Wetenschap van het dagelijks leven

Waarom dagdromen meer nut heeft dan je denkt

Ik ben nogal een dagdromer. Dat is altijd al zo geweest. Het volgende verhaal moet ik al mijn hele leven aanhoren. Als vierjarige liep ik op een dag met mijn moeder naar school. En op elke straathoek deed ik net alsof ik iets oppakte.

‘Wat ben je aan het doen?’, vroeg ze. Ik antwoordde dat ik vuilniszakken aan het ophalen was. Je raadt het misschien al: ik kon me destijds geen mooier beroep voorstellen dan vuilnisman (dat had te maken met dit liedje van André van Duin).

Later kreeg ik vooral op mijn kop als ik op school zat te dagdromen. Mijn hele vraag ik me dan ook al af: heeft dagdromen eigenlijk enig nut voor een mens, of is het een onzinnig tijdverdrijf? Hierover sprak ik onlangs met een wetenschapper die expert is op het gebied van dagdromen.

Dagdromen: waarom doen we het?

 ‘Ik zat als kind ook vaak te dagdromen’, zegt psycholoog Scott Barry Kaufman. ‘Ik werd gepest door andere scholieren en daardoor leefde ik een beetje in mijn eigen wereld. Ik fantaseerde ik dat ik meespeelde in soapseries, maar ook dat ik later praatjes zou geven voor groepen mensen.’ 

Op dit moment geeft Kaufman als psycholoog inderdaad vaak lezingen op universiteiten en bij bedrijven. En ze gaan meestal over dagdromen. In 2013 publiceerde hij een groot overzicht van tientallen experimenten, waaruit blijkt dat afdwalende gedachten verrassend nuttig kunnen zijn voor je creativiteit en je carriere. Kortom: we moeten dagdromen niet langer zien als tijdverspilling. 

maakt het ons creatiever?

Nadat we hebben gedagdroomd bedenken we namelijk meer originele ideeën. Dat blijkt uit een wetenschappelijk experiment uit 2012 aan de Universiteit van Californië waarbij 144 proefpersonen bij een creativiteitstest zo veel mogelijk toepassingen moesten bedenken voor tandenstokers (bijvoorbeeld mikado-stokje of satéprikker) 

Na twee minuten brainstormen mochten de deelnemers pauze nemen. Sommige proefpersonen moesten zich blijven focussen, ze maakten een geheugentestje op de computer. Anderen hoefden helemaal niets te doen, ze rustten simpelweg uit en praatten wat met elkaar. Een derde groep kreeg een saaie taak in de pauze, waarbij ze alleen af en toe op een toets moesten drukken als ze een piepje hoorden. Vooral die laatste groep sloeg aan het dagdromen, omdat het klusje zo eentonig was. 

wie dagdroomt, denkt losser

Wat bleek? Toen de proefpersonen na de pauze nog een paar minuten nadachten over originele manieren om een tandenstoker te gebruiken, scoorden de proefpersonen die net hadden gedagdroomd verrassend goed. Ze bedachten aanzienlijk meer ideeën dan de deelnemers die zich tijdens de pauze hadden gefocust, of helemaal niets hadden gedaan. 

Volgens de onderzoekers is dat goed verklaarbaar: als je dagdroomt, ga je losser denken. Je schiet van de ene gedachte in de andere. Daardoor legt brein waarschijnlijk allerlei verbindingen tussen dromerige beelden in je hoofd en dingen waar je eerder over na hebt gedacht. 

dagdromen is goed voor je loopbaan

Maar dagdromen heeft mogelijk meer voordelen. Zo blijkt uit een studie van wetenschappers aan de Universiteit van Georgia dat kinderen die regelmatig mijmeren over hun toekomst, minder vaak spijbelen. Dat komt volgens de onderzoekers omdat deze kinderen meer gericht zijn op het waarmaken van hun dromen, zoals een goede baan. Ook ontdekten de onderzoekers dat mensen die op jonge leeftijd al een helder beeld hebben van hun toekomstige werk relatief veel succes hebben in hun carriere. 

Dat Scott Barry Kaufman vroeger al lezingen wilde geven, en dat nu ook daadwerkelijk doet, is volgens de psycholoog dan ook geen toeval. “Mijn eigen ervaringen hebben me laten zien dat dagdromen een krachtig middel is om te krijgen wat je wilt.”

Maar er zitten natuurlijk natuurlijk grenzen aan wat je met je verbeelding kunt bereiken: Kaufman’s dagdromen van een leven als soapster zijn immers nooit uitgekomen. 

Hoe vaak dagdromen we eigenlijk?

  • Gemiddeld denken mensen 49,5 procent van de tijd aan iets anders dan waar ze op dat moment mee bezig zijn. 
  • 42 procent van onze dagdromen gaan over leuke dingen
  • 26 procent van onze afdwalende gedachten hebben betrekking op vervelende zaken. 

Bron: Universiteit Harvard, Matthew Killingsworth

Over de auteur

Dennis Rijnvis

Schrijver en wetenschapsjournalist

Laat een reactie achter

Wetenschap van het dagelijks leven

Even voorstellen: Dennis Rijnvis

Als ik een stripheld zou zijn, zou ik er waarschijnlijk uitzien als op deze tekening. Mijn naam is Dennis Rijnvis. Ik ben schrijver, blogger en schreef als wetenschapsjournalist voor Quest en De Volkskrant. Op deze website deel ik inzichten over wetenschap, geschiedenis en zelfontwikkeling.

Op mijn andere blog Schrijfvis, geef ik schrijftips en advies voor storytelling.

Recente berichten

Recente reacties

Archieven

Categorieën

Meta