De wetenschap van het dagelijks leven

Hoe maak je vrienden na je dertigste?

Kun je nog echte vrienden maken na je dertigste? Een paar jaar geleden merkte ik dat mijn vriendenkring een beetje was ‘vastgeroest’. Op borrels en verjaardagen nodigde ik voornamelijk dezelfde twintig mensen uit: een vriendengroep waarmee ik ben opgegroeid in Pijnacker, aangevuld met wat studievrienden en een enkele collega. 

Er kwamen wel nieuwe kennissen in mijn leven, maar weinig echte vrienden. Was het de leeftijd? Had ik te druk gekregen met werk, of werd ik een beetje eenkennig?

Wat blijkt, volgens wetenschappers is dat een vastgeroeste vrienden kring op je dertigste goed verklaarbaar: dertigerplussers blijven hangen in vriendschappen uit het verleden en hun sociale cirkel zit ‘op slot’.

Wat zegt de wetenschap over het maken van vrienden op latere leeftijd? Ik schreef er een verhaal over voor de Volkskrant en sprak verschillende experts. Hieronder lees je het.

Vrienden maken na je dertigste

‘Het klinkt wat cru, maar in de sociale cirkels van dertigers is inderdaad weinig plek voor nieuwe contacten’, zegt Robin Dunbar, psycholoog aan de Universiteit van Cambridge. Ik heb hem gebeld, omdat hij de ontdekker is van de wetenschappelijke vriendschapslimiet – het maximum aan vrienden dat mensen kunnen onderhouden.

Natuurlijk, de ene vriendenkring is groter dan de ander, geeft hij toe. ‘Extraverten hebben bijvoorbeeld relatief veel vrienden, ze verdelen hun tijd over meer mensen en leggen dus minder diepgaande contacten.’

Maar zelfs de grootste sociale wonderkinderen kunnen hun vriendenkring niet oneindig oprekken. Dunbar toonde in de jaren negentig aan dat de grootte van de hersenschors van mensapen nauw samenhangt met de grootte van de groepen waarin ze leven.

Zo hebben gorilla’s gemiddeld 20 groepsgenoten, terwijl de met een relatief grotere neocortex uitgeruste chimpansees in troepen van 35 individuen door de bomen slingeren. 

Hoeveel vrienden kan een mens maken?

Dunbar schatte dat mensen gezien hun hersenschors maximaal 148 vrienden en kennissen zouden kunnen onderhouden.

Toen hij de sociale netwerken van proefpersonen onder de loep nam, bleek dat getal te kloppen. Dat maximum aantal vrienden staat inmiddels bekend als Dunbar’s number. En de limiet van alleen bij moderne mensen. ‘Bij legerheden in het Romeinse rijk lag de grens ook rond de 150 soldaten’, zegt Dunbar. Opgravingen suggereren volgens hem dat zelfs jagerverzamelaars in groepen van deze grootte leefden. ‘Met meer mensen verlies je blijkbaar het overzicht.’ 

Hieronder zie je een korte uitleg van Dunbar’s number.

Er zijn trouwens ook wetenschappers die hun twijfels hebben bij het getal van 150 vrienden. Aannemelijker is dat het vriendenmaximum voor iedereen verschillend is.

Experiment: vrienden maken via meetup

Ik heb lang geen honderdvijftig vrienden. Moet ik gewoon meer mijn best doen? Het is zaterdagavond. Een man die ik tien minuten geleden heb leren kennen, trakteert me op een biertje in de Italiaanse bar Gusto’s in Den Haag. Hij stelt zich voor als Andy. ‘Normaal begin ik geen praatjes meer met wildvreemden’, zegt hij. ‘Mensen kijken je raar aan: ze denken dat je iets van hen wilt.’

Vandaag is de situatie anders. Andy is net als ik bezoeker op een bijeenkomst van Meetup.com, een internetsite waarop gebruikers borrels of uitjes organiseren om mensen die dezelfde interesses te leren kennen.

Andy emigreerde enkele jaren geleden met zijn gezin vanuit Engeland naar Nederland. ‘Vrienden maken vind ik lastig hier. Het lijkt wel alsof groepen schoolvrienden en jaarclubs heilig zijn en niemand echt zit te wachten op nieuwe contacten.’  

Ergens herken ik zijn probleem. Ik heb vaak genoeg een leuk gesprek met een andere man in een kroeg of op een borrel. Maar iemand daarna meteen uitnodigen voor vriendschapsbevorderende activiteiten als samen sporten of bier drinken, doe ik niet snel. En als ik toch zo vrij ben, komt het tot hooguit één of twee afspraken en niet tot een hechte vriendschap. Ik vraag me af of het bij Andy anders zal zijn. ‘Laten we in ieder geval nog eens een biertje doen’, zeg ik na een interessant gesprek over nieuwe mensen ontmoeten. 

PAs op: weinig plek voor echte vrienden

Maar de kans dat hij echt een goede vriend wordt is klein, waarschuwt Dunbar. Het vriendenmaximum van 148 sociale contacten is bedrieglijk. Je hebt minder ruimte dan je denkt.

In de menselijke sociale cirkel is namelijk weinig plek in het centrum – daar waar je echte vrienden zich bevinden. Dunbar schetst het patroon van een sociaal netwerk aan de hand van rimpelvorming in het water. ‘Gooi een steen in een meer en kijk naar de kringen die daar dan omheen ontstaan’, zegt hij. ‘Dat is hoe je sociale cirkel eruit ziet.’ 

In de binnenste cirkel zitten je dierbaren: drie tot vijf grootste zielsverwanten. De twee kringen daaromheen wordt volgens Dunbar bevolkt door respectievelijk 15 en 30 personen. ‘Dat zijn je goede vrienden, mensen die je een keer per week of maand ziet en waarmee je diepere gevoelens deelt.’

Kinderen zitten vriendschap in de weg

De mensen in de buitenste lagen zijn meer kennissen met wie je eens per halfjaar of nog minder afspreekt.

Vooral bij dertigers zijn de drie ‘inner circles’ bezet door het gezin, familieleden en vrienden uit de jeugd. Drukke banen en om aandacht vragende kinderen beperken de tijd voor nieuwe contacten. ‘Er is minder beweging in hun netwerken, ze ontmoeten niet meer elk weekend mensen in het café’, zegt Dunbar. 

De overvolle sociale netwerken maken een vriendenjacht lastig voor volwassenen die naar een andere stad verhuizen, of gewoon nieuwe mensen willen ontmoeten. De oplossing? ‘Boor nieuwe netwerken aan bij een sport- of hobbyvereniging’, zegt Dunbar. ‘Een bijeenkomst als Meetup is een goed begin, maar misschien moet je inventiever zijn.’

Zingen voor nieuwe contacten?

Een paar dagen later sta ik bij het Prestige koor in Leiden. Dunbar heeft me namelijk een bijzonder advies gegeven. ‘Ga zingen in groepsverband. Dat is een bewezen effectieve manier om nieuwe vriendschappen te sluiten.’

De muzikale leider van het Prestige koor gebaart dat het mijn beurt is om te zingen. Ik staar naar de bladmuziek in mijn handen, maar heb geen idee bij welke regel we zijn. Noten lezen kan ik niet en zingen doe ik hooguit onder de douche. Achter me brengen zestig mensen uit volle borst de opening van Nothing Really Matters van Mr. Probz ten gehore in het Leidse Volkshuis.

Ik begin ook te zingen. Gelukkig word ik overstemd door de andere mannen om me heen. Na afloop van mijn zangbeurt geeft iemand me een schouderklopje, ook al zong ik naar mijn idee vals. Muzikale leider Ton van Diepen verzekert me even later dat een koor een snelkookplan is voor vriendschappen. ‘Deze groep in Leiden is net opgericht, maar in Hoorn zijn we langer bezig. Daar ontstonden binnen no time Whatsapp-groepjes van mensen die samen op high tea gingen.’ Zelf heeft hij zijn beste vriend overgehouden aan een koor. 

Geen toeval, denkt Robin Dunbar. ‘Uit mijn onderzoeken naar zang blijkt dat mensen in een koor sneller vriendschappelijke gevoelens voor elkaar krijgen dan bij andere verenigingen.’ Hij vermoedt dat zingen al vroeg in de evolutie is ontstaan om grote groepen mensen bijeen te houden. ‘Zingen is voor mensen mogelijk net zoiets als vlooien bij apen, je versterkt de onderlinge band.’

Je maakt stiekem toch nieuwe vrienden

Toch is vriendschappen forceren met wetenschappelijke trucs niet per se nodig. Socioloog Gerard Mollenhorst van de Universiteit van Utrecht predikt vooral geduld. Hij bracht de vriendennetwerken van 1007 proefpersonen tussen de 18 en 65 jaar in kaart

Zeven jaar later deed hij dat opnieuw. En wat bleek? Gemiddeld de helft van hun vriendenkring was vervangen door nieuwe contacten, zonder dat ze daar iets speciaals voor deden. 

De vriendschapsbarriere bij dertigers is volgens Mollenhorst dan ook deels een illusie. ‘Er komen echt wel langzaam nieuwe vrienden bij, alleen hebben je bij hen niet meteen hetzelfde gevoel als bij de mensen die je kent uit je middelbare school en studententijd en die je destijds elke dag zag.’

Blijf ik ook hangen in vriendschappen uit het verleden? ‘Goed mogelijk’, zegt Jaap Murre, psycholoog aan de UVA. Een kronkel in het menselijk geheugen zorgt ervoor dat iedereen zijn tienerjaren in het volwassen leven als een ijkpunt blijft gebruiken.

Valkuil: Vroeger was alles beter

‘Dingen die je in deze levensfase hebt beleefd, komen op de één of andere manier sneller weer bovendrijven.’ Dat effect wordt in de psychologie de reminiscence bump genoemd, vrij vertaald herinneringenbobbel. ‘Wanneer je proefpersonen de opdracht geeft om zo veel mogelijk willekeurige herinneringen op te schrijven, komt een buitenproportioneel grote berg van die momenten uit hun tienerjaren’, zegt Murre. Dat effect is behoorlijk sterk en goed onderbouwd met vele studies.’ 

Naar de oorzaak van dat geheugenfenomeen is het gissen. Mogelijk ontstaat het effect door het grote aantal vormende ervaringen dat mensen in deze levensfase meemaken. ‘Je eerst baantje, je eerste zoen’. Maar die theorie kan niet alles verklaren. ‘Mensen herinneren zich ook bijzonder veel futiele dingen uit deze fase”, zegt Murre. “Bijvoorbeeld zomaar een moment dat ze in de tuin aan het voetballen waren.’ Aannemelijker is dan ook dat tienerherinneringen sterker zijn, omdat het menselijk brein in je puberteit zijn piek bereikt qua efficiëntie. ‘Je visuele en auditieve geheugen functioneren rond je 16e jaar op het toppunt.’

Vrienden zijn als oude muziek

De grote berg herinneringen uit de tienerjaren heeft ook invloed op keuzes die we maken. Bij een onderzoek vroeg Murre via internet aan duizenden  proefpersonen wat hun favoriete boek, muziek en film was. Het was alsof de puber weer in hun boven kwam. Het overgrote merendeel koos voor werken die ze tussen hun 15e en 20e tot zich hadden genomen. ‘Het is daarom heel aannemelijk dat je vriendschappen uit deze tijd ook wat romantiseert.’

Je nieuwe vrienden afzetten tegen je oude schoolkameraden is dus oneerlijk. ‘Aan de vriendschappen uit je jeugd heb je intensere herinneringen dan aan de nieuwe mensen, al helemaal omdat je die ook korter kent.’ Volgens Murre is het geen gek idee om daar rekening mee te houden. ‘Geef nieuwe kennissen langer de tijd. Een vriendschap opbouwen is een lang proces.’

 geleidelijke weg heeft mij uiteindelijk de meeste nieuwe contacten opgeleverd. Sinds ik me een paar jaar geleden realiseerde dat mijn vriendenkring wat op slot zat, ging ik wat vaker naar maandelijkse borrels van tekstschijvers en journalisten. Ik sloot me via een collega ook aan bij een gezelschap voetballers dat elke maandagavond een balletje trapt op het strand in Scheveningen. En in de plaatselijke Coffee Company waar ik regelmatig werk, knoopte ik gesprekjes aan met bezoekers die herkende van eerdere keren. Langzamerhand eindigen dat soort steeds terugkerende contacten steeds vaker bij een glas bier in de kroeg, zonder dat ik daar bewust op aanstuurde. 

Vriendschap is: mensen vaker zien

In de wetenschap wordt dat ook wel het ‘bekend maakt bemind’-effect genoemd. Het meest bizarre bewijs voor dit fenomeen werd in 1968 geleverd door psycholoog Robert Zajonc. Hij observeerde hoe studenten op Oregon State University elke week bezoek kregen van een man die in een zwarte vuilniszak was gehuld. Alleen zijn voeten staken eronderuit. De studenten reageerden eerst afwijzend op hem. Maar na een paar maanden begonnen ze de ‘lopende vuilniszak’ vriendelijker te benaderen. Ze beschermden hem zelfs tegen opdringerige cameraploegen die het experiment kwamen filmen. Als we iemand regelmatig zien, gaat vriendschap sluiten dus bijna vanzelf.   

Toen ik onlangs mijn verjaardag vierde bestond zeker de helft van de aanwezigen niet meer uit mijn vertrouwde vriendengroep, maar uit mensen die ik in de afgelopen vijf jaar vaak tegenkwam bij borrels, in koffietentjes en bij voetbalpartijtjes. Kortom: vrienden maken gaat langzaam, maar het kan ook na je dertigste.

Lees ook:
– Met dit simpele namenspel leer je snel de namen van nieuwe mensen

 

Over de auteur

Dennis Rijnvis

Schrijver en wetenschapsjournalist

Laat een reactie achter

De wetenschap van het dagelijks leven

Even voorstellen: Dennis Rijnvis

Als ik een stripheld zou zijn, zou ik er waarschijnlijk uitzien als op deze tekening. Mijn naam is Dennis Rijnvis. Ik ben schrijver, blogger en schreef als wetenschapsjournalist voor Quest en De Volkskrant. Op deze website deel ik inzichten over wetenschap, geschiedenis en zelfontwikkeling.

Op mijn andere blog Schrijfvis, geef ik schrijftips en advies voor storytelling.

Recente berichten

Recente reacties

Archieven

Categorieën

Meta