olifanten hebben er in dit hersengebied 6 miljard, en de gorilla 9 miljard.

Doodgewoon brein

Volgens Herculano-Houzel is dat mogelijk de oorzaak van van de dominantie van de mens op aarde ten opzichte van andere diersoorten. 

“Het menselijk brein heeft verreweg de meeste hersencellen in dit gebied vergeleken met andere soorten. Dat zou wel eens de verklaring kunnen zijn voor onze opmerkelijke cognitieve vermogens, aangezien de rest van ons brein eigenlijk doodgewoon lijkt in vergelijking met andere primaten”, schrijft ze in het tijdschrift Wired.  

“De hersenschors is het deel van ons brein dat verantwoordelijk is voor onze persoonlijkheid, ons temperament, ons vermogen om logisch te redeneren en patronen te herkennen, te plannen voor de toekomst, en om ons eigen gedrag te bepalen in plaats van alleen te reageren op wat er om ons heen gebeurt.”

In onderstaand filmpje vertelt Herculano-Houzel over haar onderzoek. Daaronder vind je een lijstje van het aantal hersencellen per diersoort. Hoeveel hersencellen heeft je hond of kat eigenlijk?

Lijstje: hersencellen per diersoort

Hoeveel hersencellen hebben honden, katten en andere diersoorten? Een lijstje.

SoortAantal hersencellen
Mens86 miljard
Afrikaanse olifant257 miljard
Gorilla 33 miljard
Orang-oetan32 miljard
Chimpansee28 miljard
Giraffe 10 miljard
Hond0,5 miljard
Kat0,25 miljard
Bronnen: Wikipedia, Frontiers in Science

Lees ook:

Wanneer zijn je hersenen volgroeid? over de laatste groeispurt van je brein

W

Het menselijk brein brein komt laat tot bloei. Als je lichaam rond je achttiende is uitgegroeid, zetten je hersenen nog een kleine ‘groeispurt’ in die tot je dertigste (!) duurt. In hoeverre moeten we rekening houden met het feit dat onze hersenen pas zo laat volgroeid zijn?

Toeval of niet, veel van de grootste genieën die ooit hebben geleefd waren laatbloeiers. Ze braken pas na hun dertigste echt door. Francis Crick was bijvoorbeeld 37 toen hij als eerste de structuur van DNA in kaart bracht. Marie Curie was de dertig ruim gepasseerd toen ze twee nieuwe natuurkundige elementen beschreef. En Alexander Fleming ontdekte pas op 47-jarige leeftijd het medicijn penicilline. 

hersenen nog niet volgroeid?

Deze genieën waren geen uitzonderingen. Veruit de meeste wetenschappers krijgen hun meest geniale ingevingen op latere leeftijd. Dat ontdekte de Amerikaanse onderzoeker Bruce Weinberg in 2011. Hij bracht bij 525 Nobelprijswinnaars in kaart hoe oud ze waren toen ze het werk verrichten waarmee ze de prestigieuze prijs verdienden. Ruim 80 procent bleek ouder dan dertig. 

Natuurlijk is die hoge leeftijd voor een groot deel te verklaren door de carrières van wetenschappers. Ze moeten eerst hun vak leren, de top bereiken en krijgen misschien pas op latere leeftijd toegang tot de beste laboratoria en computers. Maar het is niet ondenkbaar dat ook de menselijke hersenontwikkeling een rol speelt bij de late doorbraak van de genieën.

(Ga meteen naar de tijdlijn: de ontwikkeling van het menselijk brein)

Laatbloeier: welk hersendeel ontwikkelt zich laat?

Steeds meer studies laten zien dat het menselijk brein nog niet is uitgegroeid na de puberteit, zoals de rest van ons lichaam. Op sommige plekken in de hersenen nemen de verbindingen nemen nog in volume toe tot ver na het twintigste levensjaar. Is het mogelijk dat we bepaalde intellectuele vaardigheden daardoor pas rond ons dertigste levensjaar echt goed onder de knie hebben? 

Canadese wetenschappers vonden in 2011 het meest overtuigende bewijs van hersengroei op latere leeftijd tot nu toe. Ze voerden een groot hersenonderzoek uit met ruim honderd proefpersonen tussen de 5 en 32 jaar. Het brein van elke deelnemer werd op twee momenten gescand, met een tussenpauze van enkele jaren. De onderzoekers konden zo de verschillen in hersenmassa meten. (Bekijk hier de studie in The Journal of Neuroscience)

Hoeveel hersencellen heeft een mens? 

Uit de hersenfoto’s bleek dat vooral de zogenoemde witte stof in het brein van de proefpersonen in volume bleef toenemen tot ze ongeveer dertig jaar waren. Witte stof is de naam voor de uitlopers van hersencellen. Het zijn een soort witte kabels die verschillende gebieden in de hersenen met elkaar verbinden. De witte kleur wordt veroorzaakt door myeline, een vetachtig stofje dat om de uitlopers heen zit. 

De hersencellen zelf worden aangeduid als grijze stof. Deze cellichamen zijn verantwoordelijk voor de informatieverwerking in ons brein. Een mens heeft gemiddeld ongeveer 86 miljard hersencellen (dat is al zo als we als baby ter wereld komen). Tussen al die grijze cellen ontstaan gedurende ons leven talloze verbindingen van witte stof. 

‘Eigenlijk kun je de bundels van witte stof beschouwen als de verbindingswegen van je brein’, zegt Cédric Koolschijn. Hij is hersenonderzoeker. ‘Als je je hersenen voorstelt als een huis vormt de witte stof de gangen, trappen en elektriciteitskabels tussen de verschillende ruimtes.” Die verbindingen hebben invloed op hoe intelligent we zijn. “De kwaliteit en sterkte van de verbindingen bepaalt de snelheid waarmee verschillende hersengebieden informatie kunnen uitwisselen.” 

Wanneer zijn de hersenen volgroeid? 

De aanleg van dit ‘wegennetwerk’ in het brein begint al vlak na de geboorte. Globaal gezien vinden er twee processen plaats in bij de ontwikkeling van hersenen: groei en snoei van verbindingen. Wanneer een baby ter wereld komt, heeft elk van zijn hersencellen ongeveer 2500 synapsen, oftewel verbindingspunten met andere cellen. Dit netwerk groeit vooral de eerste jaren razendsnel. Het toppunt wordt al bereikt in het vierde levensjaar als elke cel ongeveer 15.000 verbindingspunten heeft. Tussen het vierde en achtste levensjaar kunnen kinderen daarom zeer eenvoudig nieuwe vaardigheden leren, het spreken van een tweede taal bijvoorbeeld. 

Van de kleutertijd tot in de puberteit ontstaan er nog steeds nieuwe verbindingen, maar veel synapsen worden ook ‘gesnoeid’. Vooral verbindingen die niet of nauwelijks worden gebruikt verdwijnen weer. 

‘Heel lang dachten we dat het groeiproces na ons achttiende jaar zo’n beetje voorbij was’, vertelt Koolschijn. In de achterste en middelste delen van ons brein is dat ook min of meer zo. Deze evolutionair oudste onderdelen van onze hersenen zijn verantwoordelijk voor onze zintuigen en motorische vaardigheden, zoals lopen, ruiken en proeven. ‘Daar worden we op volwassen leeftijd niet veel beter meer in’, zegt Koolschijn.

Hoe ontwikkelen je hersenen na je twintigste? 

Wat gebeurt er dan wel in je hersenen na je twintigste? De nog groeiende bundels van witte stof verbeteren dan vooral de verbindingen met het voorste gedeelte van het brein. Dit gebied gebruiken we als we bewust moeten nadenken over handelingen, zoals bij het inschatten van risico’s. Kortom: je wordt voorzichtiger op latere leeftijd. 

Als voorbeeld noemt Koolschijn een Amerikaans onderzoek waarbij pubers een racespel moesten spelen in een hersenscanner. De opdracht was om een auto zo snel mogelijk van A naar B te krijgen, zonder aanrijdingen te veroorzaken. Dat ging goed als de proefpersonen alleen waren. ‘Maar als ze werden bekeken door leeftijdsgenoten, veranderde hun gedrag.’ De tieners namen dan opmerkelijk veel risico en crashten veel vaker. ‘Dat komt waarschijnlijk, omdat hun hersengebieden voor emotie en beloning al relatief goed zijn ontwikkeld, terwijl gebieden in de voorhersenen voor zelfcontrole nog niet zijn volgroeid’, zegt Koolschijn. Juist met die gebieden moeten we onze impulsen controleren. 

leidinggevenden zijn laatbloeiers

Maar onvolgroeide verbindingen in de voorhersenen hebben invloed op meer intellectuele vaardigheden die we dagelijks gebruiken, bijvoorbeeld bij ons werk. Dat benadrukt hoogleraar Margriet Sitskoorn van de Universiteit van Tilburg. Ze is auteur van de bestseller Het Maakbare Brein. 

‘Bij het tonen van leiderschap en delegeren is de ontwikkeling van de voorste hersenschors bijvoorbeeld erg belangrijk’, zegt ze. ‘Voor je twintigste heeft het zelfs nog weinig zin om dat soort vaardigheden te leren, omdat de verbindingen dan nog niet sterk genoeg zijn.’ 

Meteen solliciteren op een leidinggevende functie als twintiger is volgens haar dan ook geen aanrader. Ook een baan waarin je volledig op jezelf bent aangewezen is vaak te hoog gegrepen voor jongvolwassenen. ‘Als je bijvoorbeeld veel vanuit huis werkt, heb je veel verantwoordelijkheid en moet je zelfs alles plannen. Ook dat wordt gecoördineerd vanuit de voorste hersenschors. Je moet dit soort vaardigheden langzaam ontwikkelen.’  

Jongleren om je brein te laten groeien 

Maar het brein van jongeren te veel uit de wind te houden is ook onverstandig. De laatste groeispurt van het twintigersbrein wordt waarschijnlijk juist ontketend door de vele nieuwe ervaringen die we op die leeftijd opdoen. ‘We gaan op onszelf wonen, doen onze eigen boodschappen, krijgen onze eerste baan en gaan serieuze relaties aan’, zegt Cédric Koolschijn. Daarmee stimuleren we de groei van de voorhersenen waarschijnlijk. ‘Als je jongeren helemaal niet zelf zou laten plannen, ontwikkelen de hersengebieden voor planning zich ook minder. Hersengroei kun je niet los zien van je omgeving en je activiteiten.’ 

Sterker nog: het is mogelijk om je hersenen op eigen initiatief een extra groeispurtje te bezorgen. Met een cursus jongleren bijvoorbeeld. Duitse onderzoekers toonden dat aan in 2011. Ze lieten een groep jongvolwassenen twaalf weken lang twintig minuten per dag oefenen om met hun handen drie ballen in de lucht te houden. Het lukte ze allemaal om het kunstje te leren. Maar opvallender was dat de witte massa in hun hersenen daarna met ongeveer 3 procent was toegenomen in een gebied aan de achterzijde van het brein dat is betrokken bij coördinatie en zicht. 

Lees ook: hoe jongleren je hersenen laat groeien – en hoe dat werkt

‘Dat betekent natuurlijk niet dat je slimmer wordt van jongleren’, zegt Koolschijn. ‘Alleen de specifieke verbindingen die te maken hebben met de handelingen die je uitvoert worden sterker. Daardoor gaat het jongleren steeds beter als je het vaak doet, maar dat geldt ook voor plannen of leidinggeven.’ 

Hoe ontwikkelen je hersenen na je dertigste? 

Zelfs als mensen de dertig al ruim zijn gepasseerd zijn kan hun brein blijven groeien door het leren van dit soort nieuwe vaardigheden. Dat blijkt uit onderzoek onder Britse taxichauffeurs. Beginnende taxibestuurders in Londen moeten alle straten in de binnenstad uit hun hoofd leren. Deze training duurt ongeveer twee jaar. Hersenonderzoek heeft uitgewezen dat hun hippocampus (het hersengebied voor geheugen) in deze periode flink groeit, ook als ze de veertig al gepasseerd zijn.  

‘Ook dat onderzoek onder taxichaffeurs geeft aan dat hersengroei heel persoonlijk gebonden is, dat het afhankelijk is van welke baan je hebt en welke ervaringen je opdoet”, zegt Koolschijn. ‘Er zijn wel algemene patronen: bij de meeste mensen zijn de belangrijkste ontwikkelingen na hun dertigste voorbij. Maar soms gaat het ook langzamer, of sneller.’

Ook bij de Nobelprijswinnaars waren er uitzonderingen die de regel bevestigden. Het waren niet allemaal laatbloeiers. In 1921 kreeg een beroemde natuurkundige de Nobelprijs voor een theorie die hij al op 26-jarige leeftijd had bedacht. Het ging dan ook om een uitzonderlijk getalenteerde wetenschapper. Zijn naam: Albert Einstein

Tijdlijn: de ontwikkeling van het menselijk brein

Bij de geboorte weegt een babybrein ongeveer 350 gram. Door de toename van grijze en witte stof groeien de hersenen vooral in de eerste levensjaren in een sneltreinvaart. Op 10-jarige leeftijd is het brein al voor 95 procent volgroeid. Hoe verloopt de groei precies?

LeeftijdManVrouw
Geboorte380 gram360 gram
1 jaar 970 gram940 gram
2 jaar 1120 gram1040 gram
3 jaar 1270 gram1090 gram
10 – 12 jaar1440 gram1260 gram
19 -21 jaar1450 gram1310 gram
55 – 70 jaar1370 gram1250 gram
*Het gewicht van de hersenen is deels afhankelijk van het lichaamsgewicht en lengte, daardoor is het brein van vrouwen iets kleiner. Tussen het veertigste en het vijftigste levensjaar begint het gewicht van het brein af te nemen.  

            Lees ook:
Episodisch geheugen: hierdoor kun je tijdreizen in je hoofd
Onthouden: zo werkt je kortetermijngeheugen

Hoe lang kan een mens de adem inhouden? Dit is het wereldrecord

H
je-adem-inhouden

Hoe kun je je adem inhouden? Het medische antwoord op die vraag is simpel. Biologisch gezien kunnen mensen hooguit 180 tellen hun adem inhouden. Maar sommige duikers en illusionisten overleven tien minuten tot een kwartier zonder zuurstof. Hoe slagen ze daarin? En kan iedereen dat zomaar? (spoiler: nee, en probeer het ook niet)

Wereldrecord adem inhouden

Niemand hield ooit zo lang zijn adem in als Budimir Buda Sobat. De Kroaat ging in april 2021 op zijn buik liggen in een zwembad in de plaats Sisak. Zijn hoofd hield hij onderwater. Zonder zuurstofflessen of snorkel bleef hij bijna een halfuur zo liggen. Daarmee vestigde hij een wereldrecord. Hij hield 24 minuten en 33 seconden zijn adem in. Hieronder zie je een filmpje van zijn prestatie.

Zelfs de Britse illusionist David Blaine kan niet aan het record van Colat tippen. Blaine probeerde in 2008 tijdens de Oprah Winfrey Show zo lang mogelijk zijn adem in te houden, terwijl hij werd opgesloten in een watertank. Hij kwam tot een tijd van ‘slechts’ 17 minuten en 4 seconden. 

Hoe kan iemand zo lang niet ademen?

De prestaties van Blaine en Colat zijn op het eerste gezicht ongelooflijk. Biologisch gezien is het namelijk niet mogelijk om zo lang zonder zuurstof te overleven. Hoe krijgen zij het dan toch voor elkaar?

Ik sprak voor het tijdschrift Quest met ademhalingsfysioloog Albert Dahan van het Leids Universitair Medisch Centrum. Volgens hem kan de gemiddelde mens ongeveer twee tot drie minuten zijn adem inhouden. Daarna zal iedereen automatisch weer naar lucht happen.

“Je hebt in het lichaam twee ademregelsystemen”, zegt Dahan. “Er is een chemisch systeem dat onze ademhaling stuurt in rust. Daarvan zijn we ons niet eens bewust, het gaat ook door als we slapen.”

“Maar we hebben daarnaast ook een gedragsgebonden ademregelsysteem. Dat stel je in werking als je tegen jezelf zegt: ik ga nu mijn adem inhouden. Je kunt dat een tijdje volhouden, maar niet oneindig. Na enkele minuten wint het chemische systeem het van je gedrag. Dan krijg je een prikkel waardoor je wel moet ademhalen.”

Hoe gevaarlijk is je adem inhouden?

Die onbedwingbare neiging tot ademhalen wordt niet alleen veroorzaakt door een gebrek aan lucht. Bij het inademen brengen we uiteraard zuurstof in het bloed. Maar bij het uitademen voeren we ook koolzuur af, dat in het lichaam wordt aangemaakt door energieverbranding.

Het lozen van koolzuur gebeurt niet zonder reden. De stof is in grote concentraties giftig. Als niet uitademt, vergiftig je in feite jezelf.

“Wanneer je besluit om langere tijd je adem in te houden, stijgt de hoeveelheid koolzuur in het bloed en neemt het zuurstofgehalte af”, verklaart Dahan. “Het gebrek aan zuurstof wordt gedetecteerd door een soort biologische sensor in de longen. En een hoge koolzuurwaarde wordt opgemerkt door een gebiedje in de hersenstam. Beide sensoren zorgen voor prikkels die je ademhalingsspieren uiteindelijk dwingen om in een reflex een hap lucht te nemen. Of je nu onder water bent of niet. Je kunt die prikkel bijna niet negeren, en dat moet je ook vooral niet proberen.” 

Hoe deed de wereldrecordhouder het dan?

David Blaine en Budimir Buda Sobat om slaagden er niet zomaar in om hun adem zo lang in te houden. Ze omzeilden hun ademprikkels met een biologische truc. Vlak voor hun recordpoging zogen ze enkele tientallen minuten lange pure zuurstof naar binnen uit een speciale tank. De lucht die we normaal gesproken inademen bestaat maar voor ongeveer 20 procent uit zuurstof.   Blaine en Colat bouwden dus een soort reservevoorraad op in hun longen door voor hun recordpoging pure zuurstof in te ademen.  

“Als je van tevoren een halfuur lang pure zuurstof inneemt, kun je veel langer je adem inhouden”, zegt Dahan. “Dat heeft meerdere redenen. Je vult je longen met pure zuurstof, dus je hebt een grotere voorraad dan normaal. Door die extra zuurstof verlaag je ook het koolzuurgehalte in je bloed.”

Maar belangrijker nog is dat de overdosis aan zuurstof ook de sensor in je longen verdooft, die er normaal gesproken voor zorgt dat je een ademprikkel krijgt. “Je onderdrukt dus de natuurlijke neiging van het lichaam om te ademen.” 

Ook met pure zuurstof kun je natuurlijk niet onbeperkt je adem inhouden. Zelfs dan krijg je uiteindelijk last van een overschot koolzuur in je bloed.  “Na een aantal minuten stijgt de hoeveelheid koolzuur in het bloed alsnog naar grote hoogte, omdat je niet meer uitademt”, zegt Dahan. “Dat wordt centraal in de hersenen gedetecteerd. Daardoor krijg je een ademprikkel, die heel plotseling opkomt en veel heftiger is dan normaal. Dat is heel gevaarlijk.” 

Wat is het ‘echte’ record adem inhouden?

De meeste mensen die hun adem langer dan vier minuten inhouden, nemen van tevoren dus pure zuurstof in. Maar wie heeft dan het wereldrecord adem inhouden zonder ‘valsspelen’ in zijn bezit?

Dat is de Duitse freediver Tom Sietas. Het lukte hem in 2008 om 10 minuten en 12 seconden onder water te blijven in een zwembad in Athene. En dat volledig op eigen kracht. Overigens bezit Sietas ook het record voor de langste afstand onderwater zwemmen zonder hulpmiddelen. Hij zwom in 2008 ruim vier keer heen en weer in een 25-meterbad in Hamburg en legde om precies te zijn 210 meter af.   

Doe dit niet zelf: hierom is het gevaarlijk

Probeer vooral niet zelf om ook zo’n record te vestigen, ook niet voor de lol. Een wedstrijdje ‘onderwater zwemmen’, of ‘zo lang mogelijk onderwater blijven’ in het zwembad lijkt misschien onschuldig.  Maar het gebeurt nogal eens dat zwemmers overlijden aan een zogenaamde ‘zwembad-blackout’. 

Mensen verliezen dan gek genoeg het bewustzijn in een zwembad, terwijl ze maar één of twee meter onder water zijn. Hoe kan dat? Waarom zwemmen ze niet gewoon naar het oppervlak om adem te halen? Amerikaanse wetenschappers deden onlangs onderzoek naar dit fenomeen dat shallow water blackout wordt genoemd. Ze kwamen tot de conclusie dat een zwembad-blackout vaak samengaat met hyperventilatie vooraf.

Mensen die vlak voor een ‘wedstrijdje adem inhouden’ extreem diep en snel ademhalen, nemen in verhouding meer zuurstof in dan normaal. Daardoor kunnen ze langer onderwater blijven, maar verlagen ze ook het koolzuurgehalte in hun bloed.

Koolzuur zorgt normaal gesproken voor een ademprikkel. Bij een te lage koolzuurwaarde en een verhoogde hoeveelheid zuurstof, komt de prikkel om adem te halen echter veel later dan normaal. Sommige zwemmers raken daardoor buiten bewustzijn onderwater en verdrinken in het zwembad.      

Lees ook:
Hoe lang kan een mens eigenlijk zonder slaap?
Het wereldrecord op de marathon: hoeveel sneller kan het nog?
– Hoeveel botten heeft een mens eigenlijk?

Waarom dagdromen meer nut heeft dan je denkt

W
dagdromen-goed

Ik ben nogal een dagdromer. Dat is altijd al zo geweest. Het volgende verhaal moet ik al mijn hele leven aanhoren. Als vierjarige liep ik op een dag met mijn moeder naar school. En op elke straathoek deed ik net alsof ik iets oppakte.

‘Wat ben je aan het doen?’, vroeg ze. Ik antwoordde dat ik vuilniszakken aan het ophalen was. Je raadt het misschien al: ik kon me destijds geen mooier beroep voorstellen dan vuilnisman (dat had te maken met dit liedje van André van Duin).

Later kreeg ik vooral op mijn kop als ik op school zat te dagdromen. Mijn hele vraag ik me dan ook al af: heeft dagdromen eigenlijk enig nut voor een mens, of is het een onzinnig tijdverdrijf? Hierover sprak ik onlangs met een wetenschapper die expert is op het gebied van dagdromen.

Dagdromen: waarom doen we het?

 ‘Ik zat als kind ook vaak te dagdromen’, zegt psycholoog Scott Barry Kaufman. ‘Ik werd gepest door andere scholieren en daardoor leefde ik een beetje in mijn eigen wereld. Ik fantaseerde ik dat ik meespeelde in soapseries, maar ook dat ik later praatjes zou geven voor groepen mensen.’ 

Op dit moment geeft Kaufman als psycholoog inderdaad vaak lezingen op universiteiten en bij bedrijven. En ze gaan meestal over dagdromen. In 2013 publiceerde hij een groot overzicht van tientallen experimenten, waaruit blijkt dat afdwalende gedachten verrassend nuttig kunnen zijn voor je creativiteit en je carriere. Kortom: we moeten dagdromen niet langer zien als tijdverspilling. 

maakt het ons creatiever?

Nadat we hebben gedagdroomd bedenken we namelijk meer originele ideeën. Dat blijkt uit een wetenschappelijk experiment uit 2012 aan de Universiteit van Californië waarbij 144 proefpersonen bij een creativiteitstest zo veel mogelijk toepassingen moesten bedenken voor tandenstokers (bijvoorbeeld mikado-stokje of satéprikker) 

Na twee minuten brainstormen mochten de deelnemers pauze nemen. Sommige proefpersonen moesten zich blijven focussen, ze maakten een geheugentestje op de computer. Anderen hoefden helemaal niets te doen, ze rustten simpelweg uit en praatten wat met elkaar. Een derde groep kreeg een saaie taak in de pauze, waarbij ze alleen af en toe op een toets moesten drukken als ze een piepje hoorden. Vooral die laatste groep sloeg aan het dagdromen, omdat het klusje zo eentonig was. 

wie dagdroomt, denkt losser

Wat bleek? Toen de proefpersonen na de pauze nog een paar minuten nadachten over originele manieren om een tandenstoker te gebruiken, scoorden de proefpersonen die net hadden gedagdroomd verrassend goed. Ze bedachten aanzienlijk meer ideeën dan de deelnemers die zich tijdens de pauze hadden gefocust, of helemaal niets hadden gedaan. 

Volgens de onderzoekers is dat goed verklaarbaar: als je dagdroomt, ga je losser denken. Je schiet van de ene gedachte in de andere. Daardoor legt brein waarschijnlijk allerlei verbindingen tussen dromerige beelden in je hoofd en dingen waar je eerder over na hebt gedacht. 

dagdromen is goed voor je loopbaan

Maar dagdromen heeft mogelijk meer voordelen. Zo blijkt uit een studie van wetenschappers aan de Universiteit van Georgia dat kinderen die regelmatig mijmeren over hun toekomst, minder vaak spijbelen. Dat komt volgens de onderzoekers omdat deze kinderen meer gericht zijn op het waarmaken van hun dromen, zoals een goede baan. Ook ontdekten de onderzoekers dat mensen die op jonge leeftijd al een helder beeld hebben van hun toekomstige werk relatief veel succes hebben in hun carriere. 

Dat Scott Barry Kaufman vroeger al lezingen wilde geven, en dat nu ook daadwerkelijk doet, is volgens de psycholoog dan ook geen toeval. “Mijn eigen ervaringen hebben me laten zien dat dagdromen een krachtig middel is om te krijgen wat je wilt.”

Maar er zitten natuurlijk natuurlijk grenzen aan wat je met je verbeelding kunt bereiken: Kaufman’s dagdromen van een leven als soapster zijn immers nooit uitgekomen. 

Hoe vaak dagdromen we eigenlijk?

  • Gemiddeld denken mensen 49,5 procent van de tijd aan iets anders dan waar ze op dat moment mee bezig zijn. 
  • 42 procent van onze dagdromen gaan over leuke dingen
  • 26 procent van onze afdwalende gedachten hebben betrekking op vervelende zaken. 

Bron: Universiteit Harvard, Matthew Killingsworth

Goede daden: waarom anderen helpen goed is voor jouw stressniveau

G
goede daden

Word je gelukkiger als je goede daden verricht? En hoe op je goede ideeën om anderen te helpen? Zelf neem ik soms een pakketje voor de buren aan. En ik heb wel eens een onbekende geholpen met het schrijven van een sollicitatiebrief. Veel verder dan dat kom ik niet.

Maar enkele jaren terug schreef ik een artikel in de Volkskrant over iemand die hier een levensstijl van maakte: Rachel van de Pol. Wat deed zij dan?

Goede daden: op wat voor manieren kun je anderen helpen?

Zo maar een voorbeeldje. Rachel stond in 2014 met haar fiets bij een bushalte en vroeg aan een groepje wachtende mensen: “Kan ik iemand een lift geven?” Even later bracht ze een man die zijn bus had gemist op haar bagagedrager naar zijn werk. 

Het was geen impulsieve actie. Van de Pol had zichzelf uitgedaagd om een jaar lang elke dag een vreemde te helpen. “Het was een experiment. Ik wilde kijken of ik elke dag iemands leven positief kon beïnvloeden”, vertelde ze me.  

Het lukte haar. Op haar blog Ikreddewereld schreef ze 365 stukjes over haar goede daden, die elke dag anders waren. Ze droeg bijvoorbeeld boodschappentassen van ouderen, veegde de zadels van fietsen droog op het station, wiedde onkruid in stadplantsoenen, gaf vluchtelingen een computercursus en zeemde zelfs stiekem de ramen van haar buurvrouw. 

goede daden verminderen jouw stress

Maar met haar experiment hielp ze niet alleen vreemden. Wetenschappelijk onderzoek laatdat je ook zelf profiteert van goede daden. Door anderen onbaatzuchtig te helpen maak je jezelf namelijk stressbestendiger. Dat blijkt uit een studie van de Amerikaanse psychologe Emily Ansell van de Universiteit van Yale. 

Ansell liet 77 mensen tussen de 18 en 44 jaar oud twee weken lang een dagboek bijhouden, waarin ze al hun stressvolle activiteiten en hun stemming beschreven. Ook moesten ze elke aangeven of ze toevallig een goede daad hadden gedaan. “Niets groots, een deur openhouden voor iemand telde ook”, vertelt Ansell. 

De resultaten van het experiment waren opmerkelijk. Op de dagen waarop mensen vreemden de helpende hand toestaken, was hun stemming bovengemiddeld goed, zelfs als ze veel te maken hadden met stressvolle bezigheden, zoals drukte op het werk, jengelende kinderen, of ruzies met hun partner. 

Anderen helpen voor een Gelukshormoon

Volgens Ansell is het goed mogelijk dat het verrichten van goede daden zorgt voor de aanmaak van het gelukshormoon oxytocine, een stof die een kalmerend effect heeft op het lichaam. “Daardoor kunnen mensen daarna mogelijk beter omgaan met stress.” Meer onderzoek moet uitwijzen of het effect ook optreedt als je bewust goede daden verricht. “Als dat zo is, zou je misschien zelfs een soort altruïsme-kuur kunnen voorschrijven bij mensen die overspannen zijn.” 

Van de Pol voelde zich naar eigen zeggen geweldig tijdens haar experiment. Haar goede daden dreven de dagelijkse sleur naar de achtergrond. “Elke dag was een avontuur: wie ga ik nu weer helpen? En na afloop van elke goede daad had ik een heel voldaan gevoel.”

Zelfgebakken koekjes en sociale contacten

Maar ook haar sociale leven ging erop vooruit. “Ik ontmoette veel meer mensen en sloot vriendschappen.” Zo belde ze op de eerste dag van haar experiment met zelfgebakken koekjes aan bij de buren. “Tot dan toe had ik weinig contact met ze, nu hebben we een app-groep met alle buren en organiseren we regelmatig borrels.” 

Hoewel haar goede-daden-jaar inmiddels voorbij is, helpt ze nog regelmatig vreemden. “Ik gebruik het niet bewust tegen stress, maar ik merk wel dat ik me beter voel als ik een complimenteus briefje achterlaat in de trein voor de volgende passagier. Dat kan ik iedereen aanraden.”

Ideeën voor goede daden

Hieronder lees je 3 tips van goede daden-expert Rachel van de Pol: 

  1. Bak iets lekkers voor de buren
  2. Ruim zwerfafval op in je buurt (misschien doen er wel mensen mee)  
  3. Koop een kop koffie voor een straatkrantverkoper. 

In dit filmpje vertelt Rachel aan de EO hoe ze een jaar lang goede daden verrichte en anderen hielp.

Lees ook:
Hoe werkt je kortetermijngeheugen?
Met deze hardloopmuziek ga je sneller lopen


Het wereldrecord op de marathon: hoeveel sneller kan het nog?

H

Hoe hard moet je lopen om het wereldrecord op de marathon te verbreken? Dat hangt in zekere zin af van wanneer je bent geboren. 

De Amerikaanse hardloper Johnny Hayes kon nog relatief rustig aan doen. Hij liep in 1908 een chaotische race op de Olympische Spelen van Londen. Eerst leek hij tweede te worden. Maar koploper Dorando Pietri nam een verkeerde afslag en werd gediskwalificeerd. Daardoor liep Hayes naar het goud in een winnende tijd van 2 uur, 55 minuten en 18 seconden. En dat was destijds meteen ook het wereldrecord op de marathon. 

wereldrecord op de marathon

Het lijkt nu een slakkentempo. Het huidige wereldrecord staat op naam van de Keniaan Eliud Kipchoge. Hij liep de marathon van Berlijn in 2018 in een tijd van 2 uur, 1 minuut en 35 seconden. Ook de vrouwen lopen nu veel harder dan Johnny Hayes in 1908. De Keniaanse Brigid Kosgeo liep onlangs een wereldrecord in een tijd van 2 uur, 14 minuten en 4 seconden.

Het roept de vraag op: hoeveel sneller kan het nog? Veel wetenschappers hebben daar al onderzoek naar gedaan. Wat zijn hun bevindingen?

Alle wetenschappers zijn het over één ding eens: het wereldrecord op de marathon kan niet veel scherper meer. Maar de kans is wel groot dat er binnenkort een atleet opstaat die de 42 kilometer en 195 meter onder de twee uur zal lopen.    

Binnen twee uur? Maar hoe snel dan?

Onderzoeker Mark Denny van Stanford University bestudeerde in 2008 de vooruitgang in wereldrecords van honden, paarden en menselijke hardlopers sinds de negentiende eeuw. De conclusie van zijn studie: de limiet is in zicht. Zo hebben honden en paarden al sinds de jaren zeventig nauwelijks nog records gelopen in beroemde races. 

De recordtijden van menselijke hardlopers zijn nog niet helemaal afgevlakt, zo blijkt uit zijn gegevens. Hij voorspelt dat mannelijke hardlopers uiteindelijk in staat zullen zijn om een tijd van 1 uur, 59 minuten en 36 seconden te lopen. 

Vrouwen zitten volgens Denny het dichtste bij hun maximale snelheid. Het marathonrecord van Brigid Kosgeo ligt waarschijnlijk dicht in de buurt van de ultieme toptijd. Het wereldrecord bij de vrouwen kan volgens Denny’s berekeningen uiteindelijk naar 2 uur, 12 minuten en 41 seconden. 

Of kan het nog sneller…

Maar volgens de nieuwste inzichten kunnen de records op de marathon nog verder aangescherpt worden. Statisticus Simon Angus berekende in 2019 met behulp van een computermodel zelfs het precieze moment waarop de eerste mannelijke hardloper de marathon binnen de twee uur zal afleggen. 

Volgens Angus is er een kans van 10 procent dat die mijlpaal zich in mei 2032 zal voltrekken. Uit zijn computermodel blijkt dat een mannelijke atleet tegen die tijd in staat moet zijn om de marathon in 2 uur, 58 minuten en 5 seconden te lopen. 

Het nieuwe wereldrecord is al gelopen….

Overigens kwam Eliud Kipchoge al dicht in de buurt bij die tijd. Hij liep de marathon in 1 uur, 59 minuten en 40 seconden in Wenen op 12 oktober 2019. Maar die recordpoging telde niet, omdat Kipchoge het record niet in een officiële wedstrijd liep.

Hij maakte gebruik van tempomakers, die constant in een v-vorm voor hem liepen om hem uit de wind te houden. Onderweg kreeg Kipchoge ook flesjes water aangereikt van fietsers. Hieronder zie je de beelden van dit onofficiële wereldrecord op de marathon.

De vrouwen zullen de barrière van twee uur overigens voorlopig niet slechten. Tenminste, dat voorspelt Simon Angus. Volgens zijn computermodel ligt de limiet voor vrouwen rond een tijd van 2 uur, 5 minuten en 31 seconden. 

Ook die tijd kan binnen enkele jaren al worden gelopen, stelt Angus. “Waarschijnlijk lopen de wereldrecordhouders van de toekomst nu al ergens rond, mogelijk in Afrika”, verklaart hij op Runners World. “We weten alleen nog niet wie het zijn.”    

Wat is de beste hardloopmuziek volgens de wetenschap?

W
hardloopmuziek-2

Stel: je wil een marathon lopen, of je persoonlijk record verbreken tijdens je wekelijkse hardlooprondje. Wat is dan de beste hardloopmuziek? Met welke muziek loop je net een stukje harder?

Hardloper Haile Gebrselassi zou het wel weten. Toen hij in 1998 een wereldrecord op de 2000 meter indoor liep, gaf hij na de race een bijzondere verklaring voor zijn razendsnelle tijd van 4:52,86 minuten. De Ethiopiër beweerde zijn loopritme te hebben afgestemd op de beat van het nummer dat in het stadion in Birmingham werd gedraaid: Scatman van Scatman John. Voor hem was het de ideale hardloopmuziek. Het snelle tempo zou hem naar zijn toptijd hebben gestuwd. 

Ook als recreatieve hardloper kun je je prestaties flink verbeteren met een koptelefoontje en de juiste hardloopmuziek op je Spotify-playlist. Dat blijkt uit steeds meer wetenschappelijke studies. 

Onderaan dit artikel vind je een lijstje van de beste hardloopnummers volgens de wetenschap. Maar lees eerst waaróm die muziek zo goed werkt.

(Lees ook: hoeveel sneller kan het wereldrecord op de marathon nog?)

hardloopmuziek onderzocht

“Als je er een beetje doorheen zit in het laatste stuk van je hardlooprondje of bijvoorbeeld de marathon, dan kan de juiste muziek een groot verschil maken ”, zegt de Nederlandse bewegingswetenschapper Melvyn Roerdink. Hij onderzocht in 2013 het effect van muziek op hardloopprestaties.  

Bij zijn onderzoek liet hij recreatieve hardlopers net zo lang op een loopband lopen totdat ze uitgeput waren. “Ze kozen van tevoren een loopsnelheid waarvan ze dachten dat ze het tien minuten vol konden houden, maar ze moesten doorgaan totdat ze letterlijk van de band afrolden”, vertelt hij. 

Twintig procent meer uithoudingsvermogen

De sporters droegen soms een koptelefoontje waaruit een opzwepend nummer klonk van de Red Hot Chili Peppers, David Guetta, The Prodigy of The Black Eyed Peas. Op andere dagen werkten ze dezelfde hardloopsessie af zonder muziek. Wat bleek? Met muziek hielden de hardlopers het rennen gemiddeld twee minuten langer vol. Hun uithoudingsvermogen verbeterde dus met tien tot twintig procent door de nummers die ze luisterden.  

Roerdink en zijn collega’s vermoeden dat de proefpersonen vooral beter presteerden door de opzwepende beats van de muziek. Als de hardlopers alleen luisterden naar een bonkend ritme, zonder gezang of andere instrumenten, hielden ze het rennen op de loopband namelijk even lang vol als met muziek. 

hoe hard loop jij? 150 beats?

Volgens Roerdink kan muziek tijdens het hardlopen fungeren als een soort pacemaker, die het tempo van je passen opjaagt. “Het tempo van de beat moet natuurlijk wel enigszins overeenkomen met je loopritme. Als je een nummer van 200 beats per minuut zou luisteren, zou dat te snel zijn, je zet namelijk geen 200 stappen in een minuut.” 

De ideale hardloopmuziek hangt dus af van hoe snel je loopt. Roerdink kan een paar nummers aanraden. Gevorderde lopers zouden tijdens een marathon bijvoorbeeld kunnen kiezen voor het nummer Pump It van The Black Eyed Peas. “Dat heeft een redelijk snel ritme van 150 beats per minutes. Dat betekent dat je ongeveer 150 stappen per minuut moet zetten. Dat is een flink tempo.”

Rustig aan met David Guetta

Lopers die liever wat rustiger aan doen, raadt hij David Guetta met Do Something Love aan. “Dan praat je over 134 beats per minutes.” 

Maar niet alleen de beats bepalen hoe hard je loopt. Ook de songteksten en de herinneringen die muziek losmaken hebben invloed op loopprestaties, denkt Roerdink. “Als je goede herinneringen hebt aan een nummer dat je tijdens je huwelijksreis hoorde, kan datzelfde liedje dat gelukzalige gevoel weer bovenbrengen tijdens het hardlopen.”  

De hele studie over hardloopmuziek lezen? The power of auditory-motor synchronization in sports – PLOS One

De perfecte hardloopmuziek voor in je Spotify-playlist  

Er zijn meer studies gedaan naar de beste hardloopmuziek. Hieronder vind je nog 3 nummers die volgens wetenschappers je hardloopprestaties positief beïnvloeden. Klik op de titel om meteen naar Spotify te gaan en het nummer toe te voegen aan je playlist.

Lees ook:

Hoe jongleren je hersenen laat groeien – en wat dat betekent

H

Toen ik een jaar of twintig was leerde ik mezelf jongleren. Mijn vader en broertje konden dat toen al. Zelf ging ik pas met jongleerballen in de weer toen ik las over een fascinerende studie van hersenwetenschappers. 

Want wat hadden deze onderzoekers van de universiteit van Regensburg ontdekt? Jongleren stimuleert de groei van nieuwe hersencellen. Ik was meteen benieuwd. Hoe kan dat? En wat betekent het precies?  

Wat doet jongleren met je hersenen?

Bij het onderzoek moesten proefpersonen drie maanden oefenen om met drie ballen te jongleren. Voor en na die trainingsperiode werden er scans van hun hersenen gemaakt. En wat bleek? 

Het leren van de nieuwe vaardigheid zorgde ervoor dat bepaalde delen van hun hersenen meetbaar groter werden. En niet alleen bij de proefpersonen die goed konden jongleren. Ook bij mensen er geen bal van konden, groeiden de hersenen. 

meer grijze stof

De proefpersonen hadden door het jongleren vooral meer grijze stof ontwikkeld in bepaalde delen van hun brein. Grijze stof bestaat uit zenuwcellen die informatie verwerken. Vooral in delen van de hersenen die visuele informatie verwerken, waren er flink wat zenuwcellen bijgekomen. 

Maar dat is nog niet alles. Onderzoekers van de universiteit van Oxford hebben in een vergelijkbare studie ontdekt dat mensen ook meer witte stof in hun hersenen ‘aanmaken’ als ze beginnen met jongleren.   

meer hersenverbindingen

Witte stof zorgt voor de verbindingen tussen verschillende hersendelen. Bij de proefpersonen ontstonden er meer connecties tussen hersengebieden die betrokken zijn bij handbewegingen, maar ook bij het focussen van de ogen. 

Merk je daar zelf iets van die groeiende hersenen als je leert jongleren? Nee, natuurlijk niet. Zelf kon ik na een paar maanden drie ballen in de lucht houden. Maar ik had in het dagelijks leven niet opeens betere ogen, of meer precisie met mijn handen. 

De veranderingen in de hersenen zijn volgens de wetenschappers dan ook heel subtiel. Je merkt er niet direct iets van. Maar het wetenschappelijk onderzoek laat  wel zien dat je door een nieuwe vaardigheid te leren de groei van nieuwe hersencellen kan stimuleren. 

Jongleren is als fietsen

“Dit onderzoek wijst erop dat het leren van iets nieuws belangrijker is dan oefenen op iets wat je al kunt”, vertelt hoofdonderzoeker Arne May op de website van New Scientist. “Je brein wil uitgedaagd worden en nieuwe dingen leren.” 

Je hersenen veranderen daardoor waarschijnlijk blijvend. “Leren jongleren is net als leren fietsen”, vult hoofdonderzoeker Jan Scholz aan. “Je moet lang trainen, maar als het ‘klikt’ en je kan het, dan verleer je het niet meer.” 

Overigens groeit je brein waarschijnlijk door elke nieuwe vaardigheid die je leert. Of het nu het jongleren is, het oplossen van kruiswoordpuzzels of skateboarden. Maar jongleren heeft volgens de wetenschappers als voordeel dat het gemakkelijk te leren is, en dat weinig mensen er ervaring mee hebben,  

wil je mij zien jongleren?

Ze willen onderzoeken of jongleren ook kan helpen om het brein van mensen met hersenschade sneller te laten herstellen door de groei van nieuwe hersencellen. 

Hoewel ik er zelf niets van merk dat mijn hersenen zijn gegroeid door jongleren, vind ik het toch een leuk idee dat ik zelf een paar nieuwe verbindingen heb gelegd in mijn brein. Of ik het echt goed kan? Dat mag je zelf beoordelen. Kijk het filmpje op de homepage, dan zie je me kort jongleren. 

Lees ook:
– Met hoeveel ballen moet je jongleren om het wereldrecord te verbreken?

Zelf leren om met drie ballen te jongleren? Kijk onderstaand filmpje.

Hoeveel weegt een olifant? van Henry tot Jumbo

H
hoeveel-weegt-een-olifant

Hoe weeg je een olifant? Voor de verzorgers van de olifanten van de dierentuin van Zürich is dat niet zo moeilijk. In het verblijf van de dieren zit namelijk een ingebouwde olifantenweegschaal. Als de olifanten van het binnen- naar het buitenverblijf willen, lopen ze over een grote plaat die hun gewicht meet. De verzorgers krijgen elke dag antwoord op de vraag ‘hoeveel weegt een olifant?’

De eerste olifant stapte in 2014 op de weegschaal. Het was een Aziatische mannetjesolifant met de naam Maxi. Hij woog 5.600 kilo. 

(In dit filmpje zie je hoe een olifant in de dierentuin van Aalborg wordt gewogen)

De meeste dierentuinen hebben dit soort weegschalen. En daardoor hebben wetenschappers een goed beeld van hoe zwaar de verschillende olifantensoorten zijn.

Hoe zwaar is een gemiddelde olifant? 

Het gewicht van een olifant hangt af van de soort. Aziatische olifanten zijn iets kleiner dan de soorten die in Afrika voorkomen: de savanneolifant en de bosolifant

Aziatische olifanten zijn daardoor ook wat minder zwaar. Meestal wegen mannetjes ongeveer 4000 kilo. Maxi was dus eigenlijk iets te dik. 

In onderstaand overzicht zie je het gemiddelde gewicht van olifanten per soort: 

  • Aziatische olifant: mannetjes 4000 kilo, vrouwtjes 2.700 kilo 
  • Savanneolifant: mannetjes 6000 kilo, vrouwtjes 3.000 kilo
  • Bosolifant: mannetjes 5000 kilo, vrouwtjes 2.600 kilo

Hoe snel bereikt een olifant dit gewicht

Een jonge olifant weegt bij de geboorte ongeveer 80 tot 100  kilo, dus evenveel als een volwassen mens. In het begin drinken de jonge dieren alleen moedermelk. Ze komen daarvan ongeveer een kilo per dag aan. Na een jaar hebben ze al een gewicht bereikt van ruim 600 kilo. 

Na ongeveer tien jaar bereiken olifanten hun volwassen gewicht van ongeveer 2500 tot 6000 kilo. Ze blijven hun hele leven zwaarder worden, maar op latere leeftijd komen ze nog maar weinig aan.  

Wat eten olifanten om zo zwaar te worden?

Een olifant moet een flinke lading voedsel wegwerken om op gewicht te blijven. De dieren eten gemiddeld 200 kilo aan planten per dag, en daarvoor zijn ze 20 uur per dag aan het kauwen. Ze eten gras, vruchten, plantstengels, maar ook boomschors en bijvoorbeeld appels. 

Olifanten malen dat voedsel fijn met twee gigantische kiezen in hun bovenkaak, die daardoor snel slijten. Als deze tanden helemaal zijn versleten, vallen ze eruit en groeien er twee nieuwe aan. Als dat gebeurt kunnen de dieren tijdelijk wat gewicht verliezen, soms wel 300 kilo. Maar als de tanden zijn doorgebroken, komen ze snel weer aan. Wetenschappers hebben veel onderzoek gedaan naar dit jojo-effect bij olifanten.  

Olifanten spoelen al dat voedsel weg met water. Ze drinken veel. Elke dag slurpen ze 70 tot 120 liter water naar binnen. Dat is meer dan een badkuip vol. 

Kijk hieronder naar een filmpje over de vraag: hoeveel weegt een olifant? En lees onder het filmpje over Henry en Jumbo, respectievelijk de zwaarste en ‘grootste’ olifant aller tijden.

De zwaarste olifant aller tijden: Henry

Wat was de zwaarste olifant die ooit heeft geleefd? Dat weet natuurlijk niemand zeker, want niet alle olifanten hebben natuurlijk op een weegschaal gestaan. Maar een olifant met de naam Henry staat bekend als de meest forse olifant ter wereld. Hij woog 11.000 kilo. 

Henry werd in de jaren vijftig helaas neergeschoten door een jager in Angola. Het opgezette lichaam van deze reuzenolifant kun je nog steeds bewonderen in het Natural Museum of History in Washington. De 5 meter hoge olifant staat al sinds 1959 in één van de mooiste zalen van het museum. 

Toch is Henry niet de beroemdste zware olifant aller tijden. 

De ‘grootste’ olifant aller tijden was natuurlijk Jumbo. Deze mannelijke savanneolifant werd in de negentiende eeuw tentoongesteld in het circus van P.T. Barnum. Het dier reisde de hele wereld over. Zijn naam werd een symbool voor alles wat groot en zwaar was: van maaltijden tot vliegtuigen. 

Maar hoeveel woog Jumbo dan precies? 

Jumbo woog volgens de administratie van het circus van Barnum 6150 kilo. Het dier was toen al op leeftijd.

De olifant groeide op in de dierentuin van Londen, waar hij veel te eten kreeg. Jumbo at daar per dag 91 kilo hooi, een emmer aardappelen, vijftien broden en een flinke hoeveelheid uien. Dit dieet zou een olifant nu nooit meer krijgen, de dieren horen alleen plantaardig voedsel te eten. 

Je zou denken dat niets een olifant van 6150 kilo omver kan krijgen. Maar Jumbo overleed door een tragisch ongeluk. Het dier werd aangereden door een stoomlocomotief toen het circus van Barnum een rondreis maakte in Canada. Jumbo overleed op 15 september 1885 in Ontario.

Kijk hieronder naar het levensverhaal van Jumbo.

Lees ook:

Wetenschap van het dagelijks leven

Even voorstellen: Dennis Rijnvis

Als ik een stripheld zou zijn, zou ik er waarschijnlijk uitzien als op deze tekening. Mijn naam is Dennis Rijnvis. Ik ben schrijver, blogger en schreef als wetenschapsjournalist voor Quest en De Volkskrant. Op deze website deel ik inzichten over wetenschap, geschiedenis en zelfontwikkeling.

Op mijn andere blog Schrijfvis, geef ik schrijftips en advies voor storytelling.

Recente berichten

Recente reacties

Archieven

Categorieën

Meta